PlusAchtergrond

Hockeyclub Pinoké doet nu mee voor de prijzen: ‘Wij zijn een topclub in wording die ook nog eens heel gezellig is’

Stella van Gils van Pinoké tijdens de wedstrijd tegen HGC op 22 oktober. Beeld Bart Scheulderman/Pro Shots
Stella van Gils van Pinoké tijdens de wedstrijd tegen HGC op 22 oktober.Beeld Bart Scheulderman/Pro Shots

Hockeyclub Pinoké stond vooral bekend als die gezellige hoofdklasseclub in het Amsterdamse Bos met geweldige hockeyfeestjes – ‘Thé Dansants’ – in een oude skihut. Na jaren bouwen en investeren aan het tophockey zijn de play-offs bij de mannen én vrouwen serieus in zicht.

Sander Collewijn

Veel hoofdklasseclubs in het hockey hebben de ambitie om weer een stapje hoger te komen, in een sport die balanceert tussen amateurisme en professionaliteit. Maar het is Pinoké dat die ambitie nu concreet heeft gemaakt. Bij de club is de afgelopen jaren hard gewerkt om nieuwe sponsors te vinden. Het budget voor tophockey is nu een gezonde 550.000euro, een toename van 30 procent in de afgelopen jaren. Het is een begroting waarmee je in de hoofdklasse mee kan doen in de bovenste regionen, hoewel gevestigde topclubs zoals Bloemendaal en Amsterdam richting een budget van een miljoen euro gaan.

De club uit Amstelveen smijt niet met het nieuwe geld. Toen Daan Sabel (34), coach van Dames 1, de Argentijnse international Delfina Merino (32) kon contracteren, bedankte hij vriendelijk. Natuurlijk zou de voormalig beste speelster van de wereld wat toevoegen aan de selectie, maar alleen op korte termijn. Op de lange termijn zou ze de ontwikkeling van een echte Pinoké-aanvalster als Kari Stam (24) in de weg zitten.

“Merino had een gigantische salariseis. Als je daaraan voldoet, geeft dat scheve gezichten in de ploeg. Wij kopen geen plek in de top 4,” zegt Sabel, die drie jaar geleden begon als hoofdcoach, toen Pinoké net weer was gepromoveerd uit de overgangsklasse. Daarvoor was hij twee jaar assistent.

Nieuwe filosofie

Het bestuur van de Amstelveense club vertelde Sabel bij zijn aantreden dat ze het vrouwenteam lang verwaarloosd hadden. Een decennium lang stond Pinoké Dames 1 bekend als een ‘draaideurteam’. Elk jaar kwamen er zo’n tien speelsters bij en gingen er weer tien speelsters af, er was geen continuïteit en er werd vooral tegen degradatie gevochten.

Op een ‘simpel A4’tje’ schreef Sabel een nieuwe filosofie. “We wilden een herkenbaar team maken, met zoveel mogelijk speelsters uit de jeugd en met spelerscontracten die minimaal twee of drie jaar duren. En nu zijn we de enige hoofdklasseclub met de mannen én de vrouwen in de top 5.”

Pinoké heeft met Stella van Gils (22) een Nederlandse international in de gelederen. Het is een luxe die de club niet gewend is. Ook de komst in 2020 van goaltjesdief Kelly Jonker (31), oud-international, heeft veel betekend voor de vrouwen van Pinoké. Sabel is zeer lovend over zijn aanvoerster, die terug van haar zwangerschapsverlof nog ongelofelijk fanatiek is.

Toen Sabel haar vorig jaar vertelde dat de trainingen voorlopig uitvielen, baalde ze daarvan. “Kelly zei: ‘Ik wil niet dat het weer stilgelegd wordt. Ik wil trainen, ik moet mijn backhandaanname nog verbeteren’,” zegt Sabel, met lichte verbazing. “Ze heeft 168 interlands op haar cv. Ze is een waanzinnig goede speelster, die heel rustig is en goed kan uitleggen. Ze heeft de top gezien, maar snapt ook van welk niveau de jeugd van Pinoké komt en waar het heen moet.”

Mannen in 2012 dichtbij play-offs

Het verhaal van de opbouw van de mannen van Pinoké begint een stuk eerder dan bij de vrouwen. In 2013 was er het besef dat het anders moest. Met een relatief oud team met ex-internationals als Timme Hoying en Jesse Mahieu hadden de Steekneuzen de play-offs kunnen halen, maar dat lukte – op dramatische wijze op de laatste speeldag, nog steeds een clubtrauma – toch niet.

Daarna moest er opnieuw worden gebouwd. De club keek nadrukkelijk naar de jeugd, die elk jaar finales om de landstitel speelde, maar nooit de aansluiting met ‘het eerste’ leek te maken.

“Negen jaar geleden kozen we voor jeugdspelers als Pieter Sutorius, Gijs van Wagenberg en Dennis Warmerdam. Dat zijn nu volwassen hockeyers geworden,” duidt oud-international Jesse Mahieu (43), sinds 2017 coach van de mannen, het proces. “Pinoké zal altijd een Amstelveense familie- en studentenclub blijven, maar om echt een topsportidentiteit te krijgen, was een cultuuromslag nodig. Met pijn en moeite is dat gelukt. Dat betekende doorselecteren en afscheid nemen van spelers.”

Buitenlandse topspelers

Pinoké kon dankzij nieuwe sponsors het budget verhogen en zwichtte – in tegenstelling tot de vrouwen – wel voor die buitencategorie buitenlanders. Ze zagen zichzelf niet de play-offs halen zonder die topspelers. Nu excelleren de Belgische strafcornerschutter Alexander Hendrickx, de Belg Sebastien Dockier en de Duitser Niklas Wellen in Amstelveen. Aanvaller Dockier besliste vorige week zondag (1-2) de topwedstrijd tegen landskampioen Bloemendaal, met een ongekende poeier in de kruising.

Het idee om talenten te laten floreren onder de vleugels van olympische topspelers, werkt bij Pinoké volgens Mahieu. En met behendige en talentvolle aanvallers als Miles Bukkens (19) – topscorer van het jeugd-WK in India met 18 doelpunten – heeft de club alweer een nieuwe lichting spelers klaarstaan.

“Die buitenlandse gasten hebben tweehonderd interlands gespeeld. Daar kunnen jonge jongens zich aan optrekken,” vertelt Mahieu. “Ik had vroeger jongens in het team die niet fit uit de zomer kwamen, omdat ze hun loopprogramma niet hadden gedaan. Die jongens werken nu in de winter en in de zomer met een personal trainer. Ik zie sommige spelers nu op eigen initiatief hele wedstrijden terugkijken op video, terwijl ze dat vroeger niet uit zichzelf deden.”

Nog wat lege prijzenkast

Pinoké bestaat dit jaar 93 jaar. In een kleine eeuw tijd wisten de mannen en vrouwen nooit de play-offs om de landstitel te bereiken. De eerste echte prijs kwam in 2018, toen de hockeyers van Pinoké de eerste editie van de Gold Cup wonnen, een nieuwe bekercompetitie in het hockey. Deze winter werden de mannen ook landskampioen in de zaal. Het zijn nog niet de grote prijzen waar de vlag voor uitgaat.

Maar het eremetaal in de nog wat lege prijzenkast betekent stiekem meer voor de Amstelveense club dan mensen denken, weet voorzitter Astrid Ventevogel. “Mensen van buiten de club kunnen nu zien dat je bij Pinoké kunt hockeyen, om mee te doen met de prijzen. De tijd dat je als speler altijd overstapte naar de buren van Amsterdam, is hopelijk voorbij. Bij Amsterdam rammelen ze wel met geld, maar hebben ze geen opleidingsplan,” vindt Ventevogel, die merkt dat het ook aan de bar in het moderne clubhuis – de skihut is bijna tien jaar geleden afgebroken – nog steeds fijn is.

Zeker nu de Thé Dansants weer georganiseerd mogen worden in het Amsterdamse Bos. “Ik denk alleen dat ze bij Dames en Heren 1 niet meer elke week op de bar staan te dansen als ze een keer hebben gewonnen. We zijn tegenwoordig een topclub in wording, die ook nog eens heel gezellig is.”

Meer over