Plus

Ajax-verdediger Rensch moest stoppen vanwege hevige groeipijnen: ‘Onzeker of ik ooit zou terugkeren’

Devyne Rensch (18) moest zes jaar geleden vanwege hevige groeipijnen stoppen met voetbal. Het was de vraag of de verdediger uit Lelystad ooit zou terugkeren op de velden. Maar mede door shocktherapie knokte hij zich terug en debuteerde hij inmiddels bij Ajax en Oranje.

Ajacied Devyne Rensch had op zijn 12de zoveel last van groeipijnen, dat hij een jaar lang niet kon voetballen.  Beeld Rene Nijhuis/Orange Pictures
Ajacied Devyne Rensch had op zijn 12de zoveel last van groeipijnen, dat hij een jaar lang niet kon voetballen.Beeld Rene Nijhuis/Orange Pictures

“Acht.” Devyne Rensch hoeft niet lang na te denken als hem wordt gevraagd hoeveel pijn hij op jonge leeftijd had, op de schaal van één tot tien. “Of misschien zeven. Maar het deed in ieder geval flink wat pijn.”

Zoveel zelfs, dat Rensch, op dat moment spelend bij de amateurs van VV Unicum in Lelystad, te horen kreeg dat het beter was een tijdje niet te voetballen. “Ja, dat was vreselijk om te horen,” zegt de verdediger, die zich deze week met Jong Oranje voorbereidt op de EK-kwalificatieduels met Zwitserland (vrijdag) en Wales (dinsdag). “Ik bedoel: iedereen wil voetballen. Ik ook. En dat mag dan ineens niet meer.”

Hoop

Rensch begreep het wel. “Het kon gewoon niet meer. Op een gegeven moment liep ik alleen nog maar op mijn tenen. Zoveel pijn had ik in mijn achillespees. En ja, dan kun je ook niet voetballen. Maar ik heb altijd hoop gehouden.”

En vertrouwen, ook al hadden sommigen twijfels of hij ooit zou terugkeren. Maar Rensch, toen 12, kwam terug. En niet alleen, zegt hij, omdat God hem heeft geholpen. Ook belangrijk: de support die hij kreeg van Peter van der Horst, zijn toenmalige jeugdtrainer, die hij ondertussen als lid van de familie ziet.

Ajax-verdediger Devyne Rensch (links) in een wedstrijd tegen PEC Zwolle. Beeld Pro Shots / Jasper Ruhe
Ajax-verdediger Devyne Rensch (links) in een wedstrijd tegen PEC Zwolle.Beeld Pro Shots / Jasper Ruhe

De oud-voetballer van PEC brengt hem in contact met een fysiotherapeut, die shocktherapie toepast, om de doorbloeding in zijn rechterbeen te verbeteren. “Dat hielp meteen.”

Rensch, die nog altijd in Lelystad woont met zijn moeder en broertje, knokte zich met speciale zooltjes en na een intensieve revalidatie terug op de velden en viel direct op bij de scouts. Hij kreeg uitnodigingen van PSV en later Ajax, zijn droomclub, waar hij eind vorig jaar tegen FC Emmen (5-0) zijn debuut in de eredivisie maakte.

Inmiddels heb je ruim dertig duels voor Ajax op je naam en de eerste minuten voor Oranje gemaakt. Denk je weleens: het gaat iets té snel?
“Snel gaat het zeker. Zo snel dat ik het soms nauwelijks besef. Op het moment dat ik bij Oranje mocht opdraven, was het nog maar 3,5 jaar geleden dat ik mijn debuut maakte bij Oranje O14. Aan de andere kant: het kan nooit té snel gaan. Ik ben gewoon heel blij met mijn ontwikkeling.”

Schrik je daar weleens van?
“Ik zeg altijd: alles heeft een reden. Dit dus ook. Dingen gebeuren nu eenmaal omdat het moet gebeuren. Maar schrikken of nerveus? Nee, dat niet. Al was ik eerlijk gezegd wel verrast dat ik begin september werd geselecteerd voor het Nederlands elftal. Want behalve dat ik nog superjong ben, heb ik bij Ajax geen basisplek. Het gebeurt niet vaak dat je dan wordt opgeroepen.”

Voordat je tegen Turkije inviel, gaf Louis van Gaal je nog even snel een handje. Wat zei hij tegen je?
“Dat ik mezelf moest laten zien en gewoon moest doen wat ik altijd doe. Want ik stond hier natuurlijk niet voor niets. En hij vertelde dat hij het volste vertrouwen in mij had. Ja, dat gaf me wel even kracht.”

Toch ontbreek jij nu bij Oranje. Teleurstellend?
“Zeker niet. Ik moet gewoon wachten op mijn kans. Bovendien had ik kort geleden nog last van een lichte blessure.”

Om speelminuten te maken, speelde je twee duels bij Jong Ajax. Hoe moeilijk is dat, als je inmiddels de top al hebt aangeraakt?
“Lastig wil ik niet zeggen. Maar het is wel even anders dan de eredivisie of de Champions League, waarin ik inmiddels ook al heb gespeeld. Daarom moet je ook mentaal sterk zijn. Wat ik ook ben, denk ik, na alles wat er vroeger is gebeurd. Alleen dan kom je in aanmerking voor een basisplek bij Ajax.”

Al in je hoofd wanneer dat bereikt moet zijn?
“Dat ligt aan de trainer, wanneer hij me een kans geeft. Maar daar heb ik eerlijk gezegd alle vertrouwen in. De trainer weet wat ik kan. Dat zegt hij ook wanneer ik met hem zit. Dat ik goed bezig ben. Dus mijn kans komt echt wel. Het is dan aan mij die met beide handen aan te pakken.”

Om dan jaren later de stap te maken naar het buitenland, zegt Rensch. Het zou de ultieme bekroning zijn voor iemand die relatief kort geleden nog met helse pijn noodgedwongen langs de kant stond, kijkend naar zijn vriendjes die wel mochten voetballen.

“Gelukkig hoef ik daar niet meer over na te denken, over die pijn. Ik heb nergens meer last van. Daarom zou ik ook tegen iedereen willen zeggen: geef nooit op, met welke tegenslag je ook te maken hebt. Blijf hopen, blijf werken. Dan komt het echt wel goed. Dat zie je aan mij.”

Shirtje

Dan begint hij over het shirtje dat hij droeg bij zijn debuut in Ajax 1. Het hangt inmiddels ingelijst op zijn kamer, niet ver van het Aldi-pleintje in de wijk Punter, waar hij nog niet zo lang geleden dagelijks te vinden was. Het maakt hem trots. “Elke keer als ik mijn kamer binnenloop, denk ik: wow, het is me gelukt.”

Meer over