PlusMaarten Moll

Was het een vluchtauto? Na een al dan niet gelukte roof

Maarten Moll
null Beeld Sjoukje Bierma
Beeld Sjoukje Bierma

In de garage van het ziekenhuis stond een auto die afweek van alle andere auto’s die er waren geparkeerd.

De meeste auto’s staan maar kort in de garage. Voor de duur van een bezoek of behandeling. Sommigen willen zo snel mogelijk weer weg van deze plek om alle ellende achter te kunnen laten. Al is het niet een en al narigheid, want ik zag een man door de garage lopen met een kleine, lege Maxi Cosi-autostoel in zijn hand. Hij kwam zijn pasgeboren kind ophalen. Hij danste zo ongeveer naar de lift.

Deze auto, vrij klein en zwart, stond er zo te zien al een hele tijd.

Op het dak en de achterruit zat een flinke laag stof, alsof de auto door een zandstorm was komen aanrijden om hier te schuilen. En uit de banden was al behoorlijk wat lucht ontsnapt.

De auto had getinte ramen.

Een dure grap, je auto zo lang in de parkeergarage laten staan.

Misschien was er iets gebeurd met de bestuurder van de auto. Was hij naar het ziekenhuis gereden om iemand te bezoeken? Maar waarom stond de auto er dan nog? Of was hij of zij na een afspraak – even naar dat plekje op het gezicht laten kijken – verder verwezen en was hij of zij opgeslokt door het ziekenhuis om er nooit meer uit te komen?

In het stof op de auto was van alles geschreven. Niet de naam van een voetbalclub. Of een hartje met twee namen van de geliefden (jammer).

‘Neem rijles’ las ik.

‘Graag in het vak parkeren’. Met daaronder een tekening van een stijve penis.

Die snapte ik niet, want de auto was in het vak geparkeerd. (Stond de auto eerst dubbel geparkeerd? Had iemand de auto na het lezen van die tekst verplaatst?)

Maar ook: ‘Wassen aub!’, de iets meer dwingende variant van de in mijn jeugd gangbare, lollige tekst ‘Ik wil gewassen worden’.

Drie keer het woord ‘Vies’.

Iets raadselachtigs dat ik niet kon thuisbrengen.

En op de zijkant: ‘Only love’ met daaronder ‘Homo’.

Niet de creatiefste geesten die de auto onder handen hadden genomen.

Of was het een vluchtauto, bedacht ik me. En dat hij hier is achtergelaten na een al dan niet gelukte roof. Dat kon natuurlijk ook.

Ik liep langs de zijkant van de auto naar de bestuurdersplek om naar binnen te kijken. Met een wat sneller kloppend hart, op alles voorbereid. (Tassen met geld, dode lichamen, wapens en lege hulzen op de stoelen. Te veel spannende series gekeken.)

Leeg.

Natuurlijk.

Er was vast een goede reden dat die auto hier al een tijd stond.

Ik deed, opgelucht maar ook een beetje teleurgesteld, een paar stappen naar achteren, en werd bijna geschept door een te hard rijdende, pas gewassen en blinkend rode Tesla.

Maarten Moll schrijft over dagelijkse beslommeringen in de stad. Lees al zijn columns terug in het archief.

Reageren? m.moll@parool.nl.

Meer over