PlusAchtergrond

De NBA-droom van Amsterdammer Jesse Edwards

Soms heeft Jesse Edwards (21) het gevoel dat hij in een droomwereld leeft. Afgelopen dinsdagavond is zo’n moment. Het Amsterdamse basketbaltalent speelt voor de universiteit van Syracuse in Madison Square Garden, de beroemde sport- en muziektempel in hartje New York City.

Koen van der Velden
Jesse Edwards (14) scoort met een lay-up in de wedstrijd tegen Villanova. Justin Moore kan hem niet stoppen.  Beeld AP
Jesse Edwards (14) scoort met een lay-up in de wedstrijd tegen Villanova. Justin Moore kan hem niet stoppen.Beeld AP

Supporters van zijn Syracuse Orange, gehuld in -– jawel – oranje, vullen het gros van de 20.000 zitjes in het stadion. Oorverdovend gejoel klinkt als Edwards de bal dunkt, of het schot van een tegenstander blokkeert.

Zijn team verliest van Villanova, een van de betere ploegen uit het land, maar Edwards is een bijzondere ervaring rijker. De zoveelste. “Ik ben gewoon een jongen uit Amsterdam,” zegt hij, “en nu speel ik een belangrijke rol bij een van de bekendste basketbalscholen van Amerika.”

Het is zijn derde seizoen in Syracuse, een stad in het noorden van de staat New York met ruim 140.000 inwoners. Na twee seizoenen als reserve kent Edwards momenteel zijn doorbraak. Als center, 2,10 meter lang, is hij een steunpilaar in het basketbalteam.

Landelijke uitgezonden

Onwerkelijk kan het zijn, de wereld waarin hij zich begeeft. Edwards en zijn ploeggenoten reizen met een privévliegtuig en verblijven in de mooiste hotels. Zijn coach verdient drie miljoen dollar per jaar en wedstrijden van Syracuse, zoals die van dinsdagavond, worden landelijk uitgezonden op een van de belangrijkste kanalen van sportzender ESPN.

Vaker dan voorheen staat Edwards in de schijnwerpers. Ongekend is de sprong die hij maakte ten opzichte van vorig seizoen, van gemiddeld negen naar 27 speelminuten. Per wedstrijd noteert hij ruim twaalf punten, waar dat er vorig jaar nog krap twee waren.

“Ik maak een stuk minder fouten, dat heeft ook met ervaring te maken,” verklaart hij. “Daardoor krijg ik meer vertrouwen van de coach.”

In Syracuse, in de stad en op de campus, is hij inmiddels een bekende verschijning. Geregeld wordt hij aangesproken. “Ik ben niet heel onopvallend met mijn lengte.” Ook het plukje blond in zijn zwarte krullen valt op.

Selfies

In de collegezaal – Edwards studeert biologische wetenschappen – schreef een professor onlangs uit het niets zijn naam op het bord, omdat hij de dag ervoor een goede wedstrijd had gespeeld. Soms vragen klasgenoten om een selfie. “Leuk, maar ook wel gek,” zegt Edwards, die er niet door naast zijn schoenen gaat lopen, want: “Een paar slechte wedstrijden en al die aandacht is weer weg.”

Dat hij met rugnummer 14 speelt, is geen toeval. Edwards groeide op in de Watergraafsmeer. “Op twee minuten afstand van waar Johan Cruijff woonde.”

In de buurt beoefende hij atletiek bij AV’23 en was hij kortstondig verdediger op het voetbalveld. Een flinke groeispurt maakte dat zo goed als onmogelijk, waarna Edwards zijn oudere broers Rens en Kai volgde naar basketbalclub Apollo. Dertien jaar oud was hij toen hij zijn eerste dribbels maakte.

“Rond mijn vijftiende, zestiende kreeg ik door dat ik er goed in was,” zegt Edwards. “Kai ging toen naar Spanje om zijn basketbaldroom te volgen, een jaar later ging hij naar de universiteit van North Colorado. Ik kwam erachter dat ik ook dat pad wilde bewandelen.”

Echte basketbalschool

Edwards trok naar Florida, naar de zogeheten IMG Academy, waar scouts hem al snel in de gaten kregen. Aanbiedingen van verschillende universiteiten stroomden binnen, Syracuse sprong eruit. “Het is een echte basketbalschool, daar staat die om bekend.” Dat NBA-superster Carmelo Anthony er ooit begon, was voor Edwards ‘de kers op de taart’.

Onlangs speelde hij een toernooi op de Bahamas. Zijn vader David, een Engelsman met Caribische wortels, en zijn moeder Simone waren op bezoek en zagen hoe hun zoon 21 punten scoorde, het hoogste aantal uit zijn carrière. Vaak videobelt Edwards met zijn familie en vrienden of speelt hij online een potje schaak met zijn vader.

Alleen in de zomer komt Edwards nog in Amsterdam, waar hij dan traint met zijn voormalige ploeggenoten van Apollo. “Hoe langer ik wegblijf, hoe meer ik Amsterdam mis.”

In Madison Square Garden stapt Edwards van het veld met de nodige blauwe plekken en schrammen. Het spelletje tussen universiteitsteams wordt gekenmerkt door een vurige intensiteit. Voor elk punt, elke rebound is het vechten. De sterke jongens van Villanova hebben Edwards niet gespaard.

Sterker worden

“Hij is op de goede weg,” oordeelt zijn coach Jim Boeheim, “maar hij moet echt sterker worden.” In de zomer won Edwards vijf à zes kilo aan spieren, zegt hij, maar het is nog niet genoeg. Een kwestie van krachttraining, weet hij, maar vooral ook van eten. Vaak neemt hij na het avondeten nog een extra maaltijd, al heeft hij geen honger.

Na het huidige seizoen heeft hij nog een jaar te gaan in Syracuse, daarna wil hij profbasketballer worden. In Europa, net als Kai, die momenteel in Spanje speelt, of wie weet de NBA. Edwards spreekt de drie letters uit met een lichte aarzeling, want hij beseft hoe klein de kans op een carrière in de Amerikaanse profcompetitie is.

“Er zijn elk jaar maar een paar plekken en tienduizend spelers die daarop azen,” zegt hij, “maar je weet het nooit. Zolang het ook maar een beetje reëel lijkt, blijft dat mijn doel. Het voelt nu best dichtbij.”

Meer over