PlusDa's Logisch

Dit zijn de statistische doelen voor de hoofdrolspelers bij Ajax

In de rubriek Da’s Logisch analyseert Het Parool elke maandag ‘het spel achter het spel’. Met deze keer een statistische vooruitblik op het eredivisieseizoen van Ajax.

Sam Planting
Haller, Klaassen, Tadic en Antony vieren de openingstreffer tegen Vitesse. Beeld ANP
Haller, Klaassen, Tadic en Antony vieren de openingstreffer tegen Vitesse.Beeld ANP

Over wat er van Ajax als ploeg wordt verwacht in het seizoen 2021-22, bestaan weinig misverstanden. Behaalt Ajax de landstitel en overleeft het de groepsfase van de Champions League, dan is het een geslaagd seizoen.

Maar wat moeten de hoofdrolspelers in Amsterdam presteren om hetzelfde te kunnen zeggen? Bij het beantwoorden van die vraag bieden cijfers uitkomst. Dit zijn de magische statistische mijlpalen voor de hoofdrolspelers bij Ajax.

De dertig van Haller

De harten van het Amsterdamse publiek moet de Ivoriaans-Franse spits nog deels voor zich zien te winnen, maar feit blijft dat Sébastien Haller efficiënt gestart is aan zijn periode bij Ajax. In de competitie is hij sinds zijn komst in januari 2021 gemiddeld eens per 96 speelminuten betrokken bij een doelpunt en heeft hij in het Ajaxtenue nog nooit langer dan twee duels op rij niet gescoord.

De afgelopen seizoenen was de collectieve scoringsdrift enorm bij Ajax. Vorig seizoen kwam het tot 102 goals, twee jaar daarvoor kwam het totaal in de eredivisie zelfs uit op 119.

Dit deed Ajax met verschillende spelers in de aanvalspunt: Dusan Tadic, Kasper Dolberg, Lassina Traoré, Klaas-Jan Huntelaar, Brian Brobbey en Haller maakten allemaal flink wat minuten als diepste spits in deze doelpuntrijke seizoenen. De doelpuntenproductie werd dan ook behoorlijk opgesplitst.

Maar als een overgroot deel van deze speelminuten naar één spits gaan, Haller, dan is de kans groot dat Ajax voor slechts de tweede keer in twaalf jaar tijd (Tadic in 2019) de topscorer van de eredivisie levert. Gezien Hallers keurige constantheid is de grens van dertig doelpunten – die sinds Wilfried Bony (Vitesse) in 2013 niet meer doorbroken is – zelfs niet uitgesloten. Daarvoor zou een fulltime in de basis spelende spits gemiddeld 102 speelminuten per gemaakte goal nodig hebben: niet ondenkbaar in een ploeg die gemiddeld ruim drie keer scoort per competitieduel.

Gezien het feit dat Tadic de penalty’s opeist, is de grens van dertig allicht te lastig. Maar meer dan twintig competitiegoals in één seizoen zou ook al betekenisvol voor Haller zijn: in Utrecht kwam hij in zijn beste jaar tot negentien eredivisiegoals.

Het assistrecord van Tadic

Tadic en assists, het blijft een ideaal huwelijk. Zowel in zijn laatste seizoen bij FC Twente (2014), zijn tweede Premier Leagueseizoen bij Southampton (2016) als elk van zijn eerste drie seizoenen als Ajacied ging Tadic ruim door de grens van dubbele cijfers heen in de competitie.

Vooral in Amsterdam was Tadic niet te stuiten bij het voorbereiden van goals: dertien assists in debuutseizoen 2018-19, liefst veertien assists in het door corona ingekorte 2019-20 en een nieuw persoonlijk record van zeventien assists in het afgelopen eredivisieseizoen.

Om dit jaarlijkse overtoepen bij Ajax vol te houden, zou Tadic dus zijn zinnen moeten zetten op achttien assists. De eerste in zijn recordjacht heeft hij al te pakken: na tien minuten in het nieuwe eredivisieseizoen bereidde hij de 2-0 van Noussair Mazraoui voor tegen NEC.

Een lidmaatschap voor de 10-en-10-club

De 10-en-10-club. Tien goals én tien assists in één eredivisieseizoen. Vorig seizoen waren er maar twee spelers in de gehele competitie die deze prestigieuze statistische combinatie bereikten: Tadic bij Ajax (veertien goals, zeventien assists) en Berghuis bij Feyenoord (negentien goals, dertien assists). AZ-uitblinker Jesper Karlsson kwam één assist tekort om ook tot dit eliteclubje toegelaten te worden.

Antony en Klaassen vieren de 5-0 tegen Vitesse. Beeld ANP
Antony en Klaassen vieren de 5-0 tegen Vitesse.Beeld ANP

Toch maken liefst vijf Ajacieden serieuze kans op een volgende uitnodiging voor deze club. Antony kwam vorig seizoen tot negen goals en acht assists in de eredivisie. Dat deed hij terwijl hij maar 58 procent van de mogelijke speeltijd in actie kwam. Medebuitenspelers Tadic (vier keer) en Berghuis (drie keer) bereiken de 10-en-10-grens al meerdere malen.

Davy Klaassen (twaalf goals, drie assists) kwam vorig seizoen qua assists niet eens in de buurt van die dubbele cijfergrens, maar deed dat in zijn Ajaxloopbaan twee keer eerder wel: in 2016-17 kwam hij één assist tekort voor de 10-10-club, het jaar daarvoor twee. Ook Haller maakt kans op een uitnodiging tot het elitegroepje. Vorig seizoen lag hij na negentien competitieduels op koers, met elf goals en vijf assists.

Gravenberch en de dribbeltitel

Vorig seizoen was Ryan Gravenberch de Ajacied met de meeste geslaagde dribbelacties (51) in de eredivisie, maar de talentvolle middenvelder kwam daarmee niet in de buurt van de top van het competitieklassement met de bedrijvigste dribbelaars. Vitesse-uitblinker Oussama Tanane (76) had er liefst 25 meer, eindwinnaar Gyrano Kerk van FC Utrecht zelfs meer dan het dubbele (115).

Een bekend beeld: Gravenberch aan de dribbel. Beeld Pro Shots / Jasper Ruhe
Een bekend beeld: Gravenberch aan de dribbel.Beeld Pro Shots / Jasper Ruhe

Maar dit seizoen lijkt Gravenberch de topfavoriet om met deze statistische eretitel aan de haal te gaan. Waar hij vorig seizoen gemiddeld 1,6 geslaagde dribbelactie per wedstrijd liet noteren, ligt zijn gemiddelde na drie speelrondes dit jaar op ruim het dubbele met 3,7 geslaagde dribbels per duel. Houdt de lange midmid dit moyenne een geheel seizoen vol, dan mag Gravenberch zichzelf komende zomer de beste dribbelaar van de eredivisie noemen.

Geduchte concurrentie voor passtitel Blind

Daley Blind kan meepraten over statistische eretitels in de eredivisie. In elk van zijn voorbije drie seizoenen was hij de actiefste passer in de competitie: en waar hij vorig seizoen met ruim 82 passes per wedstrijd de meeste passes verstuurde van alle eredivisiespelers, ligt zijn wedstrijdgemiddelde na drie speelrondes dit seizoen zelfs al op 85.

null Beeld ANP
Beeld ANP

Toch lijkt Blind de passtitel niet vanzelfsprekend voor een vierde seizoen op rij binnen te kunnen slepen. Vorig jaar kwam PSV’er Olivier Boscagli al binnen één pass qua wedstrijdgemiddelde. Dit seizoen is er bovendien concurrentie vanuit de eigen selectie: momenteel verstuurt ploeggenoot Jurriën Timber er zelfs 86 per wedstrijd. Feyenoordnieuwkomer Gernot Trauner is er ook een voor Blind om in de gaten te houden: de Oostenrijker verstuurde in de eerste speelrondes zelfs negentig passes per duel.

Luister onze Ajaxpodcast Branie:

Meer over