PlusAchtergrond

Carlijn Achtereekte verruilt schaatsen voor wielrennen: ‘Ik voel me een hulk in een fietspak’

Carlijn Achtereekte tijdens het olympisch kwalificatietoernooi in Heerenveen eind vorig jaar. Beeld Pro Shots / Erik Pasman
Carlijn Achtereekte tijdens het olympisch kwalificatietoernooi in Heerenveen eind vorig jaar.Beeld Pro Shots / Erik Pasman

Ze werd olympisch kampioen op de schaats, maar nu, op haar 32ste, kiest Carlijn Achtereekte voor een avontuur op de fiets. ‘Ik vind het heel spannend, ik heb nul ervaring.’

Lisette van der Geest

De eerste keer dat Carlijn Achtereekte haar nieuwe fietskleding aantrok, ruim een week geleden, schoot ze in de lach. De kleuren waren hetzelfde als altijd, maar nu spande de geel-zwarte stof strak om haar bovenlijf. Echt comfortabel zat het niet. Ze omschreef haar aanblik in de spiegel vervolgens met: “Ik voel me een hulk in een fietspak.” En toch hoort het zo.

Er moeten spierballen weg, haar benen mogen dunner, haar achterwerk zal vermoedelijk slinken. Achtereekte’s schaatslichaam moet in de komende maanden een fietslichaam worden. De olympisch kampioene op de 3000 meter van 2018 en de nummer zeven op diezelfde afstand bij de Winterspelen in februari maakt een opmerkelijke overstap: van profschaatser naar wielrenner.

Ooit werd haar gevraagd: wat als je niet was gaan schaatsen? Welke droom had je nog meer? “Ik sprak het nooit uit, want ik deed met volle overtuiging wat ik deed, maar ergens in mijn hoofd zat het wel: wielrennen.”

“Als jong meisje vond ik het al leuk. Ik kreeg vaker opmerkingen van mensen in de sportwereld die dachten dat ik er goed in zou zijn en toen Jac Orie, mijn trainer bij de schaatsploeg, eens liet vallen dat ik goed kon fietsen, zei Richard Plugge, directeur bij Jumbo-Visma: ‘Dan kom je toch volgend jaar bij ons fietsen?’ Waarop Jac zei: ‘Hallo, je gaat niet mijn schaatsers kapen.’ Er werden soms dus zaadjes geplant. Maar uiteindelijk ben ik niet gekaapt, ik heb zelf het initiatief genomen.”

Trainingskamp

Op een maandagochtend in maart vertelde Orie Achtereekte dat er na vijf jaar geen plek meer voor haar was in zijn schaatsploeg. Een harde mededeling. “Als je vijf jaar heel nauw in een ploeg hebt samengewerkt, zie je zo’n team toch een beetje als je familie. Daar moet je dan afscheid van nemen, terwijl je zelf hoopte door te gaan. Maar het dwong me ook tot nadenken: wat wil ik eigenlijk écht?”

Ze zette wat lijntjes uit naar andere schaatsploegen en vroeg een vriendin en oud-ploeggenoot naar haar gedachten voordat zij besloot met topsport te stoppen. Terwijl Achtereekte dat verhaal aanhoorde, dacht ze: ik herken me hier niet in. “Ik voelde dat er meer in mijn lijf zit dan ik het afgelopen jaar heb laten zien, maar ook dat ik toe ben aan een nieuwe prikkel, een nieuw avontuur.”

Twee dagen na het gesprek met Orie werd Achtereekte wakker met het idee: waarom ga ik niet fietsen? Ze besloot te bellen met Merijn Zeeman, de sportief directeur van de wielerploeg van Jumbo-Visma, zoals ze dat vijf jaar eerder ook op eigen initiatief met Orie had gedaan. “Ik dacht: ze komen niet bij mij aankloppen. Ik moet iets met mijn gevoel.” Net zoals Orie destijds raakte Zeeman geïntrigeerd. Hij bracht haar in contact met Robbert de Groot, verantwoordelijk voor de ontwikkeling binnen de organisatie, en Esra Tromp, manager bij de vrouwenploeg.

Een aantal enthousiaste gesprekken later kreeg Achtereekte een contract tot eind december. Deze week sloot ze voor het eerst aan bij een trainingskamp van de wielerploeg, haar eerste optreden in een grote wedstrijd wordt waarschijnlijk het NK op 25 juni. “Op driekwart van het seizoen hebben we dan een evaluatie. Ze willen mij de ruimte geven en dat vind ik mooi. Kijken of ik het echt leuk vind. Want ik weet niet waar ik aan begin en hoe snel of langzaam ik me zal ontwikkelen.”

Nul ervaring

Zeggen dat ze stopt met schaatsen kan ze nog niet. Te definitief, te confronterend. “Maar ik voel nu niet de drang met schaatsen bezig te zijn. Ik ga vol voor het wielrennen. Ik zou liegen als ik zeg dat ik deze stap alleen maar zet om te kijken of ik mee kan in het peloton. Ik wil meer dan dat, ik wil aansluiting bij de beteren, wat ook in een belangrijke ploegrol kan zijn. Maar tegelijkertijd besef ik dat het ook ontzettend kan tegenvallen. Ik vind het heel spannend. Ik heb nul ervaring.”

Dat laatste is niet helemaal waar. Schaatsers fietsen veel, meerdere keren per week, zij het in iets andere wielerkleding, ervaart Achtereekte nu. Haar broek komt tot haar knie, niet tot halverwege haar bovenbeen. En alle kleding zit aerodynamisch strak. “Het voelt alsof ik in een verkort schaatspak op mijn fiets zit.”

Verwachtingen probeert ze niet te hebben. “Maar dat is wel lastig als je op het hoogst haalbare niveau hebt geacteerd. Ik ben nu eenmaal ambitieus, wil niet voor minder gaan. Maar ik weet dat ik moet genieten van dit proces, anders kan het alleen maar een lijdensweg worden. Ik heb in het verleden goede waardes getrapt bij fietstesten en trainingen, maar er komt in een peloton meer bij kijken dan domweg hard trappen. Wat dat betreft is het voor Jumbo-Visma een experiment. Dat zij dit aandurven vind ik ook uniek.”

Schaatsers fietsen doorgaans netjes achter elkaar. “Er werd me ook verteld dat die meiden soms op stoepen springen tijdens koersen. Ik dacht: op een stoep springen, eh... En ik hoorde dat als degene voor je die route kiest, jij automatisch mee moet. Dat zie ik mezelf nog niet echt doen,” zegt ze lachend. “Maar ik hoop dat ik dat soort zaken en positionering en zo snel oppik. Dat is het voordeel van werken in een team.

“Ik denk ook dat ik mijn ogen ga uitkijken bij hoe beweeglijk die meiden zijn. Hoe makkelijk ze zich verplaatsen met bidons in hun jasje. Ik zie het al voor me, dat ik de rol van waterdrager krijg en in mijn oortje hoor: ‘Achtereekte, waar blijft dat water nou?’” Met een stem vol gespeelde wanhoop: “Ik kóm er maar niet.”

Meer over