Plus

Het ‘kleine’ Spaanse Villarreal blijft iedereen verrassen

Villarreal is ook dit seizoen de vreemde eend in de bijt tussen de clubs die in de halve finales van de Champions League staan. De club uit Vila-real – de officiële, Valenciaanse schrijfwijze wijkt af van de Spaanse – blijft iedereen verrassen.

Edwin Winkels
Spelers van Villarreal tijdens een training op de Ciutat Esportiva Vila-Real, het oefencomplex van de Spaanse voetbalclub. Beeld  JOSE JORDAN/AFP
Spelers van Villarreal tijdens een training op de Ciutat Esportiva Vila-Real, het oefencomplex van de Spaanse voetbalclub.Beeld JOSE JORDAN/AFP

Nee, toeristen zullen het 51.000 inwoners tellende stadje niet snel bezoeken, ondanks de successen van de plaatselijke voetbalclub en de enorm gegroeide bekendheid in Europa. Duizenden Duitsers waren er begin deze maand, de supporters van Bayern München vulden het centrale Plaça Major, waar behalve het gemeentehuis vier barretjes met een terras zitten.

Aanhangers van Liverpool zullen volgende week hun voorbeeld volgen. Maar ook zij zullen nooit in Villarreal terugkeren, zeker niet als ze er zulke slechte herinneringen aan zullen overhouden als die van Bayern.

“Toeristisch zijn we niet. We hebben hier geen strand en ook geen bergen,” zegt Vicente Roca. “Tachtig procent van de bevolking verdient zijn geld in het aardewerk. De club, het voetbal is er voor hen, niet voor toeristen. Daarom is het stadion, ondanks de vele uitbreidingen, altijd op deze plek blijven staan. De mensen willen lopend naar de wedstrijden kunnen komen.”

Roca staat met José Antonio Subies aan de bar van het moderne restaurant El Ceramista (de pottenbakker) op de begane grond van het stadion La Cerámica (de keramiek). Ze zitten beiden in de directie van Pamesa, een van de grootste aardewerkfabrikanten van Spanje; wand- en vloertegels van Pamesa liggen in miljoenen Spaanse woningen en bedrijven.

Hun baas is Fernando Roig, sinds 1998 eigenaar en voorzitter van Villarreal, de voetbalclub die in tegenstelling tot het stadje de Spaanse schrijfwijze heeft behouden.

Provincieclub

Het stadion ligt niet alleen krap tussen de huizen in het midden van een drukke woonwijk, op drie van de vier hoeken is het er zelfs tegenaan gebouwd. Gevolg van de vele uitbreidingen in de 99 jaar dat het hier ligt waardoor het stadion nu plaats biedt aan 23.500 bezoekers.

Het restaurant, waar je aan de beste tafels bij de grote ramen óp het gras en bijna in één van de doelen lijkt te zitten, is enkele maanden geleden geopend. Het is het meest luxueuze facet van de sympathieke provincieclub.

Roca en Subies noemen Vila-real nog altijd hun pueblo, hun dorp. Het antwoord op de vraag hoe het komt dat dat dorp al sinds 2006, toen Villarreal ook al tot de halve finales van de Champions League was doorgedrongen, op een prominente plek op de Europese voetbalkaart prijkt, is niet verrassend. “Fernando Roig,” zeggen ze in koor.

En dat zeggen ze niet omdat de 74-jarige Roig hun baas is. Iedcereen die in Vila-real woont, zal dat antwoord geven. Voor de voetbalclub is er een voor en een na 1998, het jaar dat Roig een meerderheid van de aandelen verwierf. Sindsdien is hij in de club blijven investeren.

“En allemaal van zijn eigen geld, hè?” benadrukt Roca. “Hij houdt van sport, had al een basketbalclub. Dit is zijn grote hobby, hij heeft geen gigantisch jacht of dat soort dingen. Dit stadion staat op gemeentegrond, alles wat hij erin stopt krijgt hij niet meer terug.”

Harde werkers

Een stadion dat, toen het in 2017 van naam veranderde (het heette eerst El Madrigal) niet de naam van zijn bedrijf kreeg, maar van de aardewerkindustrie in het algemeen. Want ook de mensen van de grote concurrenten zijn er welkom; in en rond Vila-real zijn tientallen keramiekbedrijven gevestigd.

“Vroeger was dit allemaal landbouwgrond, met vooral sinaasappelbomen. Wij zijn hier opgegroeid als harde werkers en dat is met de komst van het aardewerk gebleven,” zegt José Cabrera, die met een geel mondkapje van de club op het Plaça Major staat.

In de jaren zestig stond Cabrera bekend onder zijn voetbalnaam, Josele, als speler van Villarreal, dat toen steevast in het regionale voetbal verkeerde en af en toe in de derde divisie. “Wij hebben hier altijd gevonden dat we niet veel voorstellen. Nooit, echt nooit hadden we kunnen dromen dat we een Europese titel zouden pakken.”

Wiens ‘schuld’ dat is? Ook hij: “Fernando Roig natuurlijk.”

Glorieus moment

Vorig jaar beleefden het stadje, de voetbalclub en de nu langst zittende voorzitter in het Spaanse voetbal het hoogtepunt in de bijna honderdjarige geschiedenis van de club: Villarreal won de Europa League, na 21 strafschoppen in de finale tegen Manchester United. De groguets – de gelen – schoten ze alle elf raak. ‘Es nuestro momento’ (Het is ons moment) stond op de sjaaltjes die de supporters hadden meegenomen naar de Poolse havenstad Gdansk waar de finale werd gespeeld.

Maar misschien komt een jaar later een nog glorieuzer moment. De finale van de Champions League in Parijs lonkt namelijk. José Cabrera: “Wij blijven bescheiden, maar als je Juventus en Bayern uitschakelt, waarom dan niet ook Liverpool?”

De Nederlander Arnaut Danjuma (vooraan in het geel) in actie tijdens de kwartfinale van de Champions League tussen Bayern München en Villarreal eerder deze maand in München. Beeld Marcio Machado/Getty Images
De Nederlander Arnaut Danjuma (vooraan in het geel) in actie tijdens de kwartfinale van de Champions League tussen Bayern München en Villarreal eerder deze maand in München.Beeld Marcio Machado/Getty Images

Van de drieduizend in het geel geklede aanhangers die een kaartje hebben voor de wedstrijd van vanavond op Anfield, hadden velen geen paspoort. Omdat ze sinds de brexit met hun Spaanse ID Engeland niet meer in mogen, hebben ze ineens een paspoort nodig. De politiebureaus in en rond Vila-real die de reisdocumenten afgeven, waren daardoor de afgelopen dagen overbelast . Het zal bijzonder voor hen zijn om hun officieuze clublied, de Spaanse versie van The Yellow Submarine, juist in de stad van de Beatles te kunnen zingen.

Gerichte aankopen

Op het veld is het verschil met begin deze eeuw, toen het verrassende Vila-real van coach Pellegrini vertrouwde op veel Zuid-Amerikaanse spelers, dat de eigen opleiding aan belang heeft gewonnen. Op het grote trainingscomplex met negen velden, hemelsbreed een kilometer van het stadion, ligt de residencia waar veel talenten uit de jeugd verblijven. De hele dag is er activiteit en hun kamers hebben zicht op de trainingsvelden.

De aankopen zijn nu heel gericht. Zo wilde coach Unai Emery vorige zomer absoluut Arnaut Danjuma hebben. Met 23 miljoen euro was de Nederlandse spits de op een na duurste aankoop ooit, afkomstig van Bournemouth.

De laatste dagen was de Oranje-international, topscorer van de groguets in zowel Liga (10) als de Champions League (6), daarom gewild bij de Britse media, die hij over Villarreal kon vertellen wat hij al vaker deed: “Het is een hele grote club in een kleine stad.”

Meer over