PlusReportage

In het Vondelpark gloort hoop op betere tijden voor het inlineskaten: ‘Alleen op skeelers naar de Spelen’

Zon, rijendik publiek en spektakel op het asfalt: de NK 100 meter inlineskaten in het Vondelpark bleek een perfect recept om het skeeleren – het ‘vergeten kindje’ van de KNSB – weer leven in te blazen. In het Amsterdamse groen overheerste zondagmiddag de hoop op een betere toekomst.

Maarten Teunisse
Merijn Scheperkamp. Beeld Hidde Muije
Merijn Scheperkamp.Beeld Hidde Muije

Door de speakers wordt herhaaldelijk aan de passerende en flanerende Amsterdammers verteld wat er eigenlijk aan de hand is: een 100 meter sprint op skates, mét olympiërs en met de nationale titel op het spel. En dat trekt ze wel aan. “Dit is toch prachtig,” zegt Ronald Mulder, oud-wereldkampioen inlineskaten, maar vooral bekend van zijn prestaties op het ijs. “Het is een nieuwe kans om deze sport te promoten en te laten zien aan een publiek dat het normaal niet ziet.”

Samen met zijn tweelingbroer Michel spreekt hij vol liefde over ‘hun sport’. Sinds de Europese titels van Ronald is er nog lang geen opvolger, terwijl de financiële ondersteuning voor jonge talenten ook is stopgezet. “Ik denk dat de speerpunten van de KNSB meer op het schaatsen liggen, maar het is lastig om te zeggen of het daardoor komt. Een goede lichting is ook belangrijk.”

De huidige kleine lichting was zondagmiddag in het historische park aan de beurt om te schitteren. Op dé skateplek van Nederland, waar in de coronajaren menig verveeld amateursporter is begonnen met skaten, moest de sport een extra boost krijgen. Mocht het een succes zijn, dan hoopt de sportbond ook de NK Marathon er volgend jaar te organiseren.

“Mensen moeten realiseren dat dit ook een professionele sport met een toekomst is,” legt Roland Mulder uit. “We kunnen lang speculeren over waarom dat nog niet is gebeurd, maar daar hebben we niks aan. Het is belangrijk dat er met deze jongens niet gebeurt wat er met ons is gebeurd.”

Spagaatfinish

Hij wijst naar de junioren die achter hem stuk voor stuk in een kunstige spagaat over de finish komen. “Ze hebben er plezier in, die kans hadden wij niet. Onze skatekleding werd ooit afgepakt, omdat we echt niet mochten skaten in de zomer. De talenten worden ook nu nog te vaak naar het schaatsen getrokken, terwijl ze bijvoorbeeld skaten leuker vinden. Ik zou het wel eens andersom willen zien gebeuren.’’

Dat zou een optie zijn voor oud-inlineskater Merijn Scheperkamp. De 22-jarige olympisch schaatser oefende speciaal voor het evenement de beroemde spagaatfinish, maar moest genoegen nemen met brons. Een terugkeer naar het skeeleren – zoals de broers Mulder hopen – zit er echter absoluut niet in.

“Het is een fantastische sport, maar professioneel skeeleren bestaat natuurlijk niet. Bij schaatsen word je betaald om in een pak rond te rijden, en dat is het allergrootste verschil. Daarbij is het ook niet olympisch. Als je op een gegeven moment in een commerciële ploeg komt, word je betaald om te schaatsen, niet om te skeeleren. Als het financieel mogelijk was en de sport olympisch was, dan was een carrière in het skeeleren zeker een optie geweest, maar...” Scheperkamp glundert even. “Nu loopt het ook prima, hoor.”

Plezier

Toch zijn er wel talenten die vol voor het skeeleren willen gaan. Zo sprint de 19-jarige Fleur Huls, gekleed in de Friese vlag, naar een zilveren plak in Amsterdam (één plekje voor Dione Voskamp), nadat ze eerder in de week met een gekneusde heup de nationale titel op het one lap-onderdeel had gepakt. “Het gaat mij echt om het plezier,” vertelt ze.

“Ik heb zó veel plezier in het skeeleren, en dat is groter dan de drang om geld te gaan verdienen in het schaatsen. Natuurlijk zijn de Olympische Spelen een droom, maar het haalt me niet over. Als ik naar de Spelen ga, wil ik dat op skeelers doen.” Scheperkamp blijft nog sceptisch. “Dat zei ik vroeger ook. Maar op een gegeven moment komt het schaatsen om de hoek kijken, en is het eigenlijk geen keus meer.”

Toch overheerst de hoop op een betere toekomst in het Vondelpark, waar de toevallige passanten lang blijven hangen om de spannende finales te kijken. “Echt te gek,” volgens Michel Mulder. “De normale mensen zijn er ook, niet alleen familie en vrienden. Wie weet gaan ze ook allemaal skaten, en dan gaat het balletje vanzelf weer rollen.’’

Meer over