'Aboutaleb zit ernaast met steun Europees stadionverbod'

Een stadionverbod voor heel de EU is slechts gericht op ordehandhaving, maar gaat voorbij aan de fundamentele rechten van Europese burgers, schrijft Tjebbe van Tijen.

OPINIE - Tjebbe van Tijen
Supporters bij de wedstrijd FC Twente - RKC. © ANP Beeld
Supporters bij de wedstrijd FC Twente - RKC. © ANP

Geachte heer Aboutaleb,

ik reageer op uw positieve reactie op het besluit van het Europees Parlement aangaande een EU-breed stadionverbod voor voetbalhooligans.

Ik begrijp uw reactie, maar denk dat u onvoldoende heeft nagedacht over de ongewenste bijwerkingen op langere termijn op het gebied van burgerrechten. Hiermee wordt namelijk een precedent geschapen wordt voor groepsgewijs uitsluiten van onrust veroorzakende groepen burgers (ook hooligans zijn burgers). Dit terwijl onze rechtstaat gegrondvest is op individuele burgers en hun individuele verantwoordelijkheid.

Hoe kan een Rotterdams bestuurder een in Italië of Kroatië uitgevaardigd stadionverbod handhaven? Buitenproportionele controle zal het gevolg zijn. Een stadionverbod is een heel ander middel dan een bestraffing voor een geweldsdelict. Een veroordeling in een ander land automatisch tot een veroordeling voor het gehele EU-gebied verklaren en het uitvaardigen van uitreisverboden zoals nu voorgesteld wordt door Groot-Brittannië, heeft enkel oog voor de taak van ordehandhaving, maar niet voor de fundamentele rechten op bewegingsvrijheid van Europese burgers.

Als iemand geweld gebruikt, dient hij gestraft te worden. Vrijheidsbeneming met gebruikmaking van de gevangenis is daartoe het middel. De straf zal afhankelijk zijn van de aard van het vergrijp, maar als een straf eenmaal is uitgezeten dan is daarmee de kous af. De trend die wij nu zien is tegengesteld; bovenop taak- en gevangenisstraffen worden nu andere strafmaatregelen gestapeld, terwijl het grondprincipe toch zou moeten zijn dat je maar éénmaal voor een overtreding gestraft kan worden.

Wangedrochten
Levenslange stadionverboden - die nu vanwege een door de media opgezweepte stemming opgelegd worden - zijn juridische wangedrochten. Gedwongen groepstherapie zou in uitzonderlijke gevallen meer op zijn plaats zijn dan opsluiting en daarover hoor ik maar weinig.

Het stadionverbod is een heel ander ding dan een gevangenisstraf. Het beperkt de bewegingsvrijheid van burgers op bepaalde momenten en plaatsen. Niet alleen is dat een inperking van grondrechten, ook de handhaving ervan is zeer problematisch.

Ik vraag u nog eens goed na te denken voordat u zoiets toejuicht. U als ordehandhaver van de stad Rotterdam, zal de grootst mogelijke moeite hebben om op basis van computerbestanden hele volksmassa's bij een voetbalstadion te screenen.

Het kan toch niet zo zijn dat door het gedrag van een zeer beperkte groep hooligans het overgrote deel van de voetballiefhebbers aan de methodes van een politiestaat blootgesteld worden. Hoe denkt u dat het gaat? Politieagenten die op vermoeden van 'hooliganisme' met een irisscan mensen aanhouden en ze om legitimatie verzoeken? Een cordon om een stadion leggen, met checkpoints vol elektronische apparatuur en gekoppelde persoonsgegevens?

Ook is er de al gememoreerde 'precedentwerking', waarbij een regeling en vooral een operationeel controlesysteem (centrale database, mobiele controle eenheden die gebruik maken van draagbare biometrische apparatuur voor vingerafdrukken, gelaats- en oogherkenning) zonder veel moeite op andere niet ordelijke sociale groepen toegepast kan gaan worden. De strijd tegen voetbalhooligans ontaardt op deze wijze in het experimenteren op burgers met hoog technologische controlesystemen en heeft een grensverleggende werking voor wat maatschappelijk aanvaardbaar geacht wordt aan overheidscontrole.

Wildgroei
Eenmaal ingevoerd is er nauwelijks een weg terug, zoals de wildgroei aan videobewaking in de publieke ruimte laat zien. Technologie wordt in de plaats van gemeenschappelijke menselijke sociale controle gesteld.

Het voorgestelde EU-wijde stadiumverbod is uiteindelijk een strafrechtelijke maatregel, die om een grotere zorgvuldigheid van het afwegen van voor- en nadelen vraagt, dan nu het geval is geweest, door dit onderwerp als één van een serie van vijf sportmaatregelen te presenteren. Nu is het niet meer dan een aanbeveling van het EU-parlement aan de regeringen.

Het lijkt mij dat hooliganisme niet bestreden dient te worden in haar uitwassen, maar in haar ontstaan. Hooliganisme is iets dat in Groot-Brittannië heel anders is dan in Italië of Nederland. Het behoeft een lokale aanpak en geen EU-breed beleid. Een lokale aanpak, die vragen bij heel de massasport industrie en cultuur (in die volgorde) dient te stellen.

Een gemeentelijk beleid dat karakter en wenselijkheid van steeds maar weer grotere massa-evenementen zou moeten onderzoeken en daarvoor andere vormen zou moeten proberen te vinden. Dat is meer een kwestie van creativiteit dan van repressie. Een sociaal-culturele taak, hoe ouderwets dat ook in dit tijdsgewricht mag klinken.

Tjebbe van Tijen is schrijver en kunstenaar.
http://wp.me/pw0cu-19i

Meer over