PlusInterview

Vmbo-leerlingen doen het óók goed, zegt deze leerkracht, die een ‘ode aan het vmbo’ brengt

null Beeld Lotte Dijkstra
Beeld Lotte Dijkstra

Het is immoreel hoe we met vmbo-leerlingen omgaan, vindt docent Talitha Kuchler (49). Met haar boek Ode aan het vmbo wil ze een lans voor ze breken. ‘Stop met het stigmatiseren van leerlingen die geen havo of vwo doen.’

Raounak Khaddari

Laagbegaafd en hoogbegaafd, opstromen en afstromen, hoogopgeleiden en laagopgeleiden, het zijn allemaal woorden die worden gebruikt om (niveaus van) kinderen en jongeren te labelen. En daar moeten we mee stoppen, vindt vmbo-docent Talitha Kuchler (49).

“Wat denk je dat het met een kind doet als het continu wordt bestempeld als minder dan een ander?” vraagt Kuchler, die al 24 jaar voor de klas staat, waarvan 21 jaar op het vmbo. Wat haar het meest opviel tijdens het lesgeven aan deze groep leerlingen is de afwezigheid van trots bij ouders, in de maatschappij en bij de kinderen zelf.

“Als een kind in groep 7 een vmbo-advies krijgt, is er paniek of teleurstelling. Niet altijd, wel vaak. Ouders die tegen hun kind zeggen dat ze nog even een jaartje harder moet werken om een havo-advies te krijgen. Of bijles inkopen en er alles aan doen om het vmbo te omzeilen. Het gebeurt vaak en hoewel ouders het niet zo bedoelen, zeggen ze eigenlijk dat het vmbo niet goed genoeg is. Dat moet veranderen in: ‘Gefeliciteerd, je hebt vmbo-advies.’ Wanneer zorgen we ervoor dat kinderen niet meer op hun tenen hoeven te lopen om maar in het geconstrueerde plaatje van ‘goed’ te passen?”

Stoppen met stigmatiseren

Kuchler, die na bijna een kwarteeuw in het onderwijs nu een jaar rondreist, baalt van het vmbo-stigma. “Ik heb van dichtbij gezien hoe moeilijk het kinderen gemaakt wordt. Stop met het stigmatiseren van leerlingen die geen havo of vwo doen. Inmiddels heb ik er zelfs mijn missie van gemaakt om het vmbo te normaliseren, vandaar mijn boek.”

‘Stop met het niet in ons geloven. Wij zijn niet in de minderheid. Kunt u ons dat beloven? Want, er komt een dag. Dat u van ons afhankelijk wezen mag,’ schrijft Kuchler in het boek, waarin ze middels korte verhalen de schrijnende situatie zichtbaarder maakt waarin vmbo-leerlingen zich nog altijd bevinden. En over over hoe we daar als ouders, leerkrachten en burgers verandering in kunnen brengen.

“In deze prestatiemaatschappij en het streven naar het beste zijn we uit het oog verloren dat iedereen een eigen persoon is, met eigen leercurves en talenten. Soms is een kind er op twaalfjarige leeftijd nog niet aan toe om naar de havo of het vwo te gaan. Doorstromen kan altijd nog, dat heb ik zelf ook gedaan. Maar het is ook goed als een kind na het vmbo naar het mbo gaat en dan gaat werken.”

Kapperscarrière

Volgens de docent is het vmbo-stigma een maatschappelijk probleem. “Ik zeg altijd tegen mijn leerlingen: wat de een kan, kan de ander niet. We hebben elkaar allemaal evenveel nodig. Dat klinkt logisch, maar ik zie dat nog niet terug in hoe we met elkaar omgaan. Een arts of advocaat noemen we hoogopgeleid. Een elektricien, thuiszorgmedewerker of kapper laagopgeleid. Woorden doen ertoe. Als je stilstaat bij wat we dag in, dag uit zeggen, ontdek je dat we groepen mensen ónder anderen plaatsen. Waarom?”

Kuchler ziet de gevolgen hiervan in de praktijk. “Tieners zitten in de bloei van hun leven. Natuurlijk hoort daar onzekerheid bij, maar ik zie al jaren dat deze kinderen niet in zichzelf geloven of gespannen zijn omdat ze continu het gevoel hebben dat ze meer moeten doen. Dat ze naar de havo móéten, dat ze naar het hbo móéten, dat ze geen kapper mogen worden omdat dat ‘laag’ is. Je moet je realiseren dat we op de basisschool al beginnen met sorteren en daar ook een waarde aan hangen.”

Als je op je tiende al hoort dat je het niet goed genoeg doet en dat blíjft horen, doet dat iets met je eigenwaarde, zegt Kuchler. “Het vmbo en mbo kampen met een gigantisch stigma en daar zijn kinderen de dupe van. Ik zie jonge mensen die hun eigen dromen niet najagen en bijvoorbeeld niet voor een kapperscarrière gaan of geen lasser worden omdat ze denken dat dat niet goed genoeg is.”

Ook onderwijsminister Robbert Dijkgraaf erkent dat het mbo in de samenleving kampt met een imagoprobleem. Hij vindt het pijnlijk, zegt hij, als mbo’ers niet worden gezien als studenten, maar als ‘scholieren’ die een soort tweederangsonderwijs volgen. “Dat is een reflectie van hoe we er als samenleving naar kijken. Die maatschappelijke waardering moet écht omhoog. Mbo’ers zijn een enorme rijkdom.”

Tekst gaat verder onder de foto.

Talitha Kuchler: 'Wat denk je dat het met een kind doet als het continu wordt bestempeld als minder dan een ander?' Beeld Jose Pietens
Talitha Kuchler: 'Wat denk je dat het met een kind doet als het continu wordt bestempeld als minder dan een ander?'Beeld Jose Pietens

Op steeds meer plekken zien we dat we mbo’ers hard nodig hebben, zegt Dijkgraaf. “Als een jongere voor een mbo-opleiding kiest, kun je daar als ouder hartstikke trots op zijn.” De minister liet bij het presenteren van zijn plannen al weten dat hij het ‘als een grote opdracht ziet om het mbo te emanciperen als volwaardige vorm van vervolgonderwijs. Met meer kansengelijkheid, hogere onderwijskwaliteit en een betere aansluiting op de arbeidsmarkt.’

Opwaartse druk

Het is jaren duidelijk dat we juist meer praktisch geschoolde mensen nodig hebben. In 2017 was er al een groot tekort aan jongeren met een mbo-opleiding. Uit onderzoek van de Samenwerkingsorganisatie Beroepsonderwijs en Bedrijfsleven (SBB) en uitkeringsinstantie UWV bleek dat er tussen september 2016 en februari 2017 214.000 vacatures op mbo-niveau openstonden. En ook dit jaar zijn er weer zorgen op dit gebied.

Het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap verwacht komend schooljaar 492.000 mbo’ers, 21.000 minder dan in 2021-2022. Dat heeft deels te maken met het imagoprobleem van het mbo – jongeren gaan als het ook maar even kan liever naar het hbo.

Adnan Tekin van de MBO Raad zei onlangs in het NOS Radio 1 Journaal dat ‘we in een opwaartse druk zitten.’ “Hoger is beter en daarom worden kinderen op de basisschool zoveel mogelijk richting havo en vwo geleid. Daarover moeten we ons achter de oren krabben.”

Daar is Kuchler het mee eens. “Als wij de druk vanuit de maatschappij iets verminderen, kunnen kinderen hun hart volgen in wie ze willen zijn en zelf kiezen welk beroep ze willen gaan uitoefenen. Waarschijnlijk kiezen meer leerlingen dan ook voor de functies waar nu een schrijnend tekort aan is.”

Alles begint wat haar betreft met ervoor uitkomen dat je mbo of vmbo hebt gedaan – of dat je kind dat doet. “Mijn zoon heeft na het vmbo de mbo-opleiding tot elektricien gedaan. Mijn dochter gaat naar het hbo. Ze doen allebei wat ze willen doen. Ik vergelijk ze niet, want het zijn twee verschillende mensen en de maatschappij heeft ze allebei nodig.”

Talitha Kuchler: Ode aan het vmbo, House of Stories, €20

null Beeld