Plus

De Nederlandse vrouwen in het peloton zijn geen FC Barcelona meer

De Nederlandse wielrensters wonnen toch altijd alles? Dit seizoen voorlopig niet. Hoe komt het? En vooral: is dat erg? ‘We waren FC Barcelona, maar FC Barcelona blijven is moeilijk.’

Daniël Dwarswaard
Annemiek van Vleuten (l) en Chantal Blaak op het podium van de Ronde van Vlaanderen, maar de hoogste trede is voor de Belgische Lotte Kopecky.  Beeld Jasper Jacobs/AFP
Annemiek van Vleuten (l) en Chantal Blaak op het podium van de Ronde van Vlaanderen, maar de hoogste trede is voor de Belgische Lotte Kopecky.Beeld Jasper Jacobs/AFP

Natuurlijk is het niet verwonderlijk als zondag een Nederlandse vrouw Luik-Bastenaken-Luik wint. Met Demi Vollering staat de titelverdedigster aan de start. En vanzelfsprekend hoort ook Annemiek van Vleuten (39) bij de grote favorieten in de laatste voorjaarsklassieker van het jaar.

Toch is er iets opvallends aan de hand. De Nederlandse vrouwen winnen veel minder dan gewoonlijk. Ja, Van Vleuten pakte Omloop Het Nieuwsblad, Vollering de Brabantse Pijl en Lorena Wiebes de Ronde van Drenthe.

Verzachtende omstandigheden

Maar de allergrootste wedstrijden? Allemaal voor buitenlanders. De Belgische Lotte Kopecky (rijdend voor de Nederlandse ploeg SD Worx) won Strade Bianche en de Ronde van Vlaanderen. De Italiaanse Elisa Longo Borghini was veruit de sterkste in Parijs-Roubaix. Haar landgenote Marta Cavalli won de Amstel Gold Race en afgelopen week ook nog overtuigend de Waalse Pijl. Daarbij: de wegwedstrijd tijdens het laatste WK en de Olympische Spelen werd ook bepaald geen Nederlands feestje.

Ja, er zijn verzachtende omstandigheden. Topfavoriete Marianne Vos miste Roubaix vanwege een coronabesmetting, terwijl ze de Amstel Gold Race oversloeg om zich volledig te kunnen focussen op de kasseienklassieker. Chantal Blaak cijferde zichzelf weg en hielp Kopecky aan de winst in Vlaanderen. En uiteraard – al geldt dat niet als een verzachtende omstandigheid: veelwinnares Anna van der Breggen stopte en werd ploegleider.

Focus op de drie V’s

Toch is het volgens oud-renster en NOS-analyticus Roxane Knetemann geen toeval dat Nederland niet meer de veelvraat van weleer is. “Het is logisch wat er nu gebeurt. Vroeger namen Italië en Nederland het vrouwenwielrennen serieus en de laatste tijd waren wij de dominante factor. Anderen trekken zich daaraan op. Zie het als FC Barcelona: zij wonnen ook alles, maar het is heel moeilijk om FC Barcelona te blijven.”

Volgens Knetemann is er de laatste tijd te veel geleund op de grote sterren die alles wonnen. “De drie V’s: Vos, Van der Breggen, Van Vleuten. Met daar achter Blaak en Lucinda Brand. Wat ik heb gemist: de blik op de breedte. De focus lag altijd op de toprensters. Dat is gezien het succes te verklaren, maar wel heel erg op de korte termijn gericht. Als je de toekomst van het wielrennen belangrijk vind, kijk je verder.”

“Ik herinner me dat voormalig bondscoach Johan Lammerts vroeger juist ook vaak jonge meiden meenam met selecties. Dat is investeren in de toekomst. Zo ontstaat er een ‘onderste laag’ die de ‘bovenste laag’ beter maakt, en andersom. Talentontwikkeling. Daar zijn nu weer plannen voor, maar de dertigers ga je niet zomaar vervangen.”

Jonge talenten

Al zijn daar nog wel Demi Vollering (25) en sprintster Lorena Wiebes (23). “Daar gaan we nog heel veel plezier aan beleven,” zegt Knetemann. “En vergeet Shirin van Anrooij niet, 20 jaar en de leidster van het jongerenklassement in de WorldTour. We doen het absoluut niet slecht, maar moeten wel oppassen. Van Cavalli (24) en ook de nieuwe wereldkampioen Elisa Balsamo (24) zijn we voorlopig nog niet af.”

Annemiek van Vleuten is inmiddels 39 jaar. Ze won zo’n beetje alles wat er te winnen valt en is nog steeds één van de beste rensters ter wereld. Hoe kijkt zij naar de nieuwe verhoudingen? “Ik juich elke concurrentie toe, en helemaal uit andere landen. Het is ook voor ons belangrijk dat het vrouwenwielrennen internationaler wordt. Het is supergoed dat Kopecky en Cavalli grote wedstrijden winnen. Dan wordt het buitenland ook wakker en neemt de aandacht toe. En kan de sport zich nog sneller ontwikkelen dan het nu al gaat. Het is geen Nederlandse sport.”

Goed voor de sport

Ook Vollering, van de nieuwe generatie, ziet de waarde van andere winnaars. “Het is niet meer zo vanzelfsprekend dat een Nederlandse wint en dat is goed voor de sport in het algemeen. Maar het wordt een grote uitdaging om te blijven investeren in de talenten én in de Nederlandse wedstrijden. Door corona heeft dat de laatste jaren zo goed als stilgelegen. Hopelijk staan alle vrijwilligers die nodig zijn weer op. Dat is ook cruciaal voor de toekomst van de sport. Wij Nederlanders moeten aan de bak.”

Meer over