PlusReportage

Zij willen molenaar worden en ze zijn niet de enigen. ‘Heerlijk, uitwaaien en lekker draaien’

Het vak molenaar is populair rondom Amsterdam. Zowel vijftigplussers als enthousiaste tieners melden zich aan voor de opleiding tot vrijwillig molenaar. ‘Het is dringen om een plekje.’

Marloes de Moor
Molenaars in opleiding Lulu Welther en Erik d’Ailly bij  houtzaagmolen De Otter. Beeld Nina Schollaardt
Molenaars in opleiding Lulu Welther en Erik d’Ailly bij houtzaagmolen De Otter.Beeld Nina Schollaardt

“Buiten zijn, uitwaaien en lekker draaien. Gas geven met windkracht 5. Heerlijk. Het is toch fascinerend dat je met windkracht water kunt malen of hout kunt zagen? Dat alles van hout is, dat vind ik ook zo mooi,” zegt Stan Baltus, leerling-molenaar bij houtzaagmolen Het Jonge Schaap op de Zaanse Schans. Enthousiasme schittert in zijn blik.

Trots staat hij op de houten stelling rondom de molen. Een blonde jongen van vijftien jaar oud. Hoewel zijn instructeur Abel Blom (59) hem soms schertsend aanspoort ‘eens achter de meiden aan te gaan’, is Stan er elke zaterdag. Als hij niet op de Zaanse Schans is, dan wel op de Wimmenumermolen in Egmond aan den Hoef of de molens De Kat en De Dog in Uitgeest.

Van kinds af aan is hij bezeten van molens. “Mijn oma woonde tussen de De Kat en De Dog in. Zij wandelde er vroeger met mij in de kinderwagen vaak langs. Ik scheen als tweejarige al heel blij te worden als ik de wieken zag draaien. Op mijn zesde mocht ik de molenaar van De Dog helpen en drie jaar later ging ik ook aan de slag bij De Kat. Ik legde bijvoorbeeld het zeil voor de wieken en deed allerlei onderhoudsklusjes.”

Zonder begeleiding kruien

Blom herinnert zich nog goed hoe Stan als bedeesd achtjarige mannetje met zijn moeder en oma voor het eerst houtzaagmolen Het Jonge Schaap kwam bezoeken. “Hij wilde de hele dag meekijken en kreeg er geen genoeg van.”

Stan hielp ook molenaar Blom regelmatig en volgt sinds zijn veertiende bij hem de opleiding tot vrijwillig molenaar. “Op mijn achttiende, als ik meerderjarig ben, mag ik examen doen. Met dat diploma kan ik zelfstandig molenaar worden en zonder begeleiding kruien: de molen op de wind laten draaien. Vooral de techniek en de constructie van een molen vind ik onwijs interessant. Ik wil weten hoe alles in elkaar zit; hoe het kan dat de wieken draaien?”

Hij denkt niet dat hij ooit zijn brood zal verdienen als molenaar; er zijn nog maar weinig beroepsmolenaars in Nederland (zie kader). De meesten doen het als vrijwilligerswerk. “Ik zou wel graag molenmaker willen worden. In Limmen heb ik al eens een waterwipmolen van acht meter hoog gerestaureerd. Hij was in slechte staat. Ik vond het zonde als hij verloren zou gaan en bood aan hem opnieuw op te bouwen. Dat is gelukt en nu is het mijn eigen molen.”

Leerling-molenaar Stan Baltus bij houtzaagmolen Het Jonge Schaap. Hij restaureerde al eens een acht meter hoge waterwipmolen. Beeld Nina Schollaardt
Leerling-molenaar Stan Baltus bij houtzaagmolen Het Jonge Schaap. Hij restaureerde al eens een acht meter hoge waterwipmolen.Beeld Nina Schollaardt

Het is volgens molenaar Abel Blom niet moeilijk om op de Zaanse Schans jongens als Stan te vinden. “Die zijn hier vlakbij tussen de weilanden opgegroeid of kennen het vak uit hun familie en hebben er affiniteit mee. Op dit moment heb ik drie leerlingen. Ik zou er meer kunnen aannemen, maar ik werk doordeweeks als architect, dus het ontbreekt me aan tijd.”

Geen mannenwereld meer

Leerling-molenaars worden opgeleid om een molen zelfstandig en veilig te laten draaien. In de eerste fase leren zij technieken als zeilen voorleggen, kruien en remmen, in de tweede fase gaan zij ook op andere molens werken. Na gemiddeld twee jaar volgt het examen.

Zelf volgde Blom pas na zijn vijftigste de opleiding tot vrijwillig molenaar. Dat is niet ongewoon. Afgezien van een aantal piepjonge enthousiastelingen omarmen de meeste mensen het vak pas op latere leeftijd.

Simone Verscheure (66), voorzitter van het Gilde van Vrijwillig Molenaars, afdeling Noord-Holland, krijgt gemiddeld drie à vier aanmeldingen per maand voor de molenaarsopleiding. Dat zijn voor het grootste deel vijftigplussers. “Die zijn uit de kinderen of net met pensioen en hebben daardoor meer tijd. Ongeveer een op de tien leerlingen is vrouw. Ook dat is een verandering, want vroeger was het uitsluitend een mannenwereld,” zegt Verscheure, tevens molenaar en instructeur op houtzaagmolen De Otter in Amsterdam-West.

Op dit moment zijn meer dan 170 molenaars actief in Noord-Holland, van wie 65 mensen in opleiding zijn. Dat zijn er meer dan in provincies als Friesland, Groningen en Zeeland. Daar is juist een tekort aan molenaars en leerlingen voor het aantal molens dat er is.

Haar hart maakte een sprongetje

Chris Smit (76), molenaar en instructeur op de Molen van Sloten, merkt eveneens een toenemende belangstelling. “We hebben nu vier leerlingen. Twee staan er in de wacht. Het is dringen om een plekje. Ik zou er zo nog twee of drie mensen bij kunnen krijgen, maar die kan ik niet plaatsen.”

Een van de leerlingen op de Molen van Sloten is sinds juni Annemarie van den Bogaard (53). “Mijn hart maakte een sprongetje toen ik een foldertje over de molenaarsopleiding bekeek. Jaren later kwam ik het weer tegen en heb ik me alsnog aangemeld. Naast mijn werk als psycholoog ben ik een dag per week op de molen. Daar word ik heel blij van. Het buiten zijn vind ik fijn en het spreekt me ook aan dat alles oud is: het ambacht, de materialen. Handelingen zoals de vang (remconstructie red.) aan en uitzetten vind ik nog wel lastig. Ik stel me nog te afhankelijk op en vraag bij alles of ik het wel goed doe. Uiteindelijk moet ik het zelfstandig kunnen. Het leren van alle onderdeeltjes en benamingen gaat me beter af. Ik zit graag met mijn neus in de boeken.”

Als romantica droomt ze weleens over een mooie molen met veel groen eromheen. “Maar echte plannen maak ik niet. Ik houd me vooral met het nu bezig.”

Ook haar vriend Erik d’Ailly (66) volgt de molenaarsopleiding, maar dan op houtzaagmolen De Otter, onder leiding van Verscheure. Anders dan Van den Boogaard heeft hij nog nauwelijks in de boeken gekeken. “Je krijgt een enorm lespakket waarin oudere molenaars al hun ziel en zaligheid hebben gestopt. Alle soorten molens, weerkunde, de geschiedenis. Elk wiggetje of pennetje heeft een naam. Die moet je allemaal uit je hoofd leren. Het zeil erop gooien en draaien vind ik mooier. Er zijn veel overeenkomsten met zeilen, wat ik ook graag doe.”

Hij weet nog niet wat hij later met zijn molenaarsdiploma wil doen. “We houden van dromen, dus wie weet gaan we ooit samen op een molen wonen. Maar weggaan uit de binnenstad van Amsterdam lijkt me ook moeilijk. Ik vind het nu vooral leuk om een dag in de week iets heel anders te doen.”

‘Buitenspelen’ noemt Lulu Welther (58) dat. Ze is al twintig jaar buurvrouw van houtzaagmolen De Otter. Vanuit haar huis kijkt ze eropuit. Sinds deze zomer is ze naast haar werk als schilderijenrestaurateur een dag per week leerling-molenaar. “Als zeiler heb ik iets met wind. Ik ben ook gefascineerd door de oude, gedegen techniek. De Otter is de oudste nog bestaande houtzaagmolen ter wereld. Ik wil graag iets bijdragen aan het behoud ervan en het immaterieel erfgoed doorgeven. Straks weet niemand meer hoe je een molen moet bedienen. En de functionaliteit ervan is juist zo mooi. Als de stroom uitvalt, kunnen wij boomstammen zagen en in principe de hele buurt van brandhout voorzien.”

Annemarie van den Boogaard, molenaar in opleiding, op de Molen van Sloten. Beeld Nina Schollaardt
Annemarie van den Boogaard, molenaar in opleiding, op de Molen van Sloten.Beeld Nina Schollaardt

Dat ervoer ook Stan Baltus deze zomer op de Wimmenumermolen in Egmond aan den Hoef. “Er was in juni veel wateroverlast. We moesten dag en nacht malen. De molenaar deed het tot acht uur ’s avonds en daarna nam ik het over tot drie uur ’s nachts. Zo wisselden we elkaar af. Keihard werken en maar doordraaien. Je zag het water eruit komen. Dat zijn de mooiste momenten. Dan zie je dat molens echt nog steeds nodig zijn.”

Immaterieel erfgoed

Nederland telt nog zo’n 1200 wind- en watermolens. Dat waren er honderd jaar geleden bijna tienduizend. Ongeveer veertig beroepsmolenaars en ruim tweeduizend vrijwilligers houden de molens draaiende. Sinds 2017 is het ambacht van molenaar uitgeroepen tot immaterieel erfgoed en staat het op de Unesco-werelderfgoedlijst.

Meer over