PlusInterview

Het olympische debuut van de 33-jarige Hein Otterspeer: ‘Een wonder hoe ik het geflikt heb’

Eindelijk kan Hein Otterspeer naar de olympische ringen kijken. Heel vaak was het net niet in zijn carrière, ook qua plaatsing voor de Winterspelen. Nu, op 33-jarige leeftijd, is hij erbij en rijdt hij vrijdag de 1000 meter om te winnen. ‘Ik heb er altijd in geloofd dat ik de beste kan zijn.’

Pim Bijl
Hein Otterspeer tijdens de training in Peking. Beeld ANP
Hein Otterspeer tijdens de training in Peking.Beeld ANP

In januari gaven vrienden hem een tegeltje met daarop de tekst die inderdaad geschikt was als tegeltjeswijsheid. Het was de quote die hij uitsprak op het olympisch kwalificatietoernooi en daarna zo vaak door velen werd herhaald: een jongensdroom voor een oude man.

Eindelijk had hij zich geplaatst voor de Winterspelen, het toernooi dat hij tot nu altijd misliep. En nu is hij hier, 33 jaar, een spons in Peking. Van de openingsceremonie tot de eerste dagen als toeschouwer op de tribune om Reggeborgh-ploeggenoten Ireen Wüst en Kjeld Nuis aan te moedigen. Alles zuigt hij in zich op. Het zijn momenten, zegt hij, die hij altijd zal blijven koesteren. En hij deed voorwerk. Keek goed naar de tijd tussen de paren, en wanneer en waarom er soms vertraging in sloop. Hij heeft alles goed opgeslagen, zegt Otterspeer. Wijzend op zijn hoofd: “Het zit allemaal hier.”

Haast stuiterend van energie komt hij het ijs af na alweer een ‘rake’ training. Zichtbaar geniet hij in de National Speed Skating Oval. Omdat hij zich zo goed voelt, kansrijk op de 1000 meter is en hij hier zo lang op heeft gewacht. Dit is de reden dat hij niet opgaf, toen hij jarenlang met zijn eigen lichaam worstelde. Hij was de beresterke man van meestal net niet. Die wegkeek als hij de olympische ringen zag, omdat hij er bijvoorbeeld in 2018 met twee vierde plaatsen zo dichtbij en toch zo ver weg bij was. “Vroeger kon ik er echt niet naar kijken, omdat ik het op zo’n klein stukje gemist had. En als ik er wel naar keek, dan was dat gefrustreerd.”

De ringen omarmd

En nu? “Nu krijg ik een heel speciaal gevoel. Dat had ik al op het moment dat je onderdeel wordt van het Nederlands team. Heel bijzonder. In het begin had ik nog steeds als ik de olympische ringen zag een soort twijfel. Daar was ik nooit één mee. Nu is het anders. Nu omarm ik die ringen. Ik krijg er zin van in mijn rit.”

Weer had het weinig gescheeld of Otterspeers droom had opnieuw in duigen gelegen, terwijl de aanloop zo goed ging. Sinds vorige winter vertrouwt hij zijn lijf weer. Dit jaar verliep lang vlekkeloos met ook de winst in Polen van de wereldbekerrace op de 1000 meter. Maar vlak voor het OKT schoot het bij een training in zijn lies. Hij zag het alweer mis gaan. Maar hij plaatste zich. “Op wilskracht en pijnstillers.”

Hij zag het verdriet bij Nuis, zijn ploeggenoot die zijn olympische titel op die afstand niet kon verdedigen. De 1000 meter bij de mannen was de spannendste afstand. Met vier potentiële olympisch kampioenen en slechts drie startbewijzen. Vraag hem nog altijd niet hoe het is gelukt. “Want het was billenknijpen bij de start. Gerard van Velde (coach, red.) stond ook op de kruising met zijn ogen achter zijn hand. Maar het ging nét, eenmaal op snelheid kon ik vrijuit schaatsen. Ik maakte nog twee kleine missertjes. Het is nog steeds een wonder hoe ik het geflikt heb, gezien hoe ik er daarna aan toe was.”

Alhoewel, hij zegt toch te weten hoe het hem is gelukt. “Ik was het hele jaar goed en wist: ik ben er fysiek helemaal klaar voor. Diep van binnen wilde ik gewoon heel graag en dat is de reden dat ik hier sta.”

Spierscheuring

Na de race kon hij amper meer lopen. Uit scans bleek dat door de volle sprint een spierscheur was ontstaan. Weer liet hij het hoofd niet hangen. “Die dag begon het programma ‘olympisch goud’. Daar moest alles voor wijken.” Niet zeuren en piekeren. Door de EK en later ook de NK ging een streep. Met oogkleppen op gedisciplineerd toeleven naar de Winterspelen. Bij Reggeborgh weten ze dat de concurrentie fors is. Alleen al landgenoten Thomas Krol en Kai Verbij (beiden Jumbo) worden eveneens in staat geacht de 1000 meter te winnen. En vlak de jonge Amerikaanse sensatie Jordan Stolz niet uit.

“Maar ik weet dat als bij mij alles klopt, ik de beste kan zijn. Dat ik dan ook de besten van de wereld versla. Daar heb ik altijd in geloofd. Hoe vaak het ook niet lukte. Hoe vaak het ook tegenzat. Of hoe vaak er weer eens iets misging.”

Als hij hier in Peking ogenschijnlijk opgewonden van het ijs stapt, geeft hij toe dat hij zich af en toe moet dwingen om kalm te worden. “Dan zie ik de jongens die al klaar zijn een beetje feesten. Een fotoshootje hier, een fotoshootje daar. Leuk, mooi om te zien, maar dan denk ik: ik moet nog effe rustig blijven. Ik heb die gouden medaille van Kjeld en Ireen ook even in mijn handen gehad. Te gek, maar snel weer teruggegeven. Ik moet nog aan de start staan en dat besef ik ook.”

Maar hij draait er niet omheen. “Het gaat lekker. Ik vind dat ik scherp sta en scherp train. Ik voel aan alles dat het goed zit. Voel mij licht, voel mij vrij, heb er gewoon heel veel zin in. Ik ben op dit moment fysiek beter dan ooit, ik hoop dat ik dat kan vertalen in een perfecte rit. Ik rijd om te winnen.”

Meer over