PlusInterview

Christijn Groeneveld was schaatskampioen op natuurijs. Nu stort hij zich op rolstoeltennis

Christijn Groeneveld, al bijna negen jaar regerend Nederlands kampioen op natuurijs, hield in oktober 2014 een gedeeltelijke dwarslaesie over aan een schaatsongeluk. Deze week meldde hij zich voor een NK in een heel andere sport: rolstoeltennis.

Maarten Teunisse
Christijn Groeneveld (L) geeft het tempo aan tijdens het NK Natuurijs op het Veluwemeer. Groeneveld werd in 2013 Nederlands kampioen. Beeld Hollandse Hoogte /  ANP
Christijn Groeneveld (L) geeft het tempo aan tijdens het NK Natuurijs op het Veluwemeer. Groeneveld werd in 2013 Nederlands kampioen.Beeld Hollandse Hoogte / ANP

“Ik snap er nog steeds niets van,” zegt Christijn Groeneveld (37) lachend. In het Nationaal Tennis Centrum in Amstelveen wacht hij in de kantine op zijn beurt, al is niet duidelijk wanneer het zover is. “Weet jij of we hier wat te eten kunnen halen? Anders val ik straks tijdens de wedstrijd van de graat.”

Het is voor de oud-schaatser pas zijn tweede bezoek aan het tenniscentrum. Niet gek, want in januari hield hij voor het eerst een racket vast. “Dat deed ik meteen verkeerd,” vertelt Groeneveld, terwijl hij aan een pastasalade begint. “Waarom ik ben gaan tennissen? In coronatijd merkte ik dat ik een nieuw doel nodig had. Mijn broer was opeens een goede golfer geworden en hij adviseerde me om te gaan tennissen.”

En toen dacht u: dat kan ik wel?

“Nou ja, ik ben altijd wel goed geweest in balsporten, dus ik wilde het graag proberen. Bij een stichting in Badhoevedorp ging ik elke zaterdag met een klein groepje tennissen. Vanwege corona was dat soms even lastig, maar uiteindelijk heb ik het echt serieus opgepakt. Ondertussen train ik vier à vijf keer in de week en doe ik dagelijks krachttraining. Het voelt weer als topsport. Mijn fitheid was bij het schaatsen al mijn kracht en ik heb dat nu weer een beetje terug. Ik merk dat mijn lichaam heeft onthouden dat ik ooit topsporter was.”

Heeft u dat gemist?

“Tja, je weet niet dat je het mist, totdat je het weer meemaakt. Ik heb nu een wedstrijdspanning alsof ik voor de 5000 meter in Thialf sta, dat is wel een grappig gevoel. En nu ik weer sport, merk ik hoeveel energie ik ervan krijg. Ik heb het vooral gemist om een doel te hebben. Na mijn ongeluk was het doel om zo goed mogelijk te revalideren. Toen ik daar klaar mee was, wilde ik ergens een vaste baan krijgen. En toen dat was gelukt, wilde ik een huis kopen. En nu heb ik dit, rolstoeltennis.”

Wat is nu het doel?

“Ik heb de lat niet extreem hoog gelegd. De niveauverschillen zijn groot, dus ik wil eerst kijken hoe dit soort wedstrijden gaat. Als ik iets doe, dan wil ik het goed doen.”

Helpt uw topsportervaring daarbij?

“Jazeker. Ik doe bijvoorbeeld dezelfde soort warming-up als bij schaatsen, maar dan met de focus op andere spieren natuurlijk. Het lastigste verschil is mentaal. Bij schaatsen zit je in een soort tunnel. Dan kom je in een soort trance waarbij je alleen op je techniek focust. In zo’n tenniszaal lukt dat niet. Dan hoor en zie je van alles en word je continu afgeleid. Maar dat is positief, hoor. Ik leer enorm veel nieuws en ben vooral blij na al die jaren weer vol met sport bezig te zijn.”

Bent u er ook trots op?

“Nou, niet per se trots. Ik vind het lastig om trots op mezelf te zijn. Ik ben blij dat ik het op deze manier heb gedaan en hoop dat andere mensen na een tegenslag ook zo in het leven kunnen staan. Ik laat graag zien dat een positieve houding je ver kan brengen. Na mijn ongeluk heb ik een jaar in een revalidatiecentrum gezeten, wat tien keer zwaarder was dan deze coronaperiode. Dus ik kon deze tijd goed gebruiken om er iets heel positiefs van te maken. En nu doe ik gewoon mee op het NK tennis. Dat is toch prachtig?”

Na drie uur wachten is Groeneveld eindelijk aan de beurt. De oud-ploeggenoot van Sven Kramer en Ireen Wüst neemt het op tegen de 22-jarige Ruben Spaargaren, die al sinds zijn 11de speelt vanuit een rolstoel. De vijftien jaar oudere debutant komt in de rally’s aardig mee, scoort wat punten en vloekt op zichzelf als een echte proftennisser.

Als Groeneveld na de kansloos verloren wedstrijd de uitgestorven kantine weer binnenrolt, trekt hij een conclusie die past bij zijn karakter: “Er is werk aan de winkel.”

Meer over