PlusExclusief

Louis van Gaal: ‘Wij kunnen in Qatar dat beste team worden’

Louis van Gaal: ‘Mensen hebben een beeld van mij dat ik als coach een dictator ben, maar ik luister juist voortdurend naar mensen.’ Beeld Marcel van Dorst/Pro Shots
Louis van Gaal: ‘Mensen hebben een beeld van mij dat ik als coach een dictator ben, maar ik luister juist voortdurend naar mensen.’Beeld Marcel van Dorst/Pro Shots

Louis van Gaal (70) gaat nog één keer voor het ultieme: wereldkampioen met Oranje in 2022. Een interview over ouder worden, de dood, smileys, opvoeding en de weg naar Qatar. ‘Als trainer gaat het om twee dingen: leiderschapskwaliteiten en inzicht in het spel. Ik kan moeilijk zeggen dat ik dat niet heb. Ik heb het allebei.’

Sjoerd Mossou en Maarten Wijffels


Het gesprek is al even onderweg als Louis van Gaal, thuis in zijn werkkamer in Noordwijk, zijn telefoon tevoorschijn pakt, zijn leesbril ietsje lager op zijn neus zet, en door zijn berichten scrolt. Het interview verloopt deze middag via een videoverbinding, en dat heeft het gesprek gebracht op hoe de moderne communicatiemiddelen het vak van bondscoach beïnvloeden.

“Hier heb ik een paar berichtjes,” zegt Van Gaal. “Even kijken hoor. Deze spelers noemen mij allebei ‘trainer’ en ze hebben het over ‘u’. Keurig toch? Werkt prima, dat WhatsApp. Jullie stuurden nu een verbinding via Google Meet, dat kende ik nog niet. Zoom wel. Zelf ben ik fan van Facetime. En Skype had ik als één van de eersten, jaren geleden al.’’

Heupblessure

Van Gaal is nog herstellende van de forse heupblessure die hij opliep in november. De rolstoel is inmiddels de deur uit en de bondscoach loopt ook al weer zonder krukken, maar hij doet nog wel veel vanuit huis. Dan heeft videobellen ook voordelen. “De eerste gesprekken voor mijn aanstelling heb ik ook via Facetime gedaan. Ik had toen uit de media vernomen dat sommige spelers mij niet zouden willen. Nou, ik heb ze meteen kunnen vragen of dat waar was, want ik had natuurlijk geen zin om aan een dood paard te trekken.’’

Videobellen biedt soms ook zicht op details die je in een ‘levende’ setting wellicht niet snel zouden opvallen. “Memphis Depay sprak ik terwijl hij nog op vakantie was. Bij het begin van het gesprek werd net zijn eitje aan zijn tafel gebracht. Nou, hij heeft geen hap genomen. Dat eitje werd koud en het bleef maar in beeld staan. Ze moesten een nieuw ei komen brengen. Toen was het een uur later.”

Sturen voetballers ook smileys naar hun 70-jarige bondscoach?

“Jazeker. Maar dat doe ik zelf ook, hoor. Als ik kort wil laten weten dat ik ergens mee akkoord ben, dan gaat die grote duim omhoog.” (Van Gaal steekt ter illustratie zijn duim op naar het videoscherm.) “En wil ik iemand bedanken, dan doe ik dat zo.” (Van Gaal vouwt zijn handen bij elkaar.)

U gaat mee met de tijd.

“Heb ik altijd gedaan. Dat is niet vanzelfsprekend voor mijn generatie, zie ik om me heen. Maar ik was één van de eersten die een IT-specialist in hun staf opnamen. En psychologen, inspanningsfysiologen. Dat heb ik aan mijn opleiding aan de ALO te danken: je moet altijd open blijven staan voor kennis, voor nieuwe ontwikkelingen. Mensen hebben een beeld van mij dat ik als coach een dictator ben, maar ik luister juist voortdurend naar mensen. Zeker ook naar jonge mensen, naar mijn spelers. Vervolgens neem ik, na overleg met mijn staf, zelf mijn beslissingen.”

Zo’n vervelende heupblessure, schaart u dat onder de onvermijdelijke gevolgen van ouder worden?

“Nee. Het was heel donker en glad die avond. Zo’n val had iedereen kunnen overkomen. De gevolgen van die val waren ook een beetje pech. Een breukje in de trochanter minor is vrij uitzonderlijk en heel pijnlijk. De iliopsoas hecht daar aan, dat is een stabilisatorspier. Daardoor voelde ik de pijn bij haast elke beweging.”

In uw laatste boek vertelt u dat u met Truus ‘een strategie’ heeft ontwikkeld om ouder te worden.

“Klopt. Dat moet je breed zien. De huizen waarin we wonen, zijn er speciaal op uitgekozen. Het zijn plekken waar we ook op latere leeftijd nog goed terecht kunnen, dicht bij faciliteiten. We hebben in Portugal en Zwitserland ook een extra slaapkamer laten inrichten. Dat is voor de verpleeghulp, als we die hulp later nodig hebben. Niet veel mensen kunnen dat zo doen, financieel, ik besef dat we bevoorrecht zijn.”

Dat is bovenal de praktische kant. Maar vindt u het in emotionele zin weleens moeilijk om ouder te worden?

“Daar heb ik niet zoveel moeite mee. Ik accepteer dat ik zelf ook dood kan gaan en dat de dood bij het leven hoort. Ik ben nooit een tijd uit de roulatie geweest als een dierbare overleed. Ik was snel weer aan het werk. Ik kan zelf ook eerder doodgaan dan gedacht. Maar ik denk het niet.’’

U bent nooit bang voor de dood?

“Nee. Ik heb nog wel een tijdje te gaan. Ik lijk op mijn moeder en niet op mijn vader. Mijn vader was pas 53 toen hij stierf, mijn moeder 83.”

Het neemt niet weg dat Van Gaal definitief bezig is aan zijn laatste klus als coach. Na een al eerder aangekondigd pensioen kwam één van de meest succesvolle Nederlandse voetbaltrainers dit jaar nog één keer uit zijn retraite. Toen de KNVB in de zomer aanklopte na het ontslag van Frank de Boer zei Van Gaal al snel ‘ja’. Met instemming van Truus, uiteraard, aan wie hij na zijn ontslag bij Manchester United in mei 2016 beloofde het rustiger aan te gaan doen. Van Gaal: “De stem van Truus is bij ons thuis nu groter dan de mijne.”

Net als bij het vorige WK onder zijn leiding, in 2014 in Brazilië, wil hij niets aan het toeval overlaten. ,,Straks in maart spelen we de eerste twee oefenduels. De ene heb ik net van 25 naar 26 maart laten verzetten. Zo heb ik al één dag méér om te trainen in het nieuwe spelsysteem dat we gaan inslijpen.’’

Veel mensen vinden u milder geworden, als ze u op tv zien bij Oranje. Kunt u zich daar iets bij voorstellen?

“In de omgang met de media ben ik milder, hoor ik vaak. (Lacht) Misschien laat ik mijn ergernissen gewoon niet meer zo zien als vroeger. Ik buig niet mee in dat geval, maar ik formuleer het net wat vriendelijker. Maar naar spelers toe, op het veld, ben ik nog precies dezelfde Van Gaal, hoor.”

U gaat een tweede WK meemaken. Als je het analyseert: wat heeft de winnaar van een WK nou áltijd?

Van Gaal neemt even bedenktijd. Dan: “Op één staat dat de spelersgroep natuurlijk kwaliteit moet hebben. Factor twee: de spelers moeten goed met elkaar door één deur kunnen en met de staf. Daarin zie je het leiderschap van de coach. En een derde factor is dat je ook een beetje geluk moet hebben. Maar geluk kun je zelf afdwingen.’’

Hoe groot was de geluksfactor bij jullie bronzen-WK in Brazilië?

“Ik denk dat we niet zoveel geluk hebben gehad, behalve dan in de achtste finale tegen Mexico. Die penalty voor 2-1 in de slotminuut moet je mee krijgen. Maar verder: in de eerste wedstrijd tegen Spanje waren wij tactisch veel slimmer dan zij. Daarna Australië: reguliere zege. Chili: onze beste wedstrijd. Na Mexico kwam Costa Rica en ook tegen Argentinië in de halve finale hadden we gewoon moeten winnen. Zo heb ik ook gewisseld in die wedstrijd, om te winnen. Achteraf had ik Huntelaar beter niet kunnen brengen en had ik Tim Krul weer moeten laten invallen voor de penaltyreeks. Maar dat is achteraf gepraat. Het blijft wel zonde dat we de penalty’s niet beter namen, want ik weet zeker: wij hadden een goede kans gemaakt in een finale tegen Duitsland. “

U vindt dat de spelersgroep nu meer kwaliteiten heeft dan die van 2014.

“In de verdediging en op het middenveld, ja. Over de hele breedte is deze selectie ook sterker. Maar voorin niet: Robin van Persie en Arjen Robben waren van uitzonderlijke kwaliteit. Toch is mijn overtuiging dat we in 2022 met een andere speelwijze, ik noem het 1-3-4-3 of 1-3-4-1-2, sterker worden dan we nu zijn in 1-4-3-3. En dat we kunnen verrassen.”

“Het beste team gaat het WK winnen. Het afgelopen EK bewees het ook maar weer: Italië had niet de beste spelers, wel het beste team. En zo heb ik dat ook gezegd tegen de Oranjevrouwen toen ik ze mocht toespreken in Zeist. Dat is later uit zijn verband gehaald, maar mijn boodschap was heel duidelijk.”

Hoort bij een andere speelwijze ook dat er straks weer spelers op verrassende posities kunnen komen te staan? Aanvaller Dirk Kuyt die ‘wingback’ werd, zoiets kan weer gebeuren?

“Voor het grote publiek zou het verrassend zijn als Arnaut Danjuma linkerwingback gaat spelen, terwijl hij nu alleen in de aanval te zien is. Maar hij heeft in 2018 als vleugelback gedebuteerd in Oranje. Maar als spits zou Danjuma voor ons ook een oplossing kunnen zijn. Zoals ik ook al een paar keer tegen Cody Gakpo heb gezegd dat ik hem meer zie in een rol centraal voorin dan op de flank. Bijvoorbeeld.’’

Zijn clubs als FC Barcelona, Juventus of Paris Saint-Germain feitelijk nog wel de échte top in Europa?

“Lees mijn laatste boek (uit 2019, red.), daar staat het allemaal al in. Dat Barcelona al een tijd niet meer een echt team was. Ze waren afhankelijk geworden van die ene man, Messi. Juventus was ook jarenlang zo’n hecht team, en toen kwam ineens Ronaldo, tegen de cultuur van de club in. Het is toch ook ongelooflijk dat Italië eerst Europees kampioen wordt en nu moet struggelen om zich te kwalificeren voor het WK. De coach zal niet opeens andere dingen doen, neem ik aan. Wie ben je als teamspeler? Dáár gaat het om. En dús liggen er altijd kansen, óók straks voor het Nederlands elftal. Wij kunnen in Qatar dat beste team worden.”

In de winter voor dat WK van 2014 interviewden we u ook. De kop was destijds: ‘Als we mijn weg volgen, maken we kans’. Dat zou nu opnieuw de kop kunnen zijn?

“Ja, dat lijkt me wel. Het wordt gezien als arrogantie als je dat roept, maar als trainer gaat het om twee essentiële dingen: leiderschapskwaliteiten en inzicht in het spel en karakters van spelers. Ik kan moeilijk zeggen dat ik dat niet heb, ik heb het allebei. Bij alle clubs waar ik gewerkt heb, heb ik prijzen gewonnen. Waarom zou dat met het Nederlands elftal niet kunnen?”

Richting het WK in Brazilië benoemde u al ruim van tevoren hét thema van dat toernooi: op en top fit zijn en voorbereid op de hitte. Spelers vertelden dat de flessen water tijdens het WK op hun nachtkastjes stonden. En ze bléven maar plassen. Wat wordt nu hét thema in Qatar?

“Niet het klimaat deze keer. Het thema zal worden dat je veel blessureafhankelijker bent bij een WK in november/december dan in juni.De maand oktober zal straks overvol zijn met clubwedstrijden, want de nationale competities draaien door tot vlak voor het WK. En de Champions League moet zijn poulefase afronden vóór het WK. Het kan in dit geval positief uitpakken voor spelers die mínder hebben gespeeld bij hun clubs dan anderen, waardoor zij fitter zijn om een WK te spelen.’’

Vindt u het jammer dat uw laatste klus in Qatar is?

“Ik heb altijd gezegd dat het een land is zonder voetbalcultuur. In het verhaal dat een WK mee moet helpen om een voetbalcultuur te ontwikkelen, geloof ik helemaal niet. En dan heb ik het nog niet eens over wat er nadien allemaal gebeurd is. Maar de Fifa heeft dit destijds besloten. Het is geen beslissing geweest van de spelers, de coaches of de fans. Wij zijn sporters, dus we gaan erheen. Het is nu eenmaal zo.’’

U vindt het niet uw taak te ageren tegen Qatar of tegen de mensenrechtensituatie daar?

“Die taak hoort primair bij de bonden. Dat is absoluut geen vlucht, ook geen kwestie van je ogen sluiten. Het hoort gewoon niet op het bord van een sporter of een sportteam te liggen. Anders zou je echt nergens meer naartoe kunnen voor een wedstrijd of toernooi. Zelfs niet naar Nederland.”

Laisser-faire

Van Gaal prees al meerdere keren publiekelijk de professionaliteit en houding van zijn Oranjespelers, vaak aangeduid als kinderen van ‘Generatie Z’. Jongeren die bovenal individualistisch zouden zijn ingesteld, en die niet meer bevattelijk zouden zijn voor hiërarchie of kritiek. “Ik vind het echt een geweldige groep,” zegt de bondscoach ook vandaag weer. “Ze zijn leergierig, staan open voor input, zijn betrokken. Je kunt echt van ze op aan.”

Dat is niet per se het gevolg van een maatschappelijke tendens, ziet ook Van Gaal. Ook hij maakt zich zorgen over de ontwikkelingen in Nederland, met steeds meer onderling wantrouwen en verdeeldheid. “Het is niet alleen een gevolg van hoe de maatschappij functioneert, maar ook gewoon van opvoeding. Dat je van je ouders meekrijgt dat je óók medeverantwoordelijkheid moet dragen voor de ander.”

Het begon in zijn ogen allemaal met het laisser-faire (de zaken op zijn beloop laten gaan) dat Joop den Uyl in de jaren 70 hanteerde. Ineens waren er helemaal geen regels meer.

Van Gaal, fel nu: “Vanaf een zeker moment moest in Nederland alles maar kunnen. ‘Regels’ waren zogenaamd ouderwets. Mensen moesten allemaal maar vooral in hun waarde worden gelaten. Nou, ik kijk daar anders naar. Je moet rekening houden met elkaar, júist door je gewoon aan afspraken en regels te houden. Zo ben ik opgevoed. Normen en waarden. Respect tonen naar je medemens. Daar is niets ouderwets aan.”

Meer over