PlusInterview

Jong Ajax-trainer John Heitinga over Mohammed Ihattaren: ‘Hij moet afspraken maken met zichzelf’

John Heitinga tijdens de wedstrijd Jong Ajax-Jong PSV op De Toekomst in februari van dit jaar. Beeld Ron Baltus/Pro Shots
John Heitinga tijdens de wedstrijd Jong Ajax-Jong PSV op De Toekomst in februari van dit jaar.Beeld Ron Baltus/Pro Shots

John Heitinga (38) heeft zijn eerste seizoen als hoofdtrainer in het betaald voetbal achter de rug. Hij eindigde met Jong Ajax als zevende. Een gesprek over vroege transfers, het trainerschap en Mohammed Ihattaren. ‘Sommige talenten hebben een extra zetje nodig.’

Dick Sintenie

Was u woensdag in de Arena bij de kampioenswedstrijd tegen Heerenveen?

“Ja, ik was er met mijn zoon Lennox. Hij vond het geweldig. Hij is supporter van de club én speler. Hij voetbalt in de Onder 11. Ik kreeg ook wel flashbacks naar vroeger, toen ik zelf op het veld stond. Het was een mooie wedstrijd, ik heb een paar prachtige aanvallen gezien. Vooral de tweede goal, met die actie van Jurriën Timber. Hij was dit seizoen heel solide als verdediger, maar dit kan hij dus ook: combineren op de helft van de tegenstander, doorversnellen. Echt een moderne voetballer.”

Hij speelt op uw positie, die van rechter centrale verdediger. En hij is niet de eerste die op die plek doorstroomt naar het eerste elftal.

“Na mij kwam Toby Alderweireld, later Matthijs de Ligt en nu dus Timber. Allemaal uit de eigen jeugd. Dat is het mooie van Ajax, daar onderscheidt de club zich mee.”

Het zijn allemaal verschillende types, als ­verdediger. U was kopsterk en had een mooie pass, De Ligt was één bonk kracht en Timber is juist meer een stylist.

“Je ziet ook hoe het voetbal verandert. Het Ajax van nu speelt bijna volledig op de helft van de tegenstander. Dan verdedig je op de middenlijn. Er wordt veel gevraagd van Timber en Lisandro Martínez. Je hebt vijftig meter ruimte achter je liggen. Elk foutje, elke verkeerde ­inschatting kan fataal zijn. Timber heeft een geweldig spelinzicht – hij komt zo vaak voor zijn man – en hij straalt in alles rust en controle uit. Knap voor iemand van 20 jaar oud.”

Timber wordt ook al gelinkt aan een transfer. Hoe oud was u toen u Ajax verliet voor Atlético Madrid?

“Ik was 25, maar ik ben ook twee keer geblesseerd geweest. Vrij lang ook. Voetballers vertrekken soms op jongere leeftijd, maar ze debuteren ook steeds jonger. Ik hoorde trainer Erik ten Hag zeggen dat Timber 72 wedstrijden in Ajax 1 heeft gespeeld. En daarvoor heeft hij met Jong Ajax in de eerste divisie ook al flink wat ­ervaring opgedaan. Ryan Gravenberch idem ­dito. Hij speelde op zijn zestiende al in Jong Ajax en heeft nu meer dan honderd wedstrijden in Ajax 1 op zijn naam staan.”

U hebt nu één seizoen met Jong Ajax achter de rug. Voelt u zich al helemaal trainer?

“Ik ben al een tijdje bezig. Ik heb mijn diploma’s gehaald, TC 1 en Pro Licence. Als onderdeel van de studie liep ik mee met Erik ten Hag bij Ajax 1. En ik heb vier jaar het hoogste jeugdteam van Ajax getraind. Ik bewandel het pad van de geleidelijkheid. Ajax heeft een traject voor mij uit­gestippeld. Daar ben ik blij mee, misschien leidt dat ooit naar Ajax 1. De club kent mijn ­ambities. Maar voor nu zit ik goed bij Jong Ajax. Mijn contract loopt nog een jaar door, ik ga elke dag met veel plezier aan het werk en ik heb nog genoeg te leren.”

Hoe moeilijk is het coachen van een beloftenelftal?

“Alles staat in het teken van Ajax 1. Dat team is leidend. Jong Ajax past zich aan en staat in dienst van het eerste. Soms heb ik vier spelers op de training, soms elf en dan weer 24. Elke wedstrijd heb ik te maken met vijf of zes wijzigingen in het elftal. Het heeft geen zin om daar gefrustreerd over te doen, dat heb ik mijn spelers in de allereerste week al gezegd. Bij ons staat het individu, de persoonlijke ontwikkeling, voorop. Ze krijgen daarvoor een podium: de eerste divisie. Je speelt soms in een vol stadion, de wedstrijden zijn op tv en de competitie is fysiek zwaar. De jongens hebben na een moeizaam begin reclame voor zichzelf gemaakt, met aantrekkelijk voetbal en veel goals. De laatste wedstrijd zat De Toekomst vol.”

Het belangrijkste is toch dat een aantal van uw ­spelers heeft bijgedragen aan het kampioenschap van Ajax 1?

“Zeker, het is mooi om te zien dat Youri Regeer in de kampioenswedstrijd tegen Heerenveen nog zijn minuten mocht maken. En dat hij zijn eredivisiedebuut heeft gemaakt in een goede wedstrijd tegen PEC Zwolle. Zoals Liam van ­Gelderen dat deed tegen NEC. Kenneth Taylor heeft in de laatste weken zelfs een basisplaats afgedwongen. Zij stonden er toen het moest.”

Vindt u ook dat de stap van Jong Ajax naar Ajax 1 groter is geworden?

“Ja, het niveau is omhooggegaan. Kijk naar de resultaten in de Champions League. De ambitie van de jongste generatie is vaak groter dan hun ontwikkeling. Wat wij de spelers voorhouden: hard werken. Discipline en herhaling leveren resultaat. Tegen mijn spelers zeg ik: maak ­afspraken met jezelf over wat je wilt. Als je die niet nakomt, kun je maar één persoon de schuld geven. Als je naar het niveau van het eerste elftal wilt groeien, dan moet je een buiten­categorie speler zijn: technisch, fysiek en cognitief.”

John Heitinga: ‘Als je naar het niveau van het eerste elftal wilt groeien, moet je een buitencategorie speler zijn: technisch, fysiek en cognitief.’ Beeld Marcel van Dorst/Pro Shots
John Heitinga: ‘Als je naar het niveau van het eerste elftal wilt groeien, moet je een buitencategorie speler zijn: technisch, fysiek en cognitief.’Beeld Marcel van Dorst/Pro Shots

Wie zijn de voorbeelden voor de talenten in zo’n piepjonge spelersgroep?

“Aan het begin van dit seizoen stond Dusan ­Tadic bij ons op het trainingsveld. Hij laat ­voetbal er zo simpel uitzien, maar het is voor de meesten ingewikkeld. Zijn motivatie en zijn arbeidsethos werken inspirerend. Jongens gaan zich afvragen: kan ik dat elke dag opbrengen? Tadic zet echt een norm neer. Als zo’n voetballer van het eerste achter je aan zit, dat werkt beter dan welke trainingsvorm ook. En beter dan een preek van een trainer.”

Christian Eriksen heeft na zijn hartproblemen ook met Jong Ajax meegetraind voordat hij de stap maakte naar Brentford. Hoe was dat?

“Ik kreeg het gevoel alsof Christian opnieuw voor zijn debuut stond als profvoetballer. Zo ­gedisciplineerd als hij is, al die extra uurtjes die hij maakt op het veld. We speelden een keer een positiespel, twee tegen twee met Chris als vrije man. Iedereen stond eromheen: spelers, staf­leden. Niet één fout maakte hij. Nul. Voor jonge voetballers die denken dat ze zelf vrij goed zijn, is dat een eyeopener.”

Je kreeg ook Mohammed Ihattaren in de selectie met een enorme fysieke en conditionele achterstand. Hoe gaat het met hem?

“Hij moet zelf de handschoen oppakken. Als Mo op Champions Leagueniveau wil voetballen, moet hij nog stappen zetten. Intrinsieke motivatie is belangrijk, maar sommige talenten hebben een extra zetje nodig. Iets meer structuur en kader. Er komt nu een vakantieperiode aan, dan moet hij afspraken maken met zichzelf.”

Dat was voor u geen probleem: intrinsieke motivatie?

“Nee. En die heb ik nu als trainer ook nodig, want met de weg die ik volg, begin ik weer helemaal onderaan de berg. Ik voel me wel echt op mijn plek. Ik praat veel met mensen binnen de club, maar ook daarbuiten, over hun ervaringen, zoals Mark van Bommel, Frank Rijkaard en Frank de Boer. En ik denk ook geregeld terug aan trainers onder wie ik heb gewerkt: David Moyes, Roberto Martínez, Louis van Gaal, met zijn discipline en structuur. Ik probeer dit vak echt zo goed mogelijk in de vingers te krijgen.”

Luister onze Ajaxpodcast Branie:

Meer over