null Beeld Sjoukje Bierma
Beeld Sjoukje Bierma

Voorstelling met vitrage, een hand en vrouwentongen

PlusMaarten Moll

Maarten Moll

Tien minuten op een regenachtige middag.

Ik had niet veel te doen en keek een tijdje naar de natte ramen van het verzorgingstehuis hiertegenover.

Na een paar seconden zag ik een patroon. Achter verschillende ramen hing de vitrage scheef. Op precies dezelfde manier, vastgemaakt aan de stang die boven elk raam zit.

Een nieuwe medewerker die de vitrages zo had geschikt om de bewoner wat meer zicht op de wereld buiten te geven? Of was het maar toeval?

Rechts, op driehoog, zag ik een hand de vitrage nog een stukje opzijschuiven. Ik kon niet zien wie het was, ik zag alleen de hand. In films doen ze dan geheimzinnig door die hand iets specifieks mee te geven, dat later, in de geest van Tsjechov, weer terugkomt.

Ik dacht iets te kunnen ontwaren aan die hand, maar ik kreeg mijn beeld niet scherp door de regen in mijn blikveld.

Schuin daaronder, op tweehoog had de vitrage zich weten te bevrijden en bewoog nu in de wind die door het open raam naar binnen woei. Er was een kleine bloempot met vrouwentongen in gevaar, want de vitrage haakte achter een blad en de pot wankelde toen de stof weer van de plant loskwam. En weer aanviel. De pot hield stand.

Een soort toneelstuk, poppenkast.

De overige scheef hangende vitrages hingen net zo stil als de tijd erachter in de kamer verstreek. (Al hoorde ik het harde tiktak tiktak van de oude klok van mijn opa en oma op zondagmiddag erbij, wat alles nog oneindig veel trager maakte.)

Van de schoorsteenmantel pakte ik de oude, zware verrekijker. Ik heb er een keer veel te opzichtig mee naar het raam van De Buik gekeken. Toen hij in beeld kwam, met zijn bolle pens over het raamkozijn hangend, bleek hij me recht aan te kijken, en schrok ik zo dat ik een stap achteruit deed en op de staart van de kat ging staan. (Twee dagen niet meer gezien.)

Ik stelde me verdekt op, en keek door de verrekijker naar driehoog. Aan de hand met gelakte nagels zat een ring met een grote blauwe steen. Ik vond het meteen geheimzinnig, en zag achter de vitrage paleizen, balzalen en gemaskerde edelen.

Zo keek ik een tijdje heen en weer.

Op tweehoog intussen ging het gevecht tussen de vitrage en de pot vrouwentongen door. De vitrage bolde af en toe achter de plant op, om bij het terugvallen de aanval in te zetten en de plant van de vensterbank te trekken. De vitrage was volhardend, maar de vrouwentongen gaven geen krimp.

Ik keek weer naar de hand. Nu zat aan de hand een groene steen.

Ik knipperde even met mijn ogen. Keek opnieuw.

Geen hand meer te zien.

Terug naar de vrouwentongen. Ook daar was de voorstelling opeens afgelopen. Het raam was weer gesloten. De vitrage hing stil.

Ik stelde scherp op de plant en meende de vrouwentongen zacht te zien uithijgen.

Tien minuten op een regenachtige middag.

Maarten Moll schrijft over dagelijkse beslommeringen in de stad. Lees al zijn columns terug in het archief.

Reageren? m.moll@parool.nl.

Meer over