PlusPortretten

Vijf jonge musici over het Jeugdorkest Nederland: ‘De cultuursector in Nederland is aan het afsterven’

Een deel van het Jeugdorkest Nederland, dat op 5 augustus in Het Concertgebouw staat. Beeld Nina Schollaardt
Een deel van het Jeugdorkest Nederland, dat op 5 augustus in Het Concertgebouw staat.Beeld Nina Schollaardt

Het Jeugdorkest Nederland (JON) bestaat uit zo’n 75 muzikanten tussen de 14 en 21 jaar. Op 5 augustus staan ze in het Concertgebouw. Wat drijft deze jonge musici? ‘De gesprekken die we voeren, begrijpt niemand op school.’

Dianne Bleeker

Judith Stam (16), fluitist, woont in Haarlem

null Beeld Nina Schollaardt
Beeld Nina Schollaardt

“Als klein meisje kwam ik al met mijn ouders in Het Concertgebouw. Ik vond het altijd al een gave plek, maar ik had nooit gedacht dat ik hier zo jong zelf al zou staan. Het is echt een eer.

Mijn muzikaliteit heb ik niet van een vreemde. Klassieke muziek speelt een grote rol bij ons thuis en we spelen wel eens samen. Dan zingt mijn vader, speelt mijn zus viool, begeleidt mijn moeder op de piano en blaas ik op de fluit.

Ik speel piccolo en dwarsfluit, daarmee begon ik op mijn zevende. Mijn vader was mijn grootste inspiratiebron. Hij speelde ook fluit. Hij stond vroeger op het punt om naar het Conservatorium te gaan, maar heeft toen uiteindelijk toch iets anders gekozen. Ik zou wel graag het Conservatorium willen doen. Na de zomer krijg ik les van Jeroen Bron, hij is hoofdvakdocent bij het Conservatorium van Den Haag.

Dit is mijn eerste project met het Jeugdorkest Nederland. Bij Dvořáks Celloconcert speel ik eerste fluit en bij het stuk van Xavier van de Poll en Rachmaninoffs Derde symfonie piccolo. Houtblazers zijn allemaal solistische instrumenten, dus bijna alles wat ik speel is solo.

Als je dan eenmaal op dat podium staat, dat gevoel kan ik niet uitleggen, je moet het ervaren. Het is groots en dat je het met z’n allen doet, vind ik echt geweldig.”

Miki Rigutto (18), violist, woont in Landsmeer

null Beeld Nina Schollaardt
Beeld Nina Schollaardt

“Als het me later lukt, zou ik heel graag muziekles willen geven in het speciaal onderwijs. Ik studeer momenteel voor docent muziek in Amsterdam. Mijn zus Anna heeft het syndroom van Down. Ze is 21, speelt viool en heeft haar hele school­carrière afgerond in het regulier onderwijs. Ik heb gezien hoe goed muzieklessen haar hebben geholpen, dus ik vind het super­belangrijk dat muziekles voor iedereen toegankelijk is.

Zelf speel ik ook viool, maar eigenlijk ben ik multi-instrumentalist. Ik zit ook wel eens achter de piano, ik zing, ik kan gitaar spelen en sinds september speel ik cello. De liefde voor klassieke muziek en jazz heb ik van mijn ouders. Mijn vader speelt klarinet en saxofoon, vooral jazz, en mijn moeder piano.

Mijn moeder wilde vroeger graag dat mijn zus en ik een instrument gingen bespelen en hoopte stiekem dat we ook piano zouden kiezen, maar ik koos voor de viool. Zij speelde in een amateur­muziektrio samen met een cellist en een violist. Ze kwamen best vaak bij ons thuis repeteren en dan sloop ik als vijfjarige stiekem naar beneden, als het eigenlijk al te laat was voor mij om op te blijven. De violist overdonderde mij iedere keer. Ik ben viool gaan spelen omdat ik wilde worden zoals zij.

Hoewel ik al eerder in Het Concertgebouw heb gestaan, blijft het speciaal. De Spiegelzaal is esthetisch het mooist, maar ik sta toch het liefst in de Grote Zaal.”

Castor Smiet (18), fagottist, woont in Den Haag

null Beeld Nina Schollaardt
Beeld Nina Schollaardt

“Het mooie aan de fagot is dat je helemaal onderaan de muziek zit. Het geluid is heel rond en warm. Ik speel tweede fagot, dus ik heb vaak de baslijnen. Ik ben de basis, waar andere blazers op moeten stemmen.

Vroeger heb ik eerst gedrumd en daarna saxofoon gespeeld. Als je een beetje goed saxofoon kan spelen, ga je gauw de jazzkant op en dat sprak me niet zo aan. Ik wilde ook graag in het schoolorkest en dat kon niet met de saxofoon, dus ben ik gewisseld naar de fagot.

Twee jaar geleden kreeg ik via mijn docent te horen dat er weer audities waren voor het JON en dat ze een fagottist zochten. Ik was nog lang niet op het niveau voor het orkest, want ik speelde op dat moment nog maar twee jaar, maar ik wilde wel graag een keer ervaren hoe het is om auditie te doen.

Ze gaven superveel positieve feedback tijdens die auditie en vroegen of ik het jaar erna wilde terugkomen. De droom om conservatorium te doen is een beetje afgevlakt. Muzikant worden is niet altijd makkelijk. Volgend jaar ga ik auditie doen voor Practicum Musicae in Den Haag, maar dit jaar begin ik eerst aan filosofie in Leiden. Mijn doel is nu om gewoon heel goed te worden.

Ik heb niet vaak dat muziek een gevoel bij me oproept, vaak is het de herinnering aan een moment of een persoon die het een bepaalde lading geeft. Mijn tante luisterde altijd heel veel naar The Rolling Stones. Ze is het afgelopen jaar overleden en altijd als ik muziek van de Stones hoor, moet ik aan haar denken.”

Wiek van Venetië (20), contrabassist, woont in Utrecht

null Beeld Nina Schollaardt
Beeld Nina Schollaardt

“Op mijn negende begon ik met piano­spelen. Dat vond ik heel saai, dus dat zei ik tegen mijn docent. Zij kende toevallig een contrabasleraar, Matthew Midgley, de aanvoerder van het Rotterdam Philharmonisch Orkest. Ik had meteen beet, want dat is een van de beste contrabassisten van Nederland en hij kan ook nog eens fantastisch lesgeven.

Het is wel een gedoe om een contrabas mee te slepen als je zelf nog klein bent, dus vroeger zette ik hem altijd in een kinderwagen, dan liep ik samen met mijn moeder over straat. Het was heel welkom toen er een bassbuggy met wieltjes werd uitgevonden.

Ik had na een paar lessen de smaak al te pakken. Bij een piano kun je alleen maar de noten spelen zoals ze er staan, maar met de contrabas kun je alle geluiden maken. Je kunt helemaal de hoogte en de diepte in. Het is een van de expressiefste instrumenten als je weet wat er allemaal in zit.

Mijn vader luistert heel veel muziek en mijn moeder zingt in een koor, dus ik ben wel met muziek opgegroeid. Ik heb klassiek vooral leren waarderen door het zelf te gaan spelen. Het is zo diep en complex.

Volgend jaar begin ik met bouwkunde aan de TU Delft. Ik heb veel vrienden bij het orkest die naar het conservatorium gaan, maar ik denk dat je het niet moet doen als je twijfelt. Ik wil eigenlijk architect worden, dus dat is waar ik nu achteraan ga.”

Chiel van der Wal (16), hoboïst, woont in Obbicht, Limburg

null Beeld Nina Schollaardt
Beeld Nina Schollaardt

“Van de stukken die we spelen, vind ik Dvořáks Celloconcert veruit het leukste. Hij is een van mijn favoriete componisten, zijn stijl vind ik geweldig. In de werken van Rachmaninoff en Van de Poll speel ik althobo. Er zit geen althobopartij in Dvořák, dus daar zou ik niet meespelen. Na het eerste repetitieweekend bleek de dirigent heel enthousiast over mij, dus ik werd gebeld met de vraag of ik eerste hobo in Dvorák wilde spelen. Een hele eer, na mijn eerste paar dagen in het orkest.

Mijn familie is totaal niet muzikaal, dus ik ben van ver gekomen. Ik ben begonnen in een harmonie, een soort blazersorkest, echt een ding in Limburg. Veel kinderen beginnen met blokfluit, maar ik begon op zevenjarige leeftijd meteen op de hobo. Het bleek gelukkig de perfecte keuze.

Dit jaar ben ik bij het JON begonnen en mijn medemusici in het orkest zie ik als soulmates. Je hebt allemaal dezelfde passie en dat komt zo naar boven als je samen bent. De gesprekken die je voert, begrijpt niemand op school. Klassieke muziek speelt daar een steeds kleinere rol.

Mijn grootste droom zou zijn als ik hier in het Concertgebouworkest mag spelen als eerste hoboïst. Dan heb je het echt gemaakt. Ik twijfel wel over het Conservatorium. Muziek maken is hetgeen wat ik het liefste doe in het leven, maar de muziek­sector is zo onzeker dat ik het nog niet zo goed weet. Er zijn echt maar een paar mensen die het maken, zo zonde. De cultuursector in Nederland is aan het afsterven.”

Op 5 augustus staat het Jeugdorkest Nederland in Het Concertgebouw met drie muziekstukken: Dvořáks Celloconcert, Rachmaninoffs Derde symfonie onder leiding van Jurjen Hempel en een nieuw werk van Xavier van de Poll.