PlusPortretten

Zij adopteerden een afvalcontainer: ‘Maar ik wil niet de vuilnispolitie lopen uithangen’

Er wordt veel geklaagd over zwerfvuil in de stad, maar steeds meer Amsterdammers doen er ook echt iets aan. ‘Soms raak ik wel geïrriteerd als ik zie dat mensen hun troep gewoon naast mijn container zetten.’

Agartha Frimpong: ‘Je komt vreselijke viezigheid tegen.’

 Beeld Susanne Stange
Agartha Frimpong: ‘Je komt vreselijke viezigheid tegen.’Beeld Susanne Stange

Agartha Frimpong (66), gepensioneerd, K-buurt in Zuidoost:

“Mijn motto is: als je ergens leeft, dan moet je zelf ook inspanningen leveren om te zorgen dat het goed gaat met de gemeenschap. Dus maak ik met een groep vrouwen die allemaal een container hebben geadopteerd de omgeving van Kortvoort en het Krimpertplein schoon.

Ik erger me vreselijk aan zwerfvuil, ik vind het jammer dat er zo veel mensen zijn die hun troep maar gewoon laten rondslingeren. Dat geldt ook voor vuilniszakken die niet in maar naast de container worden gezet. Je ziet dat vogels de zakken kapotmaken en dan waait de hele inhoud door de buurt. Het is niet gezond, het stinkt. Tijdens het opruimen kom je vreselijke viezigheid tegen, dan heb je echt even geen eetlust meer als je thuiskomt.

Ik spreek ook mensen aan. Laatst was er een man die allemaal kattengrit uit zijn auto gooide. Die heb ik aangesproken. Het helpt dan niet altijd, maar ik hoop dat het mensen dan maar een beetje aan het denken zet. De oplossing van het zwerfvuilprobleem is opvoeding: mensen moet kennelijk geleerd worden dat je je troep gewoon zelf moet opruimen. Of ik er soms boos van word? Ach, dat heeft zo weinig zin. Ik word er wel verdrietig van.”

Jesse Voorn: ‘Soms word ik er wel een beetje moe van.’
 Beeld Susanne Stange
Jesse Voorn: ‘Soms word ik er wel een beetje moe van.’Beeld Susanne Stange

Jesse Voorn (45), videograaf, Bloemenbuurt in Noord:

“Ik ga zeker niet staan posten of mensen hun vuilnis goed in de container storten, dat lijkt me niet helemaal mijn werk. Maar ik sta wel soms zakken op te ruimen als ik zie dat ze ernaast staan. Tja, ik doe het graag voor de buurt. Soms word ik er wel een beetje moe van, maar het is een noodzakelijk kwaad.

Ik woon in Noord en dit is echt een fantastische buurt, maar niet iedereen gaat daar op dezelfde manier mee om: er staat regelmatig vuilnis naast de containers. Mensen hebben niet altijd zin om een stukje verder te lopen als de boel vol is. Ik ben sinds een jaar of drie adoptant van een container. Het was gewoon nodig, en dat is het nog steeds wel. Ik ergerde me regelmatig, dus ik dacht: ik moet het heft in eigen hand nemen.

Ergens verwacht ik ook wel iets meer van de gemeente: we betalen er belasting voor en niet zo’n beetje ook in Amsterdam. Ik vind dat we niet altijd waar krijgen voor ons geld. Ik snap wel dat het niet makkelijk is, al helemaal door corona. Nu we veel vaker thuis zijn, produceren we ook meer afval. Ze komen de boel wel ophalen, maar dit vergt een structurelere oplossing. Ik zou graag het gevoel krijgen dat men bezig is het probleem op te lossen, maar dat heb ik eerlijk gezegd niet.”

Riitta Gorter-Mäkelä: ‘Er iets van zeggen is niet altijd slim.’ Beeld Susanne Stange
Riitta Gorter-Mäkelä: ‘Er iets van zeggen is niet altijd slim.’Beeld Susanne Stange

Riitta Gorter-Mäkelä (70), gepensioneerd, G-buurt in Zuidoost:

“Een tijdje terug ergerde ik me aan de troep die mensen naast mijn container hadden geplaatst. Ik was druk aan het opruimen en schoonmaken toen er een jongen langskwam die vroeg wat ik aan het doen was. Toen ik het hem liet zien, zei hij: ‘God houdt van u.’ Dat is natuurlijk heel fijn, door zulke reacties voel je jezelf echt heel erg gewaardeerd. Ik ben positief ingesteld: met alleen maar klagen schiet je ook niet veel op.

Sinds twee jaar heb ik deze container geadopteerd, maar daarvoor al was ik al actief in het schoonhouden van de straat. Ik ging al vaak met een vuilniszak naar buiten om zwerfvuil op te ruimen. Maar als adoptant krijg je ook een sleutel waarmee je de container kan openmaken. Als er dan iets blokkeert, wat je bijvoorbeeld vaak hebt met karton, kan je dat eerst proberen zelf op te lossen.

Heel soms raak ik wel geïrriteerd als ik zie dat mensen hun troep gewoon naast mijn container zetten, maar het is niet altijd slim om daar iets van te zeggen. Ik heb het weleens gedaan, hoor, en meestal wordt daar wel goed op gereageerd.”

Jaco de Swart: ‘Ik wil niet die zure gast uit de buurt zijn.’ 
 Beeld Susanne Stange
Jaco de Swart: ‘Ik wil niet die zure gast uit de buurt zijn.’Beeld Susanne Stange

Jaco de Swart (32), promovendus natuurkunde, Oosterparkbuurt in Oost:

“Toen ik mijn eigen container kreeg werd ik ineens een échte vrijwilliger, met zo’n grijper en een stoffer en blik. Terwijl ik me daarvoor ook al druk maakte over zwerfvuil op straat. Met een vriend richtte ik Troeptroep op: een initiatief om onze eigen omgeving in Oost schoon te houden. Maar dit leek ons gewoon leuk en dat is ook zeker het geval.

Ik spreek regelmatig mensen aan als ik zie dat ze hun troep op straat gooien, maar ik wil niet de vuilnispolitie lopen uithangen. Soms gaat het plezierig, maar sinds ik een keer een klap kreeg bedenk ik me wel eerst: is dit het soort persoon dat openstaat voor mij? Laten we zeggen: je creëert er niet onmiddellijk een hele fijne sfeer mee. Mensen zitten er niet altijd op te wachten. Laatst zei een vrouw die haar vuilniszak naast de container gooide: ‘Je hebt helemaal gelijk, maar nu even niet.’ Tja.

Dat ik mijn best doe en sommige andere mensen er een puinhoop van maken: je kan er gefrustreerd van raken, maar dat is zeker niet de bedoeling. Ik wil niet die zure gast uit de buurt worden, daar heb je vooral jezelf mee. Ik heb me aangeleerd om dingen dan maar even te laten gaan.”

Zo werkt het

Adoptanten van een afvalcontainer houden ‘een oogje in het zeil’ bij de door hen geadopteerde container. En ze houden samen met de ­gemeente de omgeving van de afvalcontainer schoon. Adoptanten krijgen een schoonmaakset met daarin onder meer een bezem, werkhandschoenen, een stoffer en blik, vuilniszakken, eventueel een zwerfvuilknijper en een kinderzwerfvuilknijper. Daarnaast krijgen zij een telefoonnummer waar meldingen kunnen worden ­gedaan die met voorrang worden ­behandeld en is er voor vragen een ­direct contactpersoon.

Er worden ook excursies en workshops georganiseerd. Zo zijn zij een keer naar Plant One Rotterdam ­geweest, waar bedrijven en onderzoeksinstellingen hun innovatieve ideeën op duurzame technologie op commerciële schaal kunnen testen en produceren. Een woordvoerder van de gemeente: “Ook hebben ze een workshop ­gedragsbeïnvloeding ­gekregen. Rond de kerst is een adoptantendiner of een nieuwjaarsborrel met een kleine attentie.”

- Amsterdam telt 11.937 ondergrondse afvalcontainers.

- Er zijn 2436 Amsterdammers containeradoptant.

- De groei zit er goed in: in vergelijking met februari 2020 is dit aantal met 21 procent toegenomen.

- Van de adoptanten geeft 85 procent aan dat de adoptie een positief effect heeft op de netheid en schoonheid van de straat.

Meer over