Plus

Basketbalsters na winst op Duitsland naar eerste finale in 25 jaar

De Nederlandse rolstoelbasketbalsters hebben zich gisteren, na winst op Duitsland, geplaatst voor de finale.

Bo Kramer probeert op de basket te schieten, Katharina Lang (links) en Mareike Miller van Duitsland proberen haar dat te beletten.  Beeld REUTERS
Bo Kramer probeert op de basket te schieten, Katharina Lang (links) en Mareike Miller van Duitsland proberen haar dat te beletten.Beeld REUTERS

De Nederlandse rolstoelbasketbalsters hebben onderling één belangrijke regel. Gaat iemand onderuit, dan komt er niemand van de zijkant om de gevallene omhoog te helpen. Het is de verantwoordelijkheid van het team om elkaar te helpen. Juist dat team versloeg Duitsland gisteren in de halve finale van de Paralympische Spelen: 52-42. En toen lag zelfs Mariska Beijer op de grond, de grootste en beste speelster van het team, omver gereden door teamgenoten die in alle emotie te hard kwamen aanrollen.

Het gaf maar aan hoe groot de ontlading was bij de rolstoelbasketbalsters. Voor het eerst sinds Atlanta in 1996 staan de rolstoelbasketbalsters weer in een paralympische finale. En voor alle speelsters in de ploeg is dat voor het eerst.

Het was ook voor het eerst dat de wedstrijd van de vrouwen live bij de NPO werd uitgezonden. Twee jaar geleden toonde Ziggo weliswaar twee wedstrijden live op het EK, maar dat kon toen omdat bondscoach Gertjan van der Linden daar met zijn stichting Basketball Experience zelf zendtijd voor had ingekocht. Uitzendingen zijn nu eenmaal dé manier om de sport op de kaart te zetten, zodat het niet wordt gezien als ‘rijdende vrouwen met kwijl op de kin’, zoals teamlid Bo Kramer het ooit verwoordde.

Hard spel

De kijker viel meteen in een intrigerende wedstrijd. Een pikante partij ook wel. Beide ploegen troffen elkaar ook in 2012 en 2016 in de halve finale van de Paralympische Spelen. Beide keren won Duitsland. En de spanning zat er overduidelijk op. Vanaf het eerste moment was het spel hard, met speelsters die vol op elkaar inreden. Waar in de poulewedstrijden iedereen van het twaalftal dat naar de Spelen is gegaan nog kon spelen, was dat in de halve finale anders. Kramer, Beijer en Jitske Visser gingen er niet uit.

Het spel is gelijk aan het reguliere basketbal, met een basket die op dezelfde hoogte hangt. Alle speelsters krijgen een score, verdeeld van zware naar lichte handicap. De speelsters met de minst zware handicap krijgen de hoogste score. Het aantal punten in het veld mag niet hoger zijn dan veertien.

De tactiek spitst zich meestal toe op de speelsters die het minst gehandicapt zijn. Zij moeten worden bereikt in het aanvalsspel. In het geval van Nederland zijn dat Kramer (4,5) en Beijer (4). Die laatste is voormalig wereldspeelster van het jaar en zo lang dat het slim is om de bal hoog naar haar toe te gooien, ook al wordt ze flink gedekt. Het leidt soms tot een wirwar van handen onder de basket.

Niet compleet

Tegen Duitsland was Beijer ook in vorm, zoals ze dat al het hele toernooi is. Uiteindelijk maakte ze dertig punten, verreweg de meeste punten van de ploeg. Desondanks gingen beide ploegen lange tijd gelijk op. Pas in het laatste kwart van de wedstrijd nam Nederland afstand. Vooral verdedigend ging het goed, aanvallend kon het een stuk beter. In de persruimte zaten bondscoach Van der Linden en Visser de statistieken te analyseren. Visser: “Nee, de mensen thuis hebben zeker niet het beste basketbal gezien.”

Thuis keek bijvoorbeeld ook Dagmar van Hinte voor de televisie toe. Zij is ook lid van de ploeg, maar mocht niet mee, omdat haar handicap vanwege nieuwe regels niet te classificeren was. Bondscoach Van der Linden liet na afloop niet na haar even te noemen. “Het is echt doodzonde dat we hier niet compleet staan. Zo jammer.”

De ploeg neemt een avond de tijd om het bereiken van de finale te vieren, waarin China de tegenstander is. Daarna is er een dag om voor te bereiden op een wedstrijd, morgen, die niemand uit de ploeg ooit heeft gespeeld. “Laat maar komen,” zei Beijer, wier zus speciaal voor haar enkele vergaderingen had verplaatst om op televisie te kunnen kijken. “Ik denk dat we vandaag strijdlust en kracht hebben laten zien. Aan de tegenstander en aan de mensen thuis.”

Visser, die net als Beijer al twee halve finales op de Spelen had verloren, kon na afloop haar emoties niet bedwingen, ook omdat ze voor de wedstrijd aan haar opa Sjors en oma Geertje had gedacht, die vorig jaar op dezelfde dag aan corona zijn overleden. “Er valt zoveel spanning weg. En nu een eerste finale. Dat geeft echt kippenvel.”

Meer over