PlusReportage

Zeshonderd jaar Durgerdam: ‘Het uitzicht, daar kan ik lang naar kijken, en dan denk ik: ach, ’t is toch wel een mooi plaatsje’

Jonge Durgerdammers: vanaf links Lara, Sam, Ika, Samuel en Rose. Beeld Dingena Mol
Jonge Durgerdammers: vanaf links Lara, Sam, Ika, Samuel en Rose.Beeld Dingena Mol

Durgerdam, dat dit jaar 600 jaar bestaat, is uitgegroeid van vissersgehucht tot gewild dorp met huizen van boven het miljoen. De stad mag dan oprukken, het klompenzeilen en het Neptunusfeest houden stand.

Marloes de Moor

Gakkende ganzen doorkruisen de strakblauwe lucht in V-formatie. Vogels tsjilpen tussen de hoge rietkragen. Ochtendnevel boven het rimpelloze water. Een enkeling verlaat met de hond het huis. Zacht valt een deur in het slot. Een rossige poes miauwt. In de witte kapel luidt om het uur de klok. Op momenten dat er in Durgerdam geen toeristen en watersporters zijn, is het niet moeilijk verliefd te worden op de sliert witte huisjes op de dijk, de lieflijke kapel in de bocht.

Van dichtbij een schilderachtig dorp aan de waterkant, vanaf het IJmeer een kartelrandje aan de horizon. Het mooie, ingetogen zusje van de brutale hoofdstad die amper tien kilometer verderop met kop en schouders boven alles uittorent. Zo vaak beschreven en bezongen. ‘En daarachter lag Durgerdam, met z’n kleine huisjes aan den dijk en z’n twee kleine torentjes. Wat scheepjes, de masten staken schraaltjes in de lucht,’ schreef Nescio. ‘Durgerdammerdijk. Weemoed op het spiegelgladde water. ’s Morgens vier uur, vogels, mensen, alles ligt te slapen,’ zong Jeroen Zijlstra, zanger, trompettist en ­Durgerdammer, in zijn bekende lied Durgerdam slaapt.’

Hutten bouwen, vissen, zeilen

Voor een groot raam, dat zicht biedt op de Durgerdammerdijk, zit Arie Honingh (84), geboren en getogen in Durgerdam. Gestrekte benen op een leren poef, handen op zijn buik, donkerblauwe schipperstrui en imposante witte bakkebaarden. Op het tapijt ligt bij zijn voeten een verrekijker. Soms grijpt hij die om een stipje op het water nader te bekijken.

Hij woont in zijn ouderlijk huis, waarin nog veel van vroeger te herkennen is. “Daar bij het raam stond mijn bed,” wijst hij. “Ik was als jochie altijd buiten. Hutten bouwen, vissen, zeilen. Hier in huis ontbreekt een mooie paneeldeur die mijn opa neerlegde om te repareren. Ik maakte er als jochie een vlot van. Met mijn vriendjes speelde ik vaak op het Vuurtoreneiland. Bootjes maken van gebogen riet en vuurtjes stoken. Er zijn nog maar paar jongens van mijn leeftijd over. Die goeie tijd is wel geweest. Het is nu ieder voor zich en God voor ons allen,” verzucht Honingh.

“Jij zit in een andere fase, pap,” nuanceert zijn zoon Arjan (44). “Als je schoolgaande kinderen hebt, heb je juist veel contact met andere dorpsbewoners. We helpen elkaar bijvoorbeeld met kinderen naar zwemles halen en brengen. Elke eerste vrijdag van de maand komen we gezellig bijeen in de kantine van voetbalclub DRC.”

Drie generaties Durgerdammers: Arie Honingh, zijn zoon Arjan en kleindochter Annefien.  Beeld Dingena Mol
Drie generaties Durgerdammers: Arie Honingh, zijn zoon Arjan en kleindochter Annefien.Beeld Dingena Mol

Arjan Honingh woont met zijn gezin op nummer 38, vlak bij zijn vader, naast zijn zus Astrid. “Het is een oud huisje waar het binnen soms harder waait dan buiten en we pannetjes moeten neerzetten als het regent. We hebben nu toestemming gekregen het te slopen en gaan het in authentieke staat weer opbouwen.”

Dat is aan Arjan, bouwkundig opzichter, wel besteed. Het zit in de genen. Zowel zijn vader als opa bouwden en verbouwden als aannemers heel wat Durgerdammer huizen. Oude documenten maken gewag van de woningen op nummer 113, 114 en 115 die de firma Honingh in 1957 opleverde voor 29.000 gulden.

Traag steekt Arie Honingh zijn hand op naar een voorbijganger. Steeds vaker weet hij niet meer wie het is – er zijn zo veel nieuwe mensen komen wonen. Maar deze witharige heer met blozende buitenluchtwangen herkent hij. “Dat is Hennie. Ook van de oude garde.”

Kelder vol weckpotten

Met zijn vrouw maakt Hennie Koopman (82) zijn vaste wandelrondje. Als hij niet wandelt, is hij druk met boeken schrijven, wildplukken, ganzen bereiden, werken in de moestuin bij de kerk, paling vangen en vissen vanuit een bootje. In zijn huis, niet ver van de Dorpskerk, heeft hij een kelder vol weckpotten en een ijskast met zelfgemaakte vruchtensappen, ganzenburgers en ganzenworsten.

Hennie Koopman rookt paling. Beeld Dingena Mol
Hennie Koopman rookt paling.Beeld Dingena Mol

Bijna vijftig jaar geleden verhuisde Koopman met zijn vrouw en zoon naar Durgerdam. Na een loopbaan als meet- en regeltechnicus ging hij in 1979 aan de slag als beleidsmedewerker van de Stichting Centrale Dorpenraad. “Om snel thuis te raken in de dorpsgemeenschap ging ik voetballen bij DRC en sloot ik me aan bij de protestantse kerk in het dorp. Daar ben ik nog altijd actief.”

Op rubberen klompen steekt Koopman de Weesbrug over naar het Kerkepad. Trots toont hij de met kroonluchters verlichte Dorpskerk, die mede door zijn toedoen in 1991 geheel gerestaureerd werd. Binnen prijken twee scheepsmodellen en een gedenkteken ter herinnering aan de Durgerdammer visser Klaas Klaassen Bording en zijn zoons Klaas en Jacob. In de winter van 1849 werden ze na veertien dagen op een ijsschots in de Zuiderzee gered.

Een verhaal dat elke Durgerdammer kent en herinneringen oproept aan het roemruchte visserijverleden van het dorp. Ooit wemelde het er van de botters en tjalken, waren er een werf, een helling en een visafslag. Venters reden met de handkar en later met paard en wagen of motorbakfiets naar Amsterdam om vis te verkopen.

null Beeld Dingena Mol
Beeld Dingena Mol

Hoewel de beroepsvisserij al sinds de komst van de Afsluitdijk, die in 1932 werd geopend, was uitgestorven vanwege sterk teruglopende vangsten, hing tot ver in de jaren tachtig nog een maritieme sfeer in het dorp.

Koopman herinnert zich de drogende netten en piramides van fuiken op de dijk. Op nummer 122 zat een touw- en nettenwinkel, waar hij regelmatig wat kocht. “Op vrije dagen ging ik geregeld mee als opstapper met de RD 35, waar Cor Harder en zijn zoon Roel mee visten. Dat waren de laatste vissers van Durgerdam, totdat Roel in 1990 stierf.”

Model van een Durgerdammer botter in de Dorpskerk. Beeld Dingena Mol
Model van een Durgerdammer botter in de Dorpskerk.Beeld Dingena Mol

Hun in Durgerdam gebouwde vissersschouw ligt sinds een jaar weer in de haven omdat de familie hem terugkocht.

Koopman zag veel veranderen in de halve eeuw dat hij er woont. “Er waren destijds veel meer oorspronkelijke bewoners. Omdat sommige achternamen, zoals Porsius, Bording en Jongh Visscher vaak voorkwamen, hadden mensen bijnamen. Jan van Jeltje, Zwarte Piet, Jan van Vrouw, Jan van Ka, Blauwe Klaas. Nieuwelingen leerden elkaar kennen via de kerk en de school die toen nog in het dorp gevestigd was.”

Snackbar Westend

Dat wordt beaamd door Wil en Jaap Por­sius (77). Samen bestierden ze tot 1990 snackbar Westend op nummer 53. Wil: “Het werd een toeristische trekpleister voor fietsers en watersporters, maar ook Durgerdammers kwamen er bijeen. Iedereen kende elkaar. Nu denk je soms: woon jij hier ook? Toch zijn tradities zoals Neptunusdag, Koningsdag, klompenzeilen en Sint-Maarten wel gebleven.”

Wil was veertig jaar vrijwilliger bij voetbalvereniging DRC en de Dorpskerk. Jaap werkt nog altijd als havenmeester van Watersportvereniging Durgerdam. Een paar keer per dag fietst hij naar de jacht­haven om bezoekers te verwelkomen en een plek te wijzen en met ze af te rekenen.

Zeilvereniging Het Y, één van de watersportverenigingen van het dorp. Beeld Dingena Mol
Zeilvereniging Het Y, één van de watersportverenigingen van het dorp.Beeld Dingena Mol

Durgerdam telt maar liefst drie watersportverenigingen, WSV Durgerdam, Zeilvereniging Het Y en Durgerdam Watergeuzen, die alle een plek in de haven hebben. Liefhebbers van de pleziervaart strijken er graag neer. En zo veranderde een rauw vissersdorp in een toeristische trekpleister, maakten botters plaats voor zeilboten en motorjachten en groeiden de primitieve houten vissershuizen uit tot droomstulpjes, waar niet zelden meer dan een miljoen voor werd neergeteld.

Toch heeft dat het dorp niet minder idyllisch gemaakt, vindt Alex Klusman (52). “Wij verhuisden in 2012 van Kadoelen naar Durgerdam en vonden hier het dorpsgevoel waar we naar op zoek waren,” zegt Klusman, de voorzitter, jeugdtrainer en drijvende kracht van voetbalvereniging DRC (Durgerdam Racing Club).

Alex Klusman, de drijvende kracht van voetbal-vereniging DRC. Beeld Dingena Mol
Alex Klusman, de drijvende kracht van voetbal-vereniging DRC.Beeld Dingena Mol

Toen hij met zijn twee zoontjes voor het eerst bij DRC kwam, trof hij een grote chaos aan. “Op het veld stond één trainer met veertig jeugdspelers. Hij vroeg me om te helpen. Dat deed ik en sindsdien ben ik niet meer weggegaan.”

Mede dankzij zijn inspanningen groeide de club enorm in ledenaantal, ging het niveau omhoog, werd damesvoetbal geïntroduceerd en kwamen er nieuwe voor­zieningen, zoals een kunstgrasveld. Van ’s morgens vroeg tot ’s avonds laat is Klusman naast zijn werk in de weer voor de club. “Overal in het dorp zie je nu rood-­witte DRC-shirtjes te drogen hangen aan de lijn. Daar ben ik trots op. Er voetballen bij ons ook veel kinderen uit de Waterlandse dorpen, Amsterdam-Noord, Zeeburg, IJburg en het centrum.”

null Beeld Dingena Mol
Beeld Dingena Mol

De kantine van DRC is inmiddels de plek waar iedereen samenkomt. “De club is een verbindende factor,” vertelt Klusman. “Je merkt soms wat verschil tussen nieuwelingen en oorspronkelijke bewoners. Toen mijn vrouw, net nieuw, om een cappuccino vroeg in de kantine, keken ze vreemd op. De oudere Durgerdammers laten het liever zoals het was. Gewoon ­percolatorkoffie en een broodje kroket. Nieuwelingen maak je blij met honderd procent gerecycled kunstgas, gezonde ­voeding, duurzame initiatieven. Zelf neig ik naar iets ertussenin. Uit de oude tijd stammen ook veel goede dingen. Zo mis ik vrijwilligers als wijlen Klaas Bording en Tante Wil. Wil Porsius bestierde veertig jaar de kantine. Ze was er al om zeven uur ’s ochtends en naaide bijvoorbeeld ook cornervlaggen van oude shirtjes.”

Dat DRC dé ontmoetingsplek van het dorp is geworden, heeft ook te maken met de dungezaaide horeca in het dorp. Ooit waren er zeven kroegen. De afgelopen decennia konden Durgerdammers naar café Hollands Glorie, cafetaria Westend of de Oude Taveerne, later ZuyderZiel. Die laatste horecagelegenheid wordt op dit moment verbouwd tot luxe boetiekhotel met veertien kamers.

Thee Tante

Op nummer 53, waar ooit snackbar Westend van Wil en Jaap Porsius zat, runde Anneke Siesling (62) zes jaar lang Thee Tante Durgerdam. Het was de enige pleisterplaats waar toeristen, fietsers en wan­delaars van mei tot september konden neerstrijken. Maar ook die zaak is inmiddels ter ziele. Door de coronapandemie was Siesling genoodzaakt haar werkterrein te verleggen. Ze bestiert nu op dezelfde plek een vergaderlocatie.

Anneke Siesling, bij haar vergaderlocatie. voorheen Thee Tante. Beeld Dingena Mol
Anneke Siesling, bij haar vergaderlocatie. voorheen Thee Tante.Beeld Dingena Mol

Siesling verhuisde 25 jaar geleden vanuit Friesland naar Durgerdam en werkte twintig jaar als gymlerares op basisschool De Weidevogel in Ransdorp. “Toen ik meer tijd kreeg, ben ik Thee Tante Durgerdam begonnen. Destijds bestond café ZuyderZiel nog en ik wilde geen concurrent worden. Daarom besloot ik me te richten op thee en taarten. Nu ontvang ik alleen nog groepen op afspraak.”

Haar gasten roemen stuk voor stuk het prachtige uitzicht, het natuurschoon en de rust zó dicht bij de stad. Vanuit haar huis kan Siesling dagelijks de zon zien op- en ondergaan, met ’s nachts het zwakke vuurtorenlicht vanaf het Vuurtoreneiland.

Generaties lang woonde daar de familie Engel, die de vuurtoren beheerde. Sinds 2013 hebben Ester Lahnstein (47), Brian Boswijk (45) en hun vier kinderen er hun intrek genomen. Boswijk runt restaurant Vuurtoreneiland. Elke ochtend vaart Lahnstein twee keer heen en weer om de kinderen naar school te brengen, want hun verschillende scholen beginnen niet om dezelfde tijd. “Ook voor voetbal bij DRC of speelafspraakjes gaan we naar de overkant. Ik ben soms net een pendeldienst. En je moet niet hebben dat iemand zijn fietssleuteltje vergeet,” lacht ze.

Lieve (met hoedje) en haar vriendin Lou op de boot bij Vuurtoreneiland. Beeld Dingena Mol
Lieve (met hoedje) en haar vriendin Lou op de boot bij Vuurtoreneiland.Beeld Dingena Mol

Maar dat is de logistiek, want het is toch vooral een paradijs, vinden Boswijk en Lahnstein. “De rust, de natuur: het is hier zo mooi. Vooral in de zomer. De kinderen hebben hun vriendjes in Durgerdam en die komen graag spelen op het eiland. Eigenlijk net als Arie Honingh vroeger.”

Luchtbeddengevechten

Hoezeer het dorp ook een andere identiteit kreeg, de kinderen lijken nauwelijks te zijn veranderd. Vraag ze naar hun dorp en ze noemen tradities die ook doorgewinterde Durgerdammers graag aanhalen: het klompenzeilen, de optocht met Koningsdag, Sint-Maarten, het Neptunusfeest, de legendes en verhalen van hun dorp.

Trots toont Sam Magnusson (9) het kinderboek Veertien dagen op een ijsschots. “Dit is een mooi, spannend verhaal over Durgerdam.”

Rose van Straalen (9) enthousiast: “Het Neptunusfeest is ook heel leuk! Iedereen is dan verkleed, er is een glijbaan en we doen luchtbeddengevechten.”

Sam knikt: “Hilárisch was dat! Je kunt hier ook goed voetballen, hutten bouwen, zeilen of vissen.” Hij houdt zijn handen wijd uit elkaar: “Ik heb een keer zó’n grote snoekbaars gevangen. Met twee handen aan de lijn trok ik hem eruit!”

Arie Honingh was 75 jaar geleden misschien wel net zo’n jongetje als Sam. Hij tuurt naar het stille water, de bebouwing van Zeeburg en IJburg aan de einder. De stad rukt op. “Dat hou je niet tegen, maar dat het nu verder groeit tot aan de vuurtoren, vind ik triest.”

Even zwijgt hij. “Maar toch, het uitzicht, daar kan ik lang naar kijken. En dan denk ik: ach, Durgerdam, ’t is toch wel een mooi plaatsje.”

Lieve (r) en Lou op Vuurtoreneiland, waar de ouders van Lieve, Brian Boswijk en Ester Lahnstein, een restaurant runnen. Beeld Dingena Mol
Lieve (r) en Lou op Vuurtoreneiland, waar de ouders van Lieve, Brian Boswijk en Ester Lahnstein, een restaurant runnen.Beeld Dingena Mol
Meer over