PlusInterview

Wielie Elhorst predikt op Pride: ‘Ik heb altijd geloofd dat God mij accepteert zoals ik ben’

Wielie Elhorst: 'De verhalen van de traditie waarin ik sta zijn ook mijn verhalen. Ik heb ontdekt dat ik mij daar als homo uitstekend mee kan identificeren.' Beeld Lin Woldendorp
Wielie Elhorst: 'De verhalen van de traditie waarin ik sta zijn ook mijn verhalen. Ik heb ontdekt dat ik mij daar als homo uitstekend mee kan identificeren.'Beeld Lin Woldendorp

Onlangs werd dominee Wielie Elhorst (53) door de Protestantse Kerk Amsterdam beroepen tot predikant voor de lhbtq-gemeenschap. Op de Pride speelt hij komende week een actieve rol. ‘Wie ben ik om mensen Gods zegen te onthouden?’

Marcel Wiegman

Zien we u binnenkort met wapperende toga in de Reguliersdwarsstraat?

“Ooit misschien. Ik was daar een keer toen ik theologie studeerde in Kampen. Ik heb er de beroemde pater Jan van Kilsdonk rond zien schuifelen toen het er nog helemaal vol zat met cafés. Maar ik zie het mezelf niet zo snel doen.”

U heeft van de kerk de opdracht gekregen zichtbaar te zijn in de lhbtq-gemeenschap.

“Meestal komen de mensen naar mij toe, maar als er in de stad iets gebeurt, ga ik eropaf. Zoals met dat homostel dat twee jaar geleden werd aangevallen in Oost. Hen stuur ik een berichtje: wat vervelend wat er is gebeurd, heb je behoefte aan een gesprek?”

Zonder te weten of ze religieus zijn?

“Dat maakt me niets uit. De reactie is steevast: wat fijn dat je dit doet. Ik word niet altijd uitgenodigd, maar soms wel. Ik zie het als een soort wiedergutmachung van de kerk om eindelijk expliciet aandacht te besteden aan deze groep. De kerk zegt: wij zien jullie en we hebben iemand die aangesteld die er is voor jullie specifieke vragen.”

Is het ook uw taak om de kerk op te voeden?

“Haha! Als je iemand van het kerkbestuur zou vragen of dat zo is, zou die dat best kunnen beamen. De kerk heeft de afgelopen decennia veel geleerd, maar er zijn ook dingen blijven liggen. In de kerkorde is bijvoorbeeld opgenomen dat een relatie tussen twee mannen of twee vrouwen een zegen waard is. Ik denk dan: maar wat als drie mannen zich aan elkaar willen verbinden? Of twee vrouwen en een man? Onder lhbtq’s zijn er ruimere opvattingen over hoe mensen zich verbinden in seksualiteit en relaties. Ik hoop dat ik de kans krijg om dat gebied te verkennen.”

Heeft zich daarvoor al eens iemand bij u gemeld?

“Nee. Veel mensen denken: laat maar. Die denken dat je aan een hoog burgerlijk ideaal moet voldoen als je je bij de kerk aansluit. Maar ik vind dat een hoog burgerlijk ideaal niet zoveel te maken heeft met het zijn van christen.”

U bent geen fan van het huwelijk, begreep ik.

“In de zin dat het altijd een erg exclusief instituut is geweest. Toen het huwelijk open werd gesteld voor mensen van hetzelfde geslacht was het COC daar heel kritisch op. Zij vonden dat we ons ermee conformeerden aan de heteronorm en vonden dat we het huwelijk af moesten breken. Dat vind ik eigenlijk nog steeds.”

Maar als het zo uitkomt, geeft u wel de zegen.

“Als twee mensen bij mij komen en ik zie een echt verlangen om elkaar in liefde en zorg bij te staan, wie ben ik dan om hun Gods zegen te onthouden?”

Tekst gaat verder onder de foto.

Wielie Elhorst: 'Het is niet altijd fraai hoe de kerk zich heeft opgesteld.' Beeld Lin Woldendorp
Wielie Elhorst: 'Het is niet altijd fraai hoe de kerk zich heeft opgesteld.'Beeld Lin Woldendorp

Elhorst groeide op in het Leger des Heils, hij was vierde generatie. “Toen ik 18 was,” zegt hij, “was ik al zoals ik nu ben in het niet-problematiseren van mijn seksuele oriëntatie. Ik vond ook dat ik heilsoldaat kon worden en theologie kon gaan studeren.”

Daar dacht het Leger anders over. Elhorst: “Ik wilde, net als mijn ouders, officier worden. Dat bleek een onbegaanbare weg. In korps Kampen, waar ik actief was, oordeelde men en weigerde een gesprek. Dat vond ik het ergste. Ik ben overgestapt naar de Protestantse Kerk Nederland, maar in 2011 heb ik met homoseksuele en lesbische heilsoldaten een boekje gemaakt: Uniformen uit de kast. We hebben het aangeboden in de korpszaal in Almere, met elf aanbevelingen. De volledige Legertop was aanwezig om mij aan te horen.”

Deze maand verklaarde het Leger in een officieel statement homoseksualiteit niet langer als een zonde te zien. En Elhorst werkt inmiddels met het Leger samen in de Religious Pride-commissie.

Genoegdoening?

“Dat soort woorden gebruik ik niet. Ik spreek van rehabilitatie. Ik denk: wat fijn dat kerken kunnen veranderen en dat al mijn werk niet voor niets is. Destijds durfden officieren in het Leger hun mond niet open te doen, nu zijn er die openlijk homo zijn.”

U werkte voor LCC+-projecten. Wat zijn dat?

“Projecten voor de sociale acceptatie van lhbtq’s in christelijke kring.”

Dat wijst toch op een moeizame relatie tussen kerk en lhbtq’s.

“Dat ontken ik ook helemaal niet. Ik ben er niet voor niets. Maar ik merk helemaal niets van weerstand tegen mijn benoeming. Ik ben nooit opgebeld door een collega: Wielie, wat ben je nou aan het doen? Terwijl ik geen geheim maak van de dingen die ik doe.”

Er zit in in de protestantse kerk nog altijd een conservatieve hoek.

“In een deel wordt het nog altijd afgeraden om te praktiseren als homoseksueel. Ik heb ongeveer tweeduizend collega’s in de kerk. Daarvan hebben er 35 de Nashvilleverklaring ondertekend tegen homoseksualiteit en transseksualiteit. Daar schrok ik van.”

Waarom wilt u deel uitmaken van een organisatie waar u zo moet vechten om te worden geaccepteerd?

“Op de eerste plaats: de kerk is geen organisatie, maar een gemeenschap. Als je daarin opgroeit, ben je er tot in al je vezels aan verbonden. Ik heb nooit het kind met het badwater weg willen gooien. De verhalen van de traditie waarin ik sta zijn ook mijn verhalen. Ik heb ontdekt dat ik mij daar als homo uitstekend mee kan identificeren. De uittocht van de slaven uit Egypte is een verhaal van wegtrekken uit ‘angstland’. Toen ik 17 was, voelde dat als mijn verhaal.”

Ik zou zeggen: dan vertrek je dus ook uit angstland.

“De kerk probeert al twintig eeuwen lang die verhalen zo te verstaan dat ze passen bij de tijd waarin de kerk functioneert. Het is niet altijd fraai hoe de kerk zich heeft opgesteld. Ik noem mijzelf een activist, dat is niet voor niets. Ik snap dat mensen de kerk verlaten, maar ik ben zo eigenwijs dat ik mij als christen mijn verhalen niet laat afpakken.”

Er staan ook homovijandige verhalen in de Bijbel.

“Er staan zes struikelteksten in.”

Hoe breit u dat recht voor uzelf?

“Ik hoef niets recht te breien. Dan veronderstel je dat ik iets moet legitimeren wat niet te legitimeren valt. Ik heb nooit een worsteling gehad met mijn geloof. Ik heb altijd geloofd dat God mij accepteert zoals ik ben. Ik heb al heel jong begrepen, ook dankzij mijn vader, dat je niet zomaar een rechte lijn kunt trekken tussen de teksten in de Bijbel en de tekst van deze tijd. We hebben inmiddels veel geleerd over wie de mens is in zijn seksualiteit en relaties. Van sommige dingen kun je zeggen: dat heeft men destijds niet helemaal goed gezien. We zeggen toch ook niet meer dat de aarde plat is en op palen staat. De Bijbel is een spiritueel boek en geen handboek met gemakkelijke antwoorden hoe te leven.”

Wat verwacht u van de Pride?

“Het wordt Church Pride. Wij zullen ons als kerk verbinden met het feest van de diversiteit. Als het slecht gaat in de wereld zijn lhbtq’s en andere kwetsbare groepen de eersten die daaronder te lijden hebben. Dan zeggen de mensen al snel over onze strijd: nu even niet, we hebben nu iets anders aan ons hoofd.”

Maakt u zich zorgen over het nieuwe conservatisme in Amerika?

“Een beetje wel ja, al denk ik niet dat dat soort ideeën hier veel voet aan de grond krijgen. De ontwikkelingen in Oost- en Centraal-Europa zijn ook zorgwekkend. Door zo duidelijk de straat op te gaan druk je ook uit: dat moet anders.”

Wanneer gaan moslimorganisaties zich aansluiten bij de Pride?

“Dat weet ik niet. Ik hoop dat het ooit een keer gebeurt, maar de moslims hebben een eigen emancipatiestrijd te voeren, waarbij niet al onze middelen even goed werken. Bij ons ligt het accent bijvoorbeeld op zichtbaarheid. Dat is niet voor alle lhbtq-moslims een goede zaak.”

Misschien kunnen ze van u leren?

“Dat zou ik wel heel arrogant vinden om te zeggen. Wat moet ik me daarbij voorstellen? Ik word weleens uitgenodigd om ergens te spreken. Dan ga ik, maar niet om te zeggen hoe het moet. ”

Uw benoeming is toch het slotstuk van een emancipatiebeweging.

“De opbrengst van jarenlang praten. Maar ze hebben een eigen weg te bewandelen. Onze kerk heeft zich kunnen ontwikkelen in een open cultuur van gesprek en dialoog. Dat is in de Arabische cultuur veel minder. Er is in Amsterdam een stichting voor queer moslims: Maruf. Daar zitten hele intelligente mensen, die het veel meer zoeken langs de weg van de kunst en literatuur. Een weg van geleidelijkheid. Zo kan het ook.”

Bidden voor Pride

Tijdens Pride zet de Protestantse Kerk Amsterdam zijn beste beentje voor, met onder meer een ‘Prayer for Pride’ zaterdagochtend 11.00 uur in de Westerkerk, een religieus straatje bij Pride Park in het Vondelpark en op 7 augustus een Pride Kerkdienst in de Keizersgrachtkerk. Voor Elhorst is daarbij een belangrijke rol weggelegd: hij is deze zomer officieel benoemd tot lhbtq-predikant voor Amsterdam. Informeel was hij dat al jaren, formeel wordt hij nu een aanspreekpunt voor lhbtq’s namens de kerk.