PlusInterview

Het gouden sprookje van Kjeld Nuis: ‘Wat je op tv ziet, is nog geen schim van wat wij meemaken’

Na twee turbulente jaren vol tegenslag had Kjeld Nuis één kans op deze Winterspelen. Hij haalde, geïnspireerd door Ireen Wüst, ‘fucking hard’ uit en werd opnieuw olympisch kampioen op de 1500 meter.

Pim Bijl
Kjeld Nuis in actie op de 1500 meter langebaan, tijdens de vierde dag van de Olympische Winterspelen 2022 in Peking, China. Beeld ANP
Kjeld Nuis in actie op de 1500 meter langebaan, tijdens de vierde dag van de Olympische Winterspelen 2022 in Peking, China.Beeld ANP


Kjeld Nuis, type spraakwaterval, valt na vijftien minuten euforisch napraten even een moment stil. Misschien is het wel allemaal lariekoek, zegt hij, en maakt hij zijn versie van deze gouden medaille wel té bizar. Hij schudt zijn hoofd. “Maar echt, ik ging in dat sprookje mee.”

Het sprookje van Wüst. Ergens voelde haar situatie als de zijne. Beiden eerst lange tijd haast vanzelfsprekend winnen, maar de laatste twee jaar zeker niet meer. Via een livestream zag Nuis een dag voor zijn rit haar 1500 meterrace. “Een tranentrekkertje. Het was het beste voorbeeld ever. Dat gaf zoveel inspiratie.”

Bij terugkomst in ‘het gouden appartement’ van de Reggeborgh-ploeggenoten Wüst, Nuis en Femke Kok had de succesvolste olympiër meteen tegen Nuis gezegd: “Gozer, doe gewoon je ding morgen. Jij rijdt zo goed. Twee handjes op de rug en beuken op de finish.” Nuis: “Ik heb het gewoon echt geprobeerd te kopiëren. Het trapje over de finish met de handjes op de rug.”

Dringen geblazen aan de top

Hij moet lachen. De gedachten gaan terug naar vier jaar geleden, toen hij in Zuid-Korea een dag van tevoren ook een olympisch kampioen in zijn appartement had. Hij doet de bewegingen van een destijds met zijn gouden medaille zwaaiende Sven Kramer na, zet een plagerig stemmetje op en herhaalt diens woorden: “Zo, morgen moet jij.” Grijnzend: “Dat was óók motiverend, want ik dacht alleen maar: fuck, dat wil ik ook! Maar dit was anders. Meer met inspirerende woorden, heel fijn.”

Het is hem gelukt. Buitenlandse concurrenten zoek gereden, die hém deze winter nog zoek reden. De Amerikaan Joey Mantia en de Chinees Ning Zhongyan, ze waren deze dag nergens. Maar ook Thomas Krol geklopt, zijn voormalige ploeggenoot die zo indrukwekkend reed dat Nuis daarna dacht: ai, dit gaat pijn doen. Door de doorbraak van Krol moest de lat na Pyeongchang omhoog, werd het dringen geblazen aan de top. En nu schaatst juist hij een olympisch record, in de rit pal voor hem.

Maar met zijn 32 jaar en een bak aan ervaring brengt het Nuis niet in de war. Angst mag er zijn aan de startstreep, heeft hij geleerd, zolang je maar beheerst en in je kracht blijft schaatsen. En in de National Speed Skating Oval in Peking rijdt hij een van zijn beste 1500 meters ooit: 1.43,21, meteen het olympische record van Krol uit de boeken, en een oerkreet. Later, samenvattend zoals alleen Nuis dat kan: “gestoord, fenomenaal, dik, fucking vet en echt geweldig.”

Aanloop vol twijfels

Het was door het missen van kwalificatie op de 1000 meter zijn enige kans en toch viert hij hier nu zijn derde olympische titel. Heeft hij zojuist telefonisch al een medaille uitgereikt gekregen van zoontje Jax.

Dat was allesbehalve vanzelfsprekend. Weer weet hij zich op te veren na ontzettend veel tegenslag. De twee gouden medailles in Pyeongchang waren extra bijzonder omdat Nuis de Winterspelen had gemist in 2010 en 2014. Maar rond Pyeongchang was hij wel heer en meester, met wereldtitels ervoor en wereldrecords erna. Nu was zijn aanloop er een vol twijfels.

Na de veelbesproken overstap van Jumbo naar Reggeborgh liep hij vorig jaar in zijn eerste winter in groene dienst door een coronabesmetting vlak voor het seizoen maanden achter de feiten aan. Later kreeg hij bij het nemen van het Pfizervaccin last van een zeldzame bijwerking: een ontstoken hartklepje. “Dat terugknokken was niet makkelijk”, zegt Nuis met gevoel voor understatement.

Soms lijkt het alsof er altijd iets is met Nuis. Zijn schaatsloopbaan is er een van grote pieken en diepe dalen. Bij zijn ploeg weten ze inmiddels: is er een valpartij, dan ligt Nuis erbij. Maar bij zijn ploeg kennen ze ook zijn veerkracht. Of zoals Hein Otterspeer zegt: als Nuis door een vrachtwagen wordt overreden, kan hij er de volgende dag weer tegenaan.

“Je leert er mee omgaan. Absoluut. Het hoort bij mij. Altijd al”, zegt Nuis. Vandaar ook die opwellende tranen bij de race van Wüst of het bespringen van coach Gerard van Velde. “We kennen elkaars pijn. Wat je op tv ziet, is nog geen schim van wat wij meemaken. Dat is niet zielig bedoeld en ook zeker niet vragen om medelijden, maar wij zitten op elkaars lip, ook als het allemaal niet wil. Dán de knop omzetten en het weer laten lukken. Dat is zo fucking vet.”

Meer over