Plus

De teloorgang van FC Barcelona: van tempel voor verfijnd voetbal tot ordinair handelshuis

FC Barcelona heeft de laatste jaren niet alleen Lionel Messi verloren, maar ook veel van zijn prestige. Opgejaagd door hoge verliezen en schulden én de slechte resultaten, zijn spelers er nu meer dan voorheen pure handelswaar. Frenkie de Jong is daar het voornaamste slachtoffer van.

Edwin Winkels
Frenkie de Jong staat onder grote druk van Barcelona: óf hij levert heel veel salaris in óf hij vertrekt, als het aan de club ligt. Beeld NurPhoto via Getty Images
Frenkie de Jong staat onder grote druk van Barcelona: óf hij levert heel veel salaris in óf hij vertrekt, als het aan de club ligt.Beeld NurPhoto via Getty Images

Julian Nagelsmann, de trainer van Bayern München, was niet alleen zwaar teleurgesteld dat zijn spits Robert Lewandowski vorige maand voor bijna 50 miljoen euro naar Barcelona verkaste, hij vond het ook nogal vreemd. “FC Barcelona is de enige club ter wereld die geen geld heeft,” zei hij, “maar tegelijkertijd elke speler koopt die ze willen. Ik weet niet hoe ze het doen.”

De vroegere Engelse international Gary Neville oogstte enkele dagen later veel instemming toen hij harde kritiek had op hoe Barça de laatste maanden probeert Frenkie de Jong weg te werken óf hem te dwingen een groot deel van zijn salaris in te leveren. Neville raadde De Jong op Twitter aan juridische stappen te ondernemen: “Een club die een fortuin uitgeeft aan nieuwe spelers maar zijn huidige spelers niet betaalt, is immoreel en in overtreding.”

Nee, FC Barcelona is in de voetbalwereld niet meer de spirituele gids die door velen gevolgd en bewonderd werd. Het imago van de Catalaanse club is de laatste jaren snel afgebrokkeld, niet alleen vanwege het gebrek aan resultaten, maar vooral door de economische misère waarin de club zichzelf heeft gestort. Het even onverwachte als traumatische vertrek van Messi, een zomer geleden, was de nekslag.

Absurd hoge salarissen

Het grootste deel van de huidige misère komt op het conto van het vorige bestuur, dat spelers op absurd hoge salarissen trakteerde en de schuld liet oplopen tot de huidige 1,2 miljard euro. Vorig jaar maart, bij de verkiezingen voor het voorzitterschap, kozen de Barça-socio’s massaal voor advocaat Joan Laporta (60) om de truc te herhalen waarmee hij in zijn eerste etappe als voorzitter, tussen 2003 en 2010, de club vanuit een ruïneuze situatie naar de absolute wereldtop leidde, met dank aan baanbrekende spelers als Ronaldinho en Messi.

Laporta reageerde op de kritiek van Nagelsmann en Neville met een uitleg van het ‘recept’ van toen dat hij nu, hoewel in een veel precairdere situatie, probeert te herhalen: “We investeren in spelers om de club sterker te maken. Het is een cirkel: je investeert in nieuwe spelers, de fans weten je te vinden en daarmee verbetert ook de economie van de club.” Dus gaf hij 150 miljoen uit aan die versterkingen.

‘Virtueuze’ cirkel

Laporta noemt dat de ‘virtueuze’ cirkel, een positieve cirkel, het tegengestelde van vicieus. Een cirkel waarin hij, om te beginnen, heel veel geld heeft laten pompen om de balans van vorig seizoen zonder verlies af te kunnen sluiten, het negatieve eigen vermogen weg te werken en ook aan het begin van deze jaargang positieve cijfers te kunnen presenteren. En die zijn nodig om te voldoen aan de Financial Fair Play-regels van de Liga, de strenge organisator van de Primera División, nieuwe spelers te kunnen aantrekken én die te kunnen inschrijven.

Daarom heeft het bestuur de laatste weken verschillende ‘bezittingen’ in de verkoop gedaan. Door het afstaan – voor liefst 25 jaar – van een kwart van de televisierechten en de verkoop van de helft van de merchandise-afdeling, heeft Barça ruim 700 miljoen euro gecasht. Dit lijkt nog altijd niet voldoende om de vijf nieuwelingen (Lewandowski, Raphinha, Jules Koundé, Franck Kessié en Andreas Christensen) plus twee spelers wier contracten al waren afgelopen maar een nieuwe verbintenis tekenden (Ousmane Dembélé en Sergi Roberto) te kunnen inschrijven.

Keiharde opstelling

Aan de vooravond van het competitiedebuut, zaterdagavond tegen Rayo Vallecano, zou Barça van de Liga nog zo’n 30 miljoen euro op bestaande salarissen moeten korten om al die zeven voetballers te kunnen laten spelen. De meeste winst wil Barça daarbij halen bij de man met het hoogste salaris, Frenkie de Jong. Óf de Nederlander levert nog veel meer in dan hij de laatste twee jaar, vanwege de coronacrisis, al heeft gedaan, óf hij vertrekt, is de keiharde opstelling van de club. Ali Dursun, de zaakwaarnemer van De Jong, is sinds woensdag in Barcelona om te proberen tot een oplossing te komen.

Ook andere grootverdieners als oudgedienden Gerard Piqué en Sergio Busquets zijn gevraagd salaris in te leveren, maar zij hoeven niet te vertrekken; hun marktwaarde is veel lager dan de 80 miljoen die Barça voor De Jong wil ontvangen. De andere Nederlander in de selectie, Memphis Depay, is wel een goede kandidaat voor de verkoop, en Juventus is meer dan geïnteresseerd.

Twee versterkingen

Opvallend is dat, mochten de twee Nederlanders Barça verlaten, de club bijna direct twee versterkingen wil presenteren: verdediger Marcos Alonso (Chelsea) en middenvelder Bernardo Silva (Manchester City), die nu in de wachtkamer zitten. Het zijn dat soort acties die velen binnen de internationale voetbalwereld niet echt begrijpen, vooral omdat Barcelona nooit als zo’n keihard handelshuis in spelers bekend stond. En omdat van de schuld van 1,2 miljard euro maar een fractie wordt weggewerkt.