PlusReportage

Waarom is dat gunstig, veel vleermuizen in de stad? ‘Ik word blij als ik ze in mijn huis heb’

Zodra de schemering intreedt, komen ze op veel plekken in Amsterdam tevoorschijn: vleermuizen. Veel mensen gruwen van de dieren, want verspreiden die geen enge ziektes? Een avond mee met onderzoekers in de stad. ‘De ene vleermuis is de andere niet.’

Jocelyn de Kwant
Vleermuisonderzoeker Kris Lammers aan de slag in Nieuw-West. 'Vleermuizen vallen je niet aan, ze maken niets kapot aan je huis. Ze doen gewoon hun ding: insecten eten.' Beeld Sophie Saddington
Vleermuisonderzoeker Kris Lammers aan de slag in Nieuw-West. 'Vleermuizen vallen je niet aan, ze maken niets kapot aan je huis. Ze doen gewoon hun ding: insecten eten.'Beeld Sophie Saddington

Uit de batdetector komt de klank van een vallende knikker, het geluid van een jagende dwergvleermuis. Het is half tien ’s avonds en de vleermuisonderzoekers zijn pas net begonnen met hun shift aan de rand van een voetbalveld in Nieuw-West. De lucht is pastelkleurig, aan de horizon piept nog een streepje geel. De eerste vleermuizen van die avond dartelen over elkaar heen in de schemering.

“Zo boven dat slootje met al die mugjes is het een walhalla voor vleermuizen,” zegt vleermuisonderzoeker Kris Lammers. Haar batdetector, waarmee je de ultrasone geluiden kunt horen die vleermuizen maken, houdt ze in de lucht. Door de echo weten ze waar de insecten zijn. Lammers: “Als er veel vleermuizen tegelijk aan het jagen zijn, passen ze hun geluiden op elkaar aan.”

Van mei tot en met september is vleermuisonderzoek vaste prik voor ecologische bureaus. Dan zijn de dieren uit hun winterslaap en kun je ze ’s nachts op allerlei plekken in de stad aantreffen. Van binnentuinen tot parken, van de Jordaan tot Zuidoost. Ze voeden zich met insecten rond bomen en boven slootjes en grachten. Overdag schuilen ze in schoorstenen, spouwmuren, ventilatiegaten en daklijsten. Soms zelfs in een opgerold zonnescherm. Een dwergvleermuis heeft maar een opening van 9 millimeter nodig. In huizen bij parken en aan de groene randen van de stad zijn kraamkolonies van tientallen tot honderden moeders met kind gevonden.

Bestrijder insectenplagen

‘Zijn hier vleermuizen? Dan kom je ze toch zeker wel doodmaken?’ Die vraag wordt Lammers af en toe gesteld als ze op locatie is. Zelf vindt ze het een van de leukste dieren die er zijn, maar veel mensen vinden vleermuizen vies en eng. Zeker nu ze aan covid zijn gelinkt. Maar met covid hebben Europese vleermuizen niets te maken, legt ze uit. In zeldzame gevallen draagt een vleermuis het hondsdolheidvirus met zich mee, maar zolang je een vleermuis niet oppakt, is dat geen gevaar voor mensen. Lammers: “Vleermuizen vallen je niet aan, ze vliegen niet in je haar, ze maken niets kapot aan je huis. Ze doen gewoon hun ding, en dat is insecten eten.”

In plaats van een plaag, wordt de vleermuis vaak gezien een plaagbestrijder. In Amerika is berekend dat de vleermuis de landbouwsector per jaar wel 1 miljard dollar bespaart door het eten van schadelijke insecten in de maisteelt. In Nederland is dit niet berekend, maar geschat wordt dat een vleermuis honderden – volgens sommigen duizenden – muggen per nacht eet. Een soort als de rosse vleermuis eet de volwassen vlinder van de eikenprocessierups, waardoor die geen kans krijgt om nieuwe eitjes te leggen. Lammers: “Tenzij je heel erg van muggen houdt, kun je maar beter blij zijn met een vleermuis in je buurt.”

Isolatie in spouwmuren

Het is inmiddels kwart over tien, de lucht boven het voetbalveldje is nu donkerblauw. Met het blote oog zijn de vleermuizen nog moeilijk te zien, maar te horen zijn ze des te beter. Er is nu ook het geluid bij gekomen van de laatvlieger, een vleermuis die zo heet omdat hij laat uitvliegt. De geluidjes die hij maakt, klinken als het getik van een tapdancer. Inmiddels klinken er ook andere, veel lagere geluiden. Als je goed luistert hoor je die ook met het blote oor. Dat zijn de sociale geluiden, legt Lammers uit, het ‘geklets’ tussen de vleermuizen onderling.

De onderzoekers noteren de waarnemingen in een app. De bomenrij naast het voetbalveld is mogelijk een vleermuisvliegroute naar de Nieuwe Meer. Vleermuizen zijn een zwaar beschermde soort, dus voordat een verbouwing of sloop van start gaat, moet eerst onderzocht worden of het een plek is voor vleermuizen. Als dat zo is, moet er een plan worden opgesteld waarin wordt beschreven hoe wordt omgegaan met de vleermuis, en een ontheffing worden aangevraagd.

Wat veel ecologen grote zorgen baart, is dat mensen nu massaal hun huis isoleren zonder deze voorzorgsmaatregelen. Dat een onderzoek naar beschermde soorten vooraf verplicht is, weten mensen vaak niet. Een potentieel drama voor deze zoogdieren, die hoogstens een à twee kleintjes per jaar krijgen. Het jong blijft bij de moeder tot het na ongeveer een maand zelfstandig kan vliegen. De moeder vliegt soms met haar zuigeling geklemd aan de borst. Kris Lammers: “Met het opvullen van een spouwmuur kun je onbedoeld in één klap een hele kolonie moeders met kind uitroeien.”

Kunnen bewoners niet tot dat onderzoek vooraf worden verplicht? Ivar Vleut, vleermuisdeskundige en projectleider bij Staro Natuur en Buitengebied: “Volgens de Wet Faunabescherming is het verplicht, maar in de praktijk is dat lastig te handhaven. De bedrijven die de isolatie uitvoeren, zouden het op moeten pakken, maar uiteindelijk zijn particulieren zelf aansprakelijk. Vanuit gemeentes als Tilburg, Den Haag en Amersfoort kunnen burgers meeliften op een ontheffing van de gemeente. Dan hoeft het onderzoek ze niets te kosten.”

Mysterieus

Het zijn wonderlijke dieren, vleermuizen. “We hebben het wel over vleermuizen als groep, maar de ene vleermuis is de andere niet,” zegt Vleut. In Nederland zijn er zo’n zeventien soorten, alle insecteneters, maar wereldwijd zijn er wel 1400 vleermuissoorten. Vleut: “Je hebt vleermuizen die kleine zoogdieren eten en je hebt vleermuizen zo groot als een vingerkootje, die leven van nectar. Sommige soorten leven vooral alleen, andere zijn weer ontzettend sociaal en geven elkaar te eten. Die herkennen elkaar nog na jaren gescheiden te zijn geweest.”

Vleut onderzoekt al jaren vleermuizen en weet dat ze geen schade aanrichten. “Net als huisbewoners als huismussen en gierzwaluwen. Ze houden controle op insecten, ik word blij als ik vleermuizen in mijn huis heb.”

Juist het mysterieuze van vleermuizen spreekt hem aan. Vleermuizen bestaan al minstens zestig miljoen jaar, maar als onderzoeksgebied is het vrij jong. Eigenlijk weten we pas sinds de jaren tachtig welk geluid er bij welke vleermuis hoort. “Neem bijvoorbeeld de laatvlieger,” vertelt Vleut. “Die is vrij algemeen, maar we weten er nog zo weinig van. Waar houden ze precies van, waar zitten ze in de wintermaanden?” Helaas is er in Nederland veel minder budget beschikbaar voor wetenschappelijk onderzoek dan in andere delen van de wereld, zegt hij. “In Nederland moet het relevant zijn voor mensen, wil er geld vrijkomen voor een onderzoek. Onderzoek puur om iets te weten te komen over een soort, is er weinig.”

Speciale toren

Dat er zo veel onbekend is, maakt het lastig om ze te beschermen. De kastjes die vaak worden opgehangen, worden bijvoorbeeld vrijwel alleen gebruikt door de dwergvleermuis, de makkelijkste van het stel. Voor andere soorten is het ophangen van dit soort kastjes vaak zinloos. Voor de zeldzame meervleermuizen die in twee scholen in Noord werden gevonden, werd zelfs een speciale toren ontwikkeld.

Of de meervleermuizen die ook echt zullen gebruiken is nog onzeker. Vleut: “Het probleem in Nederland is dat we vaak al moeten doorgaan, zonder dat we zeker weten of een compenserende maatregel heeft gewerkt. Er is vaak geen tijd om het onderzoek af te wachten. Maar er gaat tegenwoordig gelukkig ook veel goed, hoor. Vroeger werd er echt maar wat aangerommeld met verbouwingen.”

Kwart voor twaalf ’s nachts, het is nu echt donker aan de rand van het veldje. De onderzoekers zijn klaar voor vanavond. Maar morgenvroeg, in de uren voor de zon opkomt, staan ze weer op een andere locatie in de stad. Dat is het moment dat de vleermuizen terugkeren naar hun slaapplekken na een nacht intensief jagen. Waar ze ’s nachts razendsnel uitvliegen, nemen de vleermuizen in de ochtend vaak de tijd. Soms blijven ze nog even zitten tegen de muur. Voor de onderzoekers zijn dit de mooiste momenten. Alleen zijn met de vleermuizen, nog voor de stad ontwaakt.

Meer of minder?

Zijn er meer of minder vleermuizen in Amsterdam dan vroeger? “Vleermuizen zijn moeilijk te tellen, dus dat weten we niet precies,” zegt Floor van der Vliet van de Zoogdierenvereniging. “Er zijn in Amsterdam tien tot vijftien kraamkolonies bekend van meerdere moeders met kind. Dan gaat het om zo’n dertig tot honderd moeders bij elkaar. Tijdens de overwintering en tijdens de paartijd in de nazomer zijn er zeker honderden, maar misschien wel duizenden huizen waar op dat moment een vleermuis zit. Het blijft gokken, want we kunnen niet overal bij.”

De dieren zitten verspreid over de hele stad, maar vooral in woonhuizen rond parken, zoals het Rembrandtpark, Westerpark, Sarphatipark en Sloterpark. Van der Vliets indruk is dat er meer dwergvleermuizen boven de grachten actief zijn sinds er geen rioolwater meer wordt geloosd. “De waterkwaliteit is beter en dat zie je terug.” En tot zo’n twintig jaar geleden werden rosse vleermuizen nauwelijks waargenomen, dat aantal is groter geworden. “Maar dat is een boomholtebewonende soort en een goede vlieger, dus die komen ergens anders vandaan.” De laatvlieger is schaars in de stad, maar om onbekende reden worden ze in de Jordaan en in delen van de grachtengordel regelmatig waargenomen. “Best raar,” vindt Van der Vliet. Maar voor vleermuizen geldt: zolang er genoeg schuilmogelijkheden en insecten zijn, kun je ze tegenkomen.

Op Maps.amsterdam.nl/vleermuizen is te zien waar vleermuizen zijn waargenomen.

Meer over