Irene Schouten tijdens de training in de National Speed Skating Oval, twee dagen voor de start van de Spelen.

PlusProfiel

Irene Schouten: topfavoriet der topfavorieten in Peking

Irene Schouten tijdens de training in de National Speed Skating Oval, twee dagen voor de start van de Spelen.Beeld ANP

Irene Schouten, dit seizoen ongenaakbaar, is deze Winterspelen titelkandidaat op vier onderdelen. Ze is zowel lief als een haaibaai, zeggen haar dierbaren. Maar vooral keihard voor zichzelf. Een profiel van de schaatsster die zaterdag voor haar eerste goud gaat op de 3000 meter.

Lisette van der Geest

Daar stond hij tijdens de tweede date, bij de oliebollenkraam op de kermis van Wervershoof. De groene ogen in het onschuldige gezicht van de blonde jonge vrouw voor hem keken lichtelijk bezorgd. “Is die suiker wel goed?” vroeg ze. Ze bewoog haar dik met poedersuiker bestrooide oliebol omhoog, zijn kant op. “Moet je eens ruiken.” Hij denkt nog: die neemt me niet in de maling.

“Tja,” zegt Dirkjan Mak zo’n vierenhalf jaar later. “En toen had ik volle bak een oliebol in mijn gezicht, mijn hele toet onder de suiker.”

In de jaren na die oliebol nam hij zich meerdere dingen voor: ik ga haar ten huwelijk vragen – de bruiloft staat in juni gepland – én: hier trap ik nooit meer in. Voor de goede orde: dat heeft hij ook nooit meer gedaan, maar: “Als je het haar vriendinnen vraagt, zullen ze altijd zeggen: ‘Ruik nooit aan Irenes eten.’ Ze neemt echt iedereen die nieuw is in de maling.”

Van de Nederlandse olympische schaatsequipe vol topfavorieten is er één de onbetwiste aanvoerster: Irene Schouten (29). Niemand was de afgelopen maanden zo dominant als zij, zowel nationaal als internationaal. Ze komt deze Winterspelen in actie op vier onderdelen, de 3000 en 5000 meter, de ploegenachtervolging en de massastart, en maakt bij alle vier kans op goud. “Maar,” tempert haar twee jaar oudere broer Simon direct de verwachtingen, “er zijn altijd eendagsvliegen op zulke toernooien, dat is het lastige. Al weet ik zeker dat ze het kan. Dat wist ik al van jongs af aan.”

Op de trekker naar de ijsbaan

Hoe vaak zij wel niet samen naar de ijsbaan reden. Eerst met de bus die vanuit het dorp naar Alkmaar reed en het gros van de buurtkinderen meenam – schaatsen hoort bij veel West-Friezen bij de opvoeding. Later gingen ze samen met de trekker naar Hoorn. Daar was in hun tienertijd een ijsbaan gebouwd en Simon had inmiddels zijn trekkerrijbewijs gehaald. Wel zo handig. Zo konden zij, twee van de vier kinderen uit een tulpenkwekersgezin, zelf naar de training. Parkeren moest wel over meerdere vakken.

Nog weer later reden broer en zus, inmiddels per auto, soms wel vijf keer per week over de Afsluitdijk voor trainingen in Heerenveen, bij de schaatsploeg van Jillert Anema waar ze allebei deel van uitmaakten. Simon is drie jaar geleden gestopt. “Maar wij begrijpen elkaar op sportgebied natuurlijk beter dan de rest van de familie. We weten wat je ervoor moet doen en laten, hoe het voelt om verzuurde benen te hebben, wat een intervaltraining is, dat soort dingen.”

Ze zijn onderdeel van een hecht gezin. “Maar het is niet zo dat je elkaar de hele dag stalkt. Alleen voor het noodzakelijke.” Stoer, nuchter, hard werken, ondernemen, dat is het credo. Maar wie goed luistert, hoort ook de genegenheid. Vader Klaas over de plannen van zijn dochter om dit jaar samen met Dirkjan een huis te bouwen: “Ik zeg: denk erom, het moet een huis wezen, geen echoput. Als je elkaar moet zoeken in huis, kun je tot 25 graden stoken, maar komt er geen warmte in.”

Schoutens wereld draait om West-Friesland. Om thuis, waar haar familie woont, waar haar moeder wordt verzorgd sinds haar zware hersenbloeding in 2016, en waar haar vriend en vriendinnen zijn. Als ze in april haar jaarplanning krijgt, kijkt ze direct of de ploeg in Nederland is tijdens de kermis van Wervershoof. Een kermis die – los van de kans op grappen met oliebollen – draait om gezelligheid, niet om attracties. Dan staat ze daar, met hooguit een glaasje bessenjenever, waar ze dan uren mee doet. Keihard drinken is aan haar niet besteed. In de middag beginnen, voor middernacht weer naar huis; de volgende dag moet er weer getraind worden.

Het gros van de profschaatsers woont in Heerenveen. Dicht bij de baan, zodat er nauwelijks energie wordt verspild aan reistijd. Zij probeerde het ook: wonen in een andere stad, zo’n vijf kwartier per auto van haar geboortegrond, maar ze werd er niet gelukkig van. Nu verhuurt ze kamers in haar huis. Ze slaapt er zelf hooguit twee nachten, in een drukke trainingsweek. Liever rijdt ze heen en weer, die Afsluitdijk af. Een blij mens maakt een sterkere sporter, meent zij. Niet minder reistijd.

‘Er zit een kop op’

Als het aankomt op inzet, op arbeid, op discipline, zijn er weinig mensen die haar evenaren. “Er zit een kop op,” zegt Simon met een spottende lach. “Ze heeft echt een keiharde kop,” zegt ook oud-ploeggenoot Carien Kleibeuker. “Ja,” beaamt haar vader grinnikend, “daar zit wel een kop op, hoor.”

Ze was een jaar of negen en er was ’s avonds in het dorp een bijeenkomst voor jonge kinderen van de scouting. Of de brandweer, of een EHBO-oefening – de exacte toedracht is Klaas inmiddels vergeten. Maar wat hij nog als de dag van gisteren weet, is hoe kwaad zijn dochter was. Het kon niet, ze wilde niet, zij moest de volgende dag trainen en dus op tijd naar bed. Het wilde er bij haar niet in dat dat niet ging gebeuren. “Uiteindelijk heb ik haar in de auto getrokken, zijn we erheen gereden, maar toen ik uitstapte had zij alle deuren op slot gedaan.” Toch haar punt gemaakt.

null Beeld ANP
Beeld ANP

Carien Kleibeuker staat ruim vier jaar geleden op Tenerife met haar fiets in de hand op Schouten te wachten, ‘een tikkeltje onnozel, achter een wildrooster.’ Het is tegen het einde van de middag, hun duurrit zit er grotendeels op en Schouten, die dag iets langzamer in klimmen dan Kleibeuker, remt als ze haar wachtende ploeggenote ziet. Dan gaat het mis. Haar wiel komt tussen het rooster, ze gaat neer, blijft zelf heel, maar haar derailleur is stuk. Terugfietsen is onmogelijk.

“Dus Irene wordt opgepikt met de auto. Maar bij terugkomst in het hotel wil ze dat haar fiets direct gerepareerd wordt. Ze had geluk, er zat ook een wielerploeg, dus iemand zegt: ‘Kom maar hier met die fiets, ik maak ’m wel.’ Ik zou denken: mooi, mijn fiets is klaar, het is het einde van de dag, ik ga lekker douchen. Zij stapt de fiets op terwijl het al schemert en gaat nog twee uur fietsen. Plus een beetje extra, want ze was toch al bezig.”

Ze is ‘stronteigenwijs’, wat haar soms opbreekt omdat ze dan te veel doet, en ze is een ‘eeuwige doorzetter’, wat haar zo goed maakt. Ze heeft er een hekel aan als ploeggenoten te laat op een training komen. Sowieso staat ze ’s ochtends om zeven uur al stuiterend naast haar bed, weet Kleibeuker, kamergenote bij diverse trainingskampen en wedstrijden en juist géén ochtendmens. “Een bijzondere gave.”

Haar vader noemt haar, liefkozend, een sloddervos. “Ze kan op één vierkante meter wel tien dingen kwijtraken,” lacht haar vriend. “Dat vind ik wel mooi.”

Schouten haalde met hard werken haar havodiploma en volgde een opleiding sport en bewegen, die ze uiteindelijk niet volbracht – de combinatie met topsport bleek onmogelijk. Eigenlijk, vertelt haar vader, heeft ze haar hele leven voor één ding geleefd: “Sporten, sporten, sporten.”

Pittige haaibaai

Ze groeide op als ‘lief, rustig meisje’. Nooit hoefde ze naar bed te worden gestuurd, ook niet als een film nog tien minuten duurde. Slaap is belangrijk, wist ze. Maar soms, als het om sport ging, kon het lieve meisje veranderen in een ‘pittige haaibaai’. Ze wordt gedreven door haar wil om te winnen. Vroeger handbalde ze. Klaas: “Daar was ze ook verschrikkelijk goed in. Maar dan zat er soms een meisje bij waarvan de motoriek nog niet goed werkte. Dan liep ze erop af en trok ze gewoon de bal uit haar handen om verder te spelen. Als ouder langs de kant draaide je je dan maar eventjes om.”

Door haar vader begon ze ooit met skeeleren. Klaas vond het een mooie sport – “Lekker zweten, goed voor je conditie.” Was het een mooie zomeravond, dan nam hij zijn kinderen mee, in een treintje door de polder. Irene was toen een jaar of zeven. Klaas: “Ik heb altijd gedacht: tot mijn vijftigste maak ik gehakt van ze. Nou, we waren twee jaar verder en zij stonden bij het stoplicht op me te wachten. Kwam ik afgepeigerd aan. Rust werd me niet gegund, ze gingen zo weer door.”

Broer Simon twijfelt niet over zijn zusjes capaciteiten om olympisch goud te halen. “Ze is zo sterk, ze skeelert drie uur met de mannen mee. Ik weet zeker dat geen andere vrouw dat redt, al trainen ze er drie jaar voor.”

Zagen ze vroeger tijdens de skeelertochten iemand voor zich rijden, dan riep Klaas: “Jongens, die moeten we opvreten.” Zo ging het later ook in de marathon, de andere schaatsdiscipline waar Schouten inmiddels met kop en schouders boven de rest uitsteekt – mits ze meedoet. En precies zo kan ze in haar olympische ritten over haar concurrentie denken, zegt Klaas: “Die benne voor mij.”

Meer over