PlusInterview

Vier schrijvers schreven samen één roman: ‘Gemakzucht is het grootste gevaar in een vriendschap’

Toen Elle van Rijn aan schrijvercollega’s Roos Schlikker, Marion Pauw en Femmetje de Wind vroeg of ze samen een roman wilden schrijven, zeiden ze meteen ‘ja!’ Van Rijn en Schlikker over vriendschap: de rode draad in Vier wandelaars en een Siciliaan. ‘Op echte vrienden moet je zuinig zijn.’

Sara Luijters
De schrijvers van 'Vier wandelaars en een Siciliaan'. Met de klok mee vanaf linksboven: Femmetje de Wind, Roos Schlikker, Marion Pauw, Elle van Rijn.  Beeld Yvette Kulkens
De schrijvers van 'Vier wandelaars en een Siciliaan'. Met de klok mee vanaf linksboven: Femmetje de Wind, Roos Schlikker, Marion Pauw, Elle van Rijn.Beeld Yvette Kulkens

We ontmoeten elkaar in een restaurant in Amsterdam op een zaterdagmiddag. Roos Schlikker is de avond ervoor teruggekeerd van een vakantie met haar gezin in Spanje, collega-auteur Elle van Rijn komt net van een werkafspraak in Utrecht. De twee omhelzen elkaar en er worden vakantieverhalen uitgewisseld. Het lijkt alsof ze elkaar al jaren kennen, maar dat is niet zo. Van Rijn: “Ik wilde weer een boek schrijven en dat combineren met twee dingen waar ik enorm van hou: samenwerken en reizen. Marion en ik zijn al heel lang bevriend, Roos en Femmetje kende ik vooral van hun werk en gemeenschappelijke vrienden. Toen ik ze vroeg of ze samen een boek wilden schrijven was het antwoord meteen ‘ja!’. Ze leken me leuke vrouwen en dat gevoel bleek volledig te kloppen.”

Na die eerste ontmoeting spraken ze af in Spanje, in het huis van Marion Pauw. Onder het genot van lekker eten, veel wijn, wandelingen en goede gesprekken werd daar in een week de basis gelegd voor een gezamenlijk boek: Vier wandelaars en een Siciliaan. Het verhaal wordt verteld vanuit het perspectief van vier vrouwen die ieder om eigen redenen hun leven thuis ontvluchten en zich inschrijven voor een achtdaagse wandeltocht met een gids door Sicilië.

Van Rijn: “We schrijven ieder vanuit een eigen personage. Die liggen weliswaar dicht bij onszelf, maar zijn wel fictief. Je leert de vrouwen eerst kennen en daarna volg je ze tijdens hun reis samen, waarin elk hoofdstuk een wandeldag beslaat en de vrouwen om de beurt aan het woord komen en het stokje van elkaar overnemen. We wilden ze laten wandelen omdat dat een interessante manier is om jezelf en elkaar beter te leren kennen. Die wandeling wilden we vervolgens ook echt zelf gaan maken.”

De uitgever stelde voor dat ze samen het Pieterpad zouden gaan lopen, maar de vrouwen hadden iets avontuurlijkers in gedachten. Van Rijn: “Dus liepen we in het najaar de historische Magna Via Francigena, de pelgrimsroute van Palermo naar Agrigento door het binnenland van Sicilië. Elke dag wandelden we drie tot vijf uur en daarna schreven we.”

Roos Schlikker moest op het laatste moment afhaken: “Ik werd uitgerekend in die periode getroffen door aanvallen van duizeligheid en migraine, wel twintig per maand had ik er. Soms lag ik acht uur per dag plat. Ik zei al dat ze een vervanger moesten vinden, maar mijn personage was al ontwikkeld, en de rest wilde daar niets van weten. We besloten dat ik mee kon schrijven vanuit huis en dat ik bij de wandelingen betrokken bleef via de WhatsAppgroep en Facetime. Ik moest vaak hardop lachen om de teksten die ze mij stuurden.”

Zelf schreef ze over het personage Lot, een daadkrachtige vrouw van eind veertig, werkzaam in de crisiszorg en moeder van twee kinderen, wier leven op de kop komt te staan als haar beste vriendin Joy (geschreven door Elle van Rijn) iets over haar echtgenoot ontdekt. Schlikker: “Als ik schrijf, wil ik altijd iets ontdekken over het personage, maar ook over mezelf. Net als Lot vind ik het moeilijk om hulp aan te nemen, ze is een fixer die altijd voorop in de polonaise loopt, maar zelf niemand heeft om op te leunen. Ik herken die drang voor anderen te zorgen zodat je jezelf daardoor minder klein hoeft te voelen. De belangrijkste les van dit personage was voor mij dat ik niet altijd nare emoties moet willen wegpoetsen en niet net als Lot altijd in de oplossings­reflex moet schieten.”

Lots beste vriendin Joy is in alles Lots tegenpool. Ze is actrice en vooral met zichzelf bezig. Haar carrière komt in gevaar wanneer haar agent haar laat vallen. Van Rijn: “Joy is niet het meest likable personage, maar ik ging tijdens het schrijven steeds meer van haar houden en nam het voor haar op: je mag onaardig over haar zijn, maar dan moet het wél kloppen wat je over haar zegt.”

De andere twee personages in het boek zijn Bibi, een zweverige jonge vrouw die opgaat in yoga en ervaart dat er meer is tussen hemel en aarde, geschreven door Marion Pauw. En Femmetje de Wind schreef over Hannah, een perfectionistische relatietherapeut die afstevent op een burn-out. Met veel humor en ontroering word je als lezer meegenomen tijdens hun wandelingen en kom je steeds meer over de vrouwen te weten.

Vriendschap is een belangrijk terugkerend thema in het boek. Hoe belangrijk is vriendschap voor jullie?

Schlikker: “In vriendschappen ben ik een trouwe hond, als het goed voelt, ben ik als een labrador die voor je voeten komt liggen. Maar ik ben selectiever dan ik lijk, ik stort niet bij iedereen mijn leed uit. Ik heb één oudste en beste vriendin, die ik al ken sinds mijn twaalfde; toen we veertien jaar waren hebben we elkaar de vriendschap verklaard. Zij weet alles van mij en ik weet alles van haar. Onze vriendschap is al door allerlei fases gegaan, er was een periode dat zij vrijgezel was en ik met twee baby’s thuiszat en blij was dat ik om half tien naar bed kon.”

“Ik heb ook een grote groep vrienden, een mannetje of dertig, met wie ik vroeger iedere vrijdag in de kroeg stond. Nu zien we elkaar nog bij de grote momenten in het leven. Het voelt altijd fijn en vertrouwd.”

Van Rijn: “Ik heb schoolvriendinnen die al mijn liefdesrelaties hebben overleefd. En in de loop der jaren zijn er veel vriendinnen bijgekomen; moeders van school, ik had heel lang een hardloopclubje, collega’s die vriendinnen werden, vrouwen uit de buurt et cetera. En o ja, sinds kort hoor ik ook bij een jaarclub, opgericht speciaal voor vriendinnen zonder jaarclub!”

Een van de vragen die de schrijvers proberen te beantwoorden is of duurzame vriendschap wel bestaat. Van Rijn: “Joy en Lot kennen elkaar al sinds de basisschool, hun karakters en levens zijn totaal verschillend, maar toch hebben ze veel voor de ander over.”

Citaat uit het boek: ‘Dat voortdurende praten, dat zwelgen in het eigen leed, het geroddel en geruzie, ik krijg er kloppende oogleden van. Het is natuurlijk een cliché te denken dat kerels lekker even bekvechten en daarna gezellig een biertje aan de bar drinken zonder het nog ergens over te hebben. Maar dat is wel wat ze doen.’

In het boek legt Lot haarfijn het verschil uit tussen mannen- en vrouwenvriendschappen. Herkennen jullie dat?

Van Rijn: “Vrouwen willen vaak alles analyseren. Dat viel me ook op in de gesprekken die we met elkaar voerden tijdens de urenlange wandelingen. Dat is ook mooi, want je gaat echt de diepte in. Ik denk dat we alledrie Roos misten, haar humor en relativering, maar ook haar originele kijk op dingen. Roos, volgens mij heb jij ook meer een mannen­mentaliteit als het om vriendschap gaat?”

Schlikker: “Ik ben wat minder van het analyseren en wat meer direct, zoals mannen dat kunnen zijn. Als er dingen zijn die mij opvallen, bijvoorbeeld als er in een vriendinnengroep twee vrouwen zijn die een bloedhekel aan elkaar hebben, ben ik geneigd dat te benoemen met een grapje. Ik ben heel gevoelig voor een slechte sfeer en wil daar dan iets aan doen, al wordt dat niet altijd gewaardeerd.”

Van Rijn: “Jij bent geweldig voor de sfeer, maar dat moet soms ook vermoeiend zijn voor jezelf. Het is mooi om in zo’n groep te zien hoe ieder een eigen positie inneemt. Mijn valkuil is dat ik soms iets te conflictmijdend kan zijn. Ik hou niet van ruzies met vrienden of geliefden. Als iemand heel direct tegen mij is, schrik ik daar ook altijd van, ik denk dan meteen: wat heb ik niet goed gedaan?”

“Toch kan ik prima voor mezelf opkomen als het erop aankomt, hoor. Maar vriendschappen moeten me vooral een veilig gevoel geven en dus omring ik me alleen nog met eerlijke, lieve mensen.”

Zijn er vriendschappen gesloten tijdens het schrijven van het boek?

Van Rijn: “Ik ben al jaren bevriend met Marion, en nu ook met Roos en Femmetje. Ik vind het heel bijzonder om met elkaar zo’n creatief proces te kunnen aangaan, om erover te kunnen praten en samen te werken.”

Schlikker: “Je merkt hoe prettig het is dat we alle vier geen twintig meer zijn en we nul imago meer hoeven op te houden van onszelf. Ik kende Elle nog het beste van de vier, en wij lijken ook wel het meeste op elkaar, maar ik ben Femmetje en Marion ook enorm gaan waarderen. Marion is heel autonoom en eigenzinnig, op een lef­gozer-achtige manier, Femmetje is heel zachtmoedig en heeft een grote mate van integriteit die ik enorm bewonder.”

Wat is de grootste les die jullie hebben geleerd over vriendschap?

Schlikker: “Dat gemakzucht het grootste gevaar is in een vriendschap. We zijn vaak geneigd mensen te categoriseren – ‘de stapvriendin’, ‘de uithuilvriendin’ – maar daarmee doe je een ander altijd tekort. Het is belangrijk om elkaar echt te blijven zien, als een volledig persoon.”

Van Rijn: “Het gaat er in het leven om dat we met elkaar verbinden, in vriendschap en in liefde. Bij wie kun je anders terecht met je geluk en verdriet, en wie kent al je onzekerheden? Op echte vrienden moet je zuinig zijn.”

Vier wandelaars en een Siciliaan: Marion Pauw, Elle van Rijn, Roos Schlikker, Femmetje de Wind. The House of Books, 320 blz., €22,99

Meer over