PlusAnalyse

Hoe Feyenoord en Arne Slot alsnog werden gedwongen tot een bijrol

Arne Slot was een seizoen lang de meest bewierookte trainer van Nederland, maar winnen van de sluwe strateeg José Mourinho bleek in Tirana een brug te ver. Een harde, maar ook louterende les voor de jonge trainer. ‘Misschien moet ik voortaan óók wat meer kabaal gaan maken richting de vierde official.’

Sjoerd Mossou
José Mourinho en Arne Slot. Beeld REUTERS
José Mourinho en Arne Slot.Beeld REUTERS

Het is al ver na middernacht in het Air Albania Stadium, als er plots een deur opengaat aan de zijkant van de perskamer. Zingend stuift Leonardo Spinazzola de zaal in, een muziekboxje en een grote fles in de hand, vrolijk champagne spuitend richting José Mourinho.

Een sliert van Romaspelers volgt, allemaal lachend, richting de trainer. Zingend maken ze een dol vreugdedansje met Mourinho, de coach in zijn natte pak, om kort daarna collectief in de catacomben te verdwijnen. Einde persconferentie; nog voor-ie goed en wel was begonnen.

Het contrast met een half uurtje eerder kan haast niet groter. Daar zat de verslagen Feyenoord-trainer Arne Slot in zijn trendy witte overhemd, rustig analyserend waar het precies was misgegaan met Feyenoord. In typische Slot-stijl. Afgewogen en kalm, formulerend in heldere en zorgvuldig gekozen volzinnen.

Zo cynisch en frustrerend als de avond voor heel Feyenoord was, zo ontnuchterend was die ook voor de jonge trainer (43), in zijn eerste grote finale ooit. Want precies zoals je vooraf vreesde dat het zou gaan, ging het ook. Hoe zorgvuldig Slot ook had geprobeerd om strategische wapens te vinden, en om zijn elftal voor te bereiden op een grote Europese wedstrijd: het bleek niet voldoende.

“Je weet dat je tegen een Italiaanse ploeg nooit tien kansen gaat krijgen,” aldus Slot. “Zeker niet als die ploeg ook nog eens door Mourinho wordt getraind. We hebben na rust zeker wel onze kansen gecreëerd, maar dan moet het ook een beetje meezitten.”

Zo kil en simpel werkt het vaak in finales, maar toeval was het wedstrijdverloop natuurlijk ook weer niet. De Uefa-persman benoemde het nog maar eens toen Mourinho naast hem kwam zitten: de Portugees had zojuist zijn vijfde (!) Europese beker gewonnen. Nog nooit in zijn carrière verloor Mourinho een internationale finale, ook niet tegen tegenstanders die op voorhand hoger werden ingeschat.

Feyenoord was in Tirana geen uitgesproken favoriet, maar met zijn spel maakte het dit seizoen een grotere indruk in Europa dan AS Roma deed. Voor rust was daar echter niets van te zien. Moeiteloos bleven de Italianen overeind. En meteen toen Nicolò Zaniolo knap de 1-0 had gemaakt, voelde je het aan alles: dit zou wel weer eens een typische Mourinho-finale kunnen worden.

Bijrolletje

De televisieregie voelde dat ook. Voortdurend zoomden de camera’s in op de Portugees aan de zijlijn, theatraal als altijd, steeds opnieuw ontstekend in woede en quasi-verbazing. Gedwongen had Slot slechts een bijrolletje in de schaduw van de showman, een paar meter verderop.

De in Europa nog onbekende trainer kon weinig anders dan zijn rustige zelf blijven: qua dramatiek en amateurtoneel zou de Nederlander het in alle opzichten verliezen van Mourinho.

“Misschien moet ik in de toekomst ook maar wat meer druk uitoefenen op de vierde offical,” zei Slot na afloop, glimlachend. “Als je ziet dat dat van de andere kant continu gebeurt, de hele wedstrijd door, hoop je dat je kalmte uiteindelijk beloond wordt. Dat bleek niet het geval.”

In de directe nasleep van de nederlaag heb je er weinig aan, maar ook voor Slot was de finale een louterende ervaring. Als jonge trainer, opgegroeid bij clubs uit de middenmoot van de Nederlandse eredivisie, was het duel in Tirana ook onherroepelijk een vuurdoop. Een spoedcursus in internationaal topvoetbal.

Slot kreeg dit seizoen zeer terecht de credits voor de voortreffelijke metamorfose van Feyenoord, dat met aantrekkelijk en dynamisch voetbal de harten van het Legioen veroverde. Maar ook de Conference Leaguefinale verzilveren bleek uiteindelijk een brug te ver.

Dat kwam niet omdat de trainer tactische fouten maakte, maar ook Slot had niet de macht om zijn spelers te behoeden voor de beroerde eerste helft die ze speelden. De Feyenoordtrainer zocht de verklaring daarvoor bovenal in de strategische keuzes van zijn spelers. Die zochten veel te veel de weg door het midden, vond Slot. Maar onmiskenbaar speelde er ook nog wat anders.

Tegenvallende Trauner

Spelers zoals Orkun Kökcü, Guus Til, Cyriel Dessers en Reiss Nelson haalden domweg hun niveau niet. De meest onverwachte tegenvaller: verdediger Gernot Trauner. Normaal het toonbeeld van rust, nu sprong de Oostenrijker plots twee keer merkwaardig onder een bal door, waarvan één keer met desastreuze gevolgen.

In de analyse die volgt zal Slot daarom óók kritisch moeten kijken naar de manier waarop hij zijn ploeg prepareerde voor de finale. Niet zozeer omdat daar oneindig veel mis ging: dit Feyenoord was met zijn grofweg 23 jaar gemiddeld veel minder gelouterd dan de tegenstander. In andere gevallen had AS Roma meer individuele kwaliteit - en lang niet alles is in voetbal tot achter de komma te managen.

Maar naast Slot stond wel een motivatiekunstenaar zoals het voetbal die zelden zag. Een coach die het talent heeft om, als het er echt om gaat, zijn spelers tot het absolute uiterste te dwingen. Al neemt de Feyenoord-trainer straks maar een fractie van die lessen mee richting de rest van zijn carrière.

Voor Slot, misschien wel de meest veelbelovende trainer van Nederland, zou het genoeg moeten zijn om straks - alsnog, ooit - zijn eerste grote Europese prijs te winnen.

Meer over