De oude stad met de Westertoren, op de achtergrond de verkeerstoren van Schiphol.

PlusReportage

Wonen op 16-hoog, ondanks hoogtevrees: ‘Amsterdam wordt een soort schouwspel’

De oude stad met de Westertoren, op de achtergrond de verkeerstoren van Schiphol.Beeld Dolph Kessler

Ondanks zijn hoogtevrees verhuisde stedenbouwkundige Kees van Ruyven (73) naar de zestiende verdieping van woontoren B’Mine in Noord. Het fascinerende uitzicht over de stad leidde tot een fotoboek. ‘Er zit een soort knik in de plattegrond.’

Kees Keijer

De zee zie je nog net niet. In de verte doemt IJmuiden op en als het helder weer is, kun je misschien een glimp opvangen van duinen. Als je naar beneden kijkt, is daar altijd het af- en aanvaren van de pont. En steeds staat er weer een nieuwe groep voetgangers, fietsers en scooters op de kade te wachten. Sommige dingen zijn ook ver­anderlijk, zegt Kees van Ruyven. “In deze periode gaat de zon onder achter het Paleis van Justitie, in de zomer bij de Pontsteiger.”

Sinds vijf jaar woont Van Ruyven op de zestiende verdieping van B’Mine, de woontoren achter de A’DAM toren en Eye Filmmuseum. De toren met zijn strakke vormgeving is onderdeel van de nieuwe skyline van Noord, die vooral prominent opdoemt aan de achterkant van het Centraal Station.

Van Ruyven werd geboren in de Uiterwaardenstraat, woonde in de Watergraafsmeer, in Bos en Lommer en op allerlei andere plekken in de stad. Maar wat betreft het uitzicht kan niets tippen aan zijn woning aan het IJ.

Plotselinge afgrond

Saillant detail: stedenbouwkundige Van Ruyven hield zich als projectregisseur bezig met de ontwikkeling en transfor­matie van de zuidelijke IJ-oevers: het ­Westerdokseiland, het Centraal Station, het ­Oosterdokseiland en de Oostelijke Handelskade. “Ik kijk dus voor een belangrijk deel uit op het werk waar ik verantwoordelijk voor was.”

Achter het Centraal Station vertrekken drie veerponten richting Noord: naar het NSDM-terrein, de Buiksloterweg en het IJplein (rechts op de foto). Beeld Dolph Kessler
Achter het Centraal Station vertrekken drie veerponten richting Noord: naar het NSDM-terrein, de Buiksloterweg en het IJplein (rechts op de foto).Beeld Dolph Kessler

Aanvankelijk was Van Ruyven vanwege hoogtevrees helemaal niet geneigd om zo hoog te gaan wonen. De ramen in het appartement lopen van de vloer tot het plafond, waardoor je inderdaad nogal plotseling met een afgrond geconfronteerd wordt. “Maar het bleek mee te vallen. Ik ben van mijn hoogtevrees afgekomen.”

Ook fotograaf Dolph Kessler (71) was onder de indruk van het uitzicht vanuit B’Mine. De vrienden leerden elkaar in de jaren zeventig kennen in Delft, waar ze stedenbouwkunde studeerden aan de TU. Kessler groeide op aan de Amsteldijk. Na zijn studie verhuisde hij naar Friesland, waar hij nog steeds woont.

“Langzaam ontstond het idee voor een fotoboek over het uitzicht op de zestiende verdieping,” zegt Van Ruyven. “Een paar jaar geleden hebben we ook een fotoboek gemaakt over Lviv, een stad in het westen van Oekraïne. Daar heb ik zes maanden gewoond.”

Het boek werd uiteindelijk een soort portret van de stad vanuit de vier hoeken op de zestiende verdieping. Kessler maakte foto’s vanuit de woning van Van Ruyven, maar ook vanuit de drie andere hoekappartementen op dezelfde etage. Daarnaast heeft Van Ruyven de bewoners van die drie andere huizen geïnterviewd.

B’Mine herbergt luxe penthouses, maar ook 50 huurappartementen in het middensegment en 52 woningen volgens het nieuw ontwikkelde Friends-concept. Zoals in de Amerikaanse tv-serie delen broer en zus of twee vrienden of vriendinnen een woning met een gemeenschappelijke woonkamer, keuken en badkamer.

Toeval of niet, de internationale bewoners op de zestiende verdieping hebben weinig contact met anderen in de flat. Sommigen richten hun aandacht vooral op de overkant van het IJ, op de binnenstad. Anderen zijn verknocht geraakt aan Noord. Een Duits gezin heeft een appartement in de buurt gekocht. Ook een van de bewoners in het Friends-appartement gaat naar een nabijgelegen nieuwbouwwoning.

Het echte buurtgevoel ontbreekt nog een beetje in de toren. De Van der Pekbuurt lijkt geen populaire bestemming voor boodschappen. Dat op de begane grond van B’Mine een Albert Heijn is gevestigd, is natuurlijk ook lekker makkelijk. Voor dagelijkse dingen hoef je eigenlijk de flat niet uit.

Vanuit B’Mine kijk je uit tot ver achter het Centraal Station. Beeld Dolph Kessler
Vanuit B’Mine kijk je uit tot ver achter het Centraal Station.Beeld Dolph Kessler

Niemand belt aan

Van Ruyven: “Mijn buren op de zestiende verdieping wonen hier net als ik al vijf jaar, maar ik kende ze helemaal niet. Dat zegt ook wel iets over de anonimiteit van het wonen in een hoogbouw. Het is een betrekkelijk kleine verdieping met zeven appartementen, maar je kunt nergens naar binnen kijken. Je komt elkaar bijna niet tegen, je gaat ook niet zo gauw aanbellen. De communicatie vindt in feite via de lift plaats. En in een lift houdt iedereen zijn mond.”

Vanaf de zestiende verdieping in Noord is de oude stad goed te zien, maar het valt niet altijd mee om je te oriënteren. De ­Zuidas doemt aan de horizon op, maar gek genoeg niet in de richting die je aanvankelijk inschat. Van Ruyven heeft vaak ervaren dat bezoekers bepaalde gebouwen ergens anders verwachten dan hun daadwerkelijke plek. Je raakt hier een beetje de richting kwijt. Wie de Hoogovens zoekt, volgt het IJ in de richting van het Noordzeekanaal, maar dat blijkt toch niet niet te kloppen.

Ook in Kesslers foto’s zitten soms vreemde dingen. “Dat komt omdat de zuidkant van de stad een beetje gedraaid ligt ten opzichte van het IJ,” aldus Van Ruyven. “Er zit een soort knik in de plattegrond van de stad. Dat kun je hier heel goed ervaren.”

Misschien valt het hen meer op omdat ze beiden stedenbouwkundige zijn, zegt Kessler. “Maar er gebeuren wonderlijke dingen als je met een telelens gaat foto­graferen. Als je de Westertoren probeert te vangen, blijkt ineens de verkeerstoren van Schiphol heel prominent in beeld te komen. En als je de Zuidas fotografeert, heb je ineens het Rijksmuseum, het Vic­toria Hotel en De ­Bijenkorf op één lijn ­achter elkaar.” ­Hetzelfde gebeurt met de Nicolaaskerk, het Okurahotel en het Nhow Hotel bij de Rai.

Richting het IJplein en de  Vogelbuurt zie je onder meer de torens van de IJtunnel en de moskee El Mohsinine.  Beeld Dolph Kessler
Richting het IJplein en de Vogelbuurt zie je onder meer de torens van de IJtunnel en de moskee El Mohsinine.Beeld Dolph Kessler

De twee bewoners van het Friends-­appartement aan de noordkant van B’Mine keken voorheen groots uit over Noord en Waterland, maar nu zijn er nieuwe hotel­torens gebouwd, die het uitzicht deels wegnemen. Ook het stedelijk landschap daaromheen verandert ingrijpend. Een industriegebied met tuindorpen wordt een aaneengesloten stedelijk woongebied.

Vooral in westelijke richting heeft Van Ruyven gezien hoe er steeds meer woningen gebouwd werden. Aan de oostkant heb je zicht op het park dat langs de Tolhuistuin langs het Noordhollandsch Kanaal naar Waterland gaat. Maar aan de westkant zie je nu alleen maar gebouwen. “Ik hoop niet dat dat op die manier doorgaat. Er is hier heel weinig groen.” Je merkt nog dat het van oorsprong een havengebied is. Scheepswerf Damen Shiprepair, waar nu twee cruiseschepen liggen aangemeerd, wordt echter bedreigd door oprukkende woningbouw. “Er komen erg veel woningen, waardoor het monomaan wordt. Er is weinig diversiteit,” zegt Kessler.

null Beeld Dolph Kessler
Beeld Dolph Kessler

Een beetje stiekem

Hij legde diverse bouwplaatsen van boven vast. Ook richtte hij zijn camera regelmatig op de mannen in gele en oranje hesjes die op grote hoogte hun werk doen. “Je hebt ­eindeloos veel straatfotografen in Amsterdam. Maar wat gebeurt er nu als je het zstedelijk leven probeert te vangen op 16-hoog? Dan heb je toch een heel andere dynamiek. Als je actie wil, moet je naar beneden fotograferen. Of een beetje stiekem in de tuinen en kamers van de mensen die hier omheen wonen.”

De gebouwen in de stad waren voor Kessler een vaste aanwezigheid, maar het licht en de weersomstandigheden veranderen natuurlijk. “Ik ben niet het type fotograaf dat per se het allermooiste licht wil hebben. Ik vind het ook wel mooi om een stad of een plek te fotograferen zoals het is. Dus als het een druilerige dag is, nou prima, dan moet je ook maar proberen de sfeer van dat moment te pakken.”

“Al met al ervaar ik de stad hier iets afstandelijker dan als je in een klassieke straat woont,” zegt Van Ruyven. “Daar heb je veel meer interactie met mensen. Tot de vierde of vijfde verdieping heb je nog contact met de straat, daarboven is het heel anders. De stad wordt een soort schouwspel.”

Het IJ speelt daar natuurlijk een hoofdrol in, aldus Van Ruyven. “Het scheepvaartverkeer, de bewegingen op het water. Steeds is er het bewustzijn dat dit water de verbinding vormt tussen de Noordzee en het Ruhrgebied in Duitsland. Het is fascinerend als je je realiseert dat al die boten met kolen van IJmuiden naar Duitsland gaan. Soms gaan ze die kant op en soms gaan ze met kolen de andere kant op. Heel vreemd.”

16-Hoog Amsterdam Noord, Amsterdam, zoals we het niet vaak zien, Fotografie Dolph Kessler, teksten Kees van Ruyven, Mauritsheech Publishers

null Beeld Dolph Kessler
Beeld Dolph Kessler
Meer over