Voorpublicatie

Europa aan de voeten: dit waren de magische jaren van Ajax

Ruud Krol (links), Johan Cruyff, Barry Hulshoff (met de beker) en Johan Neeskens vieren de winst van Ajax in de Europacup 1-finale van 1973. Ze dragen de shirtjes van tegenstander Juventus.  Beeld ANP / Imago Sportfotodienst GmbH
Ruud Krol (links), Johan Cruyff, Barry Hulshoff (met de beker) en Johan Neeskens vieren de winst van Ajax in de Europacup 1-finale van 1973. Ze dragen de shirtjes van tegenstander Juventus.Beeld ANP / Imago Sportfotodienst GmbH

Ajax beleeft tussen 1966 en 1974 magische jaren. Het spel is betoverend, de voetballers worden iconen. Het totaalvoetbal is geboren. Een voorpublicatie uit De Canon van het Nederlandse Voetbal, door onder anderen Parooljournalist Dick Sintenie.

Dick Sintenie

Sies Wever maakt als reservedoelman achter Heinz Stuy de succesjaren 1971, 1972 en 1973 van Ajax van nabij mee. Wever speelt slechts tien competitiewedstrijden voor de club, maar daar is één legendarisch duel bij. Op 6 juni 1971 staat hij onder de lat in de uitwedstrijd tegen Go Ahead Eagles. Aan die basisplaats ligt een weddenschap ten grondslag tussen Stuy en trainer Rinus Michels.

Vier dagen voor het duel aan de Vetkampstraat in Deventer, de laatste wedstrijd van het seizoen, heeft Ajax de finale van de Europa Cup 1 met 2-0 van Panathinaikos gewonnen. En de afspraak is: als Stuy op Wembley de nul houdt, mag hij van Michels tegen Go Ahead in de spits spelen. Johan Cruijff, die best een aardige keeper is, oppert dat hij in de Adelaarshorst wel op doel kan staan. Dat gaat Michels te ver. Wever neemt de plek van Stuy onder de lat in.

Het wordt een schertsvertoning: Ajax verliest met 4-1. Voor Wim Suurbier loopt het slecht af. Na een gemiste penalty van Gerrie Mühren komt hij hard in botsing met Stuy. De keeper/spits raakt Suurbier vol op zijn knie, een meniscusoperatie blijkt noodzakelijk. De rechtsback is maanden uit de roulatie.

Suurbier is een tot rechtsback omgeschoolde rechtsbuiten. Hij komt als jeugdspeler van AVV Amstel in 1961 bij Ajax terecht. Jany van der Veen is in die jaren jeugdtrainer en scout bij de Amsterdamse club. In 1965 wordt de A1 van Ajax onder zijn leiding kampioen van de landelijke competitie. Suurbier speelt in dat team, maar ook Barry Hulshoff en Johan Cruijff.

Van der Veen ziet Cruijff voor het eerst als pupil aan het werk op een trapveldje in Betondorp, waar beiden zijn geboren. Van der Veen laat Cruijff op 10-jarige leeftijd lid worden van Ajax, zonder dat hij daarvoor de vereiste proeftraining hoeft af te leggen. Hij heeft genoeg gezien van het kereltje, dat ook al enige tijd meetraint op de woensdagmiddagen. Welbeschouwd is Van der Veen dus de ‘ontdekker’ van Cruijff, maar dat heeft hij altijd weersproken: “Cruijff had geen ontdekker nodig.”

Gespreid bedje

Michels doet zijn voordeel met al dat talent als hij in januari van 1965 hoofdtrainer wordt in De Meer. Ajax 1 is op dat moment zieltogend in de eredivisie; de club staat zelfs in de buurt van de degradatiezone, maar de eigen opleiding zal de basis worden van grote successen. De jonge voetballers met wie Michels aan de slag gaat, zijn volgens stopper Tonny Pronk – ook een geboren Amsterdammer – allemaal door de handen van Van der Veen gegaan. Michels en Van der Veen kennen elkaar: ze hebben kort na de oorlog samen in het eerste elftal van Ajax gespeeld. Pronk denkt dat Michels in zijn beginperiode als trainer veel steun heeft gehad aan de elf jaar oudere Van der Veen. “Jany heeft zichzelf nooit op de borst geslagen, maar Michels kwam in een gespreid bedje.”

Voorzitter Jaap van Praag durft het wel aan met Michels, die Ajax meteen naar zijn hand zet. Salo Muller, masseur en verzorger van Ajax tussen 1959 en 1972: “Rinus wist exact waar hij met Ajax naar toe wilde en hoe hij dat moest bereiken. ”

Piet Keizer in actie tijdens de finale van de Europacup I in 1972, gespeeld in het Feyenoordstadion, tegen Inter Milaan. Het werd 2-0. Beeld Nationaal Archief
Piet Keizer in actie tijdens de finale van de Europacup I in 1972, gespeeld in het Feyenoordstadion, tegen Inter Milaan. Het werd 2-0.Beeld Nationaal Archief

Sinds de invoering van het betaald voetbal in 1954 is Ajax een semiprofclub, maar de meeste voetballers hebben er een baan bij. Trainen gebeurt in de avonduren. Muller kan zich Michels’ eerste woorden nog herinneren: “Vanaf nu volgen we een ander regime.” Hij is de eerste Nederlandse hoofdtrainer van Ajax én de eerste met een eigen kantoortje. Aan de muur hangt een bordje met de tekst: ‘De trainer heeft altijd gelijk’.

De selectie gaat overdag trainen. Op een van Michels’ eerste werkdagen komt de piepjonge Cruijff vijf minuten te laat vanwege een bezoek aan de tandarts. Muller: “Michels toonde begrip, maar Cruijff hoefde niet meer mee te trainen. Kom vanavond om zes uur maar terug, dan trainen we samen, zei hij tegen Johan.”

Betaald voetbal is geen spelletje, training is werk, geen smoesjes, geen simulanten. Michels creëert bewust afstand tot zijn voetballers. Hij neemt het 4-3-3 systeem als basisvorm, of de tactische variant 4-2-4, en werkt aan een spelstijl die later ‘totaalvoetbal’ gaat heten. Organisatie, structuur, discipline; het wordt door Michels bij Ajax onmiddellijk met de paplepel ingegoten. Hij beschikt over grote talenten als Cruijff en de grillige, maar geniale Piet Keizer.

Op 15 mei 1966 wordt Ajax in Enschede kampioen na een 2-0 zege op FC Twente. Keizer en Cruijff maken de doelpunten. De spelers van Ajax reizen per trein en bij terugkomst op CS staat perron 5 bomvol supporters. Keizer begrijpt die uitgelatenheid niet zo. “Het is toch logisch dat Ajax kampioen wordt?” voegt hij een journalist toe.

Van semiprof naar fullprof

De branie en het zelfvertrouwen zijn terug bij de club die in het seizoen daarvoor nog tegen degradatie heeft gevochten. Op het kampioensfeest in Grand Hotel Krasnapolsky zegt Michels dat Ajax nóg beter kan worden als alle spelers meer uren zouden trainen. Het doel is om ook internationaal een woordje mee te spreken, zegt Klaas Nuninga. “We waren kampioen, en dat was een beloning voor ons harde werken. Maar wat konden we tegen de topclubs uit het buitenland? Het antwoord kregen we een paar maanden na dat eerste kampioenschap, toen we die twee befaamde wedstrijden tegen Liverpool speelden. Thuis wonnen we met 5-1, in de mist, uit werd het 2-2. Na die duels beseften we pas hoe goed we werkelijk waren.”

Klaas Nuninga, een onderwijzer uit Winschoten, is er trots op dat hij als speler van GVAV het Nederlands elftal heeft gehaald. En dat hij zich, als duurste aankoop van Ajax, vijf jaar staande houdt ‘tussen de Amsterdammers’. “De omslag van semiprof naar fullprof was zwaar. In mijn tweede seizoen, na de komst van keeper Gert Bals, midvoor Henk Groot en verdediger Co Prins, vormden we al snel een homogeen elftal. We zijn drie jaar ongenaakbaar geweest in de eredivisie.” Het elftal vestigt in 1967 een record: 122 doelpunten in één seizoen. Cruijff maakt er 33, Swart 25, Nuninga als aanvallende middenvelder 23, Groot 15 en Keizer 11.

Arie Haan gaat op de schouders na de eerste Europacupwinst van Ajax in 1971: op Wembley versloegen ze Panathinaikos met 2-0. Beeld ANP / Keystone historical archive collection
Arie Haan gaat op de schouders na de eerste Europacupwinst van Ajax in 1971: op Wembley versloegen ze Panathinaikos met 2-0.Beeld ANP / Keystone historical archive collection

Steeds dichter kruipt Ajax naar de Europese top toe. In 1969 haalt de ploeg de finale van de Europa Cup 1, maar tegen het geslepen AC Milan blijken de Amsterdammers (nog) niet opgewassen: 1-4. Michels grijpt hard in: Theo van Duivenbode en Nuninga worden verkocht aan respectievelijk Feyenoord en DWS. Pronk en Bennie Muller worden bankzitters. Alles moet wijken voor het grote doel, dat twee jaar later wordt bereikt: op Wembley verovert Ajax de Europa Cup 1 na een 2-0 zege op Panathinaikos. Kort daarna neemt Michels afscheid: hij vertrekt naar Barcelona.

Speelstijl geperfectioneerd

Michels wordt opgevolgd door Stefan Kovács, een zachtaardige Roemeen. Er heerst een andere geest. De Duitser Horst Blankenburg, met Velibor Vasovic en Inge Danielsson een van de weinig buitenlanders die in die gouden periode voor Ajax voetballen, kijkt vijftig jaar na dato in Voetbal International terug op die trainerswissel. “Der Rinus was hard, duidelijk en correct. Kovacs gaf de spelers meer vrijheid. Hij zag elke speler als een individu. Michels keek alleen naar het collectief. Bij hem moest je altijd bang zijn dat je na een slechte wedstrijd je plaats verloor. Michels heeft natuurlijk de basis gelegd, maar Stefan perfectioneerde onze speelstijl. Hij was veel moediger. Hij zorgde ervoor dat we overliepen van zelfvertrouwen. We kenden geen angst om fouten te maken. Daardoor werd ons spel creatiever en avontuurlijker.”

Ajax drijft vooral op de klasse en het zelfbewustzijn van Cruijff, op dat moment de beste voetballer ter wereld. In 1972 wint de ploeg alles wat er te winnen valt: de landstitel, de ­KNVB-beker, de Europa Cup 1, de wereldbeker en de Europese Super Cup.

Na de gewonnen Europa Cup 1-finale in 1973 (Juventus, 1-0), wordt Ajax langzaam ontmanteld. ‘Mister Ajax’ Sjaak Swart, die 603 officiële wedstrijden speelt voor de club, meer dan wie ook, maakt die finale mee vanaf de bank. Hij ziet zijn vervanger Johnny Rep de enige goal van de wedstrijd maken. Swart is dan bijna 35, Rep 21. Na dat seizoen volgt Cruijff zijn voormalige coach Michels naar Barcelona. Een jaar later bewandelt Johan Neeskens dezelfde weg. De laatste telg van de gouden generatie die vertrekt, is Ruud Krol. Hij verlaat de club pas in 1980.

De Canon van het Nederlandse Voetbal

Willem Vissers, Paul Onkenhout en Paroolverslaggever Dick Sintenie schreven mee aan De Canon van het Nederlandse Voetbal, dat alle hoogte- en dieptepunten van ruim anderhalve eeuw voetbal in Nederland beschrijft. De belangrijkste clubs, personen, plekken en gebeurtenissen uit onze voetbalhistorie komen aan bod. Vesper Publishing, € 24,95. Devoetbalcanon.nl

Meer over