Plus

‘Frenkie op schaatsen’ naar de Winterspelen: ‘Dit jaar gaat Merijn Scheperkamp als een raket’

Merijn Scheperkamp werd de grote verrassing van de 500 meter. Een schaatser uit een opleidingsploeg gaf maandag alle routiniers het nakijken.

Lisette van der Geest
Merijn Scheperkamp in actie op de 500 meter in Thialf.  Beeld ANP
Merijn Scheperkamp in actie op de 500 meter in Thialf.Beeld ANP

Tussen het kluitje mannen met tranen of sombere gezichten in Thialf stond er één met een glimlach van oor tot oor. ‘Frenkie’. Blonde haren, reikend tot onder zijn wat diepliggende ogen. Een bleke huid en een opvallend relaxte instelling. Kenmerken die een bekende Nederlandse voetballer toebehoren, maar ook op een schaatser slaan.

Sinds Merijn Scheperkamp drie jaar geleden als talent toetrad tot de opleidingsploeg van schaatsteam Jumbo-Visma, luistert hij naar de bijnaam ‘Frenkie’, omdat hij, zo vinden zijn ploeggenoten, zo lijkt op voetballer De Jong. Hij is 21, Scheperkamp, en stond al te boek als groot talent. Maar dat was voordat hij maandagavond in Heerenveen onverwachts de winst opstreek bij het olympische kwalificatietoernooi en met 34.45 op de 500 meter alle routiniers het nakijken gaf. Nu wordt hij olympiër.

Gretigheid

Scheperkamp gaat naar Peking. Een prestatie uit zijn dromen, vertelt hij kalm na afloop van zijn laatste race. Deelname aan de Winterspelen is iets waarvan hij vier jaar geleden bij zijn ouders thuis in Hilversum, voordat hij voor het schaatsen naar Heerenveen verhuisde, nog dacht: hopelijk lukt dat over een jaar of acht. Maar zijn gretigheid, luisterend vermogen én talent om aanwijzingen toe te passen, brachten hem dit seizoen in sneltreinvaart naar succes, zegt zijn coach Sicco Janmaat,.

En zo zal er in Peking een schaatser uit een opleidingsploeg rondrijden. In een naar alle waarschijnlijkheid met routiniers en mannen uit commerciële A-ploegen gevuld nationaal team. Een student biologie (‘Ik vind het gewoon heel interessant hoe het lichaam en bepaalde processen werken’) die de afgelopen jaren aandachtig luisterde naar de adviezen van topsprinters als Dai Dai N’tab en Kai Verbij.

In de opleidingsploeg stond hij in de luwte, zonder druk, met minder sponsorverplichtingen dan zijn bekendere ploeggenoten uit de A-ploeg. Als jongeling werd hij beschermd en kreeg hij rustig de kans zich tot topsprinter te ontwikkelen. “Hij kreeg bij ons lessen, is een slimme jongen en pikte ze op. Dit jaar gaat hij als een raket,” zegt Janmaat.

Dat Scheperkamp ooit zou gaan schaatsen, was door zijn genen welhaast voorbestemd. “Mijn vader heeft vroeger in Jong Oranje geschaatst en een jaar in de kernploeg gezeten. En mijn moeder was ook schaatsster.” Lange tijd combineerde hij langebaan met skeeleren. “Dat heeft me de vechtersmentaliteit gegeven, om er die tweede 500 meter nog een keer voor te gaan.”

In zijn eerste 500 meter schaatste hij twee tienden langzamer (34,64) dan daarna. “Die eerste had ik nog wel verwacht, maar die 34,4 komt wel redelijk onverwacht,” zegt Scheperkamp. “Ik wist dat ik een kans had, maar om het zo te benutten... onwerkelijk.”

Pirouette

Dus glimlacht hij, zonder helemaal te beseffen wat er is gebeurd. Dat hij sneller is dan topfavoriet N’tab? Nooit gedacht. N’tab werd tweede, na twee ongelukkige, rumoerige races. Waarin eerst tegenstander Hein Otterspeer vlak voor hem onderuitging, waarna N’tab nog wel als eerste van het veld eindigde. En hij in de tweede omloop ploeggenoot Verbij tijdens de start uit zijn ooghoek een pirouette zag maken.

N’tab zit daardoor in de wacht. Hij moet hopen dat sommige schaatsers meerdere startplekken bemachtigen, waardoor hij aan de slechts negenkoppige selectie kan worden toegevoegd. N’tab: “Jac Orie vindt dat ik op zo’n moment beter mijn kop erbij moet houden. Daar ben ik het wel mee eens, maar ja. Je bent wel een hele grote jongen als je in de laatste rit zit en er iemand naast je valt, waar je mee moet strijden om uiteindelijk die plek te bemachtigen. En dat je dan foutloos blijft rijden, zonder rijwind (gemaakt door andere schaatsers in de baan, dat voordeel oplevert, red.) – dat kan, maar het is wel lastig. Dus baal ik. Ik wilde zekerheid over de Spelen, nu moet ik afwachten.”

Meer over