Taco Carlier op het dak van het VanMoof-hoofdkwartier op de Mauritskade.

PlusExclusief

VanMoof-oprichters Taco en Ties Carlier: ‘Winst maken we niet, we woonden tot een half jaar geleden in een huurhuisje’

Taco Carlier op het dak van het VanMoof-hoofdkwartier op de Mauritskade.Beeld Maarten Kools

VanMoof-oprichters Taco (44) en Ties (43) Carlier dachten tien jaar geleden nog aan stoppen. Maar sinds de introductie van hun elektrische fiets gaan de verkoopcijfers door het dak. ‘Tot een half jaar geleden woonde ik nog gewoon in een huurhuisje.’

Marcel Wiegman

Ruim tien jaar geleden begonnen met een oplage van driehonderd fietsen, is de designfiets van VanMoof (een verbastering van het Engelse move) bijna niet meer weg te denken uit het Amsterdamse straatbeeld. De grote doorbraak zit eraan te komen, aldus de broers Carlier, eigenaren en oprichters. Het streven: een miljoen mensen aan het fietsen op een elektrische VanMoof. Wereldwijd.

In hun nieuwe kantoor, aan het IJ in Noord, ontvangt Taco Carlier achter een houten tafel. Daarop zijn broer Ties, via een online verbinding met Taipei. Hij woont daar met zijn Taiwanese vrouw en dochter en hij geeft er leiding aan de ontwerp- en productieafdeling. Taco (drie kinderen onder de vier) woont in het Oostelijk Havengebied.

Urban life met een urban bike. Weg met de auto, iedereen aan de fiets.

Ties: “De mooiste bedrijven hebben een hoger doel.”

Taco: “Toen wij vijf jaar geleden begonnen met de elektrische fiets was dat nog iets voor bejaarden in de Achterhoek. Laatst werd ik door een hele rij VanMoofs ingehaald toen ik aan het hardlopen was langs het Amsterdam-Rijnkanaal. Allemaal mensen die anders in de file hadden gestaan. Het was mijn mooiste dag van het jaar.”

Inmiddels heeft VanMoof tegen de vijftig vestigingen, waaronder acht brandstores in New York, San Francisco, Seattle, Berlijn, Londen, Parijs, Tokio en Amsterdam. Naar schatting vertegenwoordigt het bedrijf een waarde van 400 miljoen euro.

De kenmerken van een VanMoof: minimalistisch uiterlijk, volledig geïntegreerde technologie, automatische versnellingen en een uitgebreid pakket antidiefstalmaatregelen – volgens de broers Carlier dé reden waarom mensen nu wel een dure fiets willen aanschaffen. Slechts twee modellen zijn er te krijgen, in de kleuren zwart en lichtblauw: de S3 en de X3. Volgend jaar komt model V op de markt, een monster met dikke banden dat vijftig kilometer per uur haalt.

Als ik google op VanMoof krijg ik het advies een fiets van het Belgische merk Cowboy te kopen.

Taco: “Als je een VanMoof wil, kom je toch wel bij ons. Maar ja, ontwerp je een mooie fiets…”

Gaat er een cowboy mee vandoor.

Taco: “Een VanMoof maak je niet zomaar na.”

Ties: “Ik vind het helemaal niet zo erg. Zolang het op een eerlijke manier gaat – en dat is meestal zo. Het is een beweging: de elektrische fiets als vervanger van de auto in de stad. Dat krijg je als bedrijf niet in je eentje voor elkaar.”

Het regende de afgelopen jaren klachten over VanMoof: onbereikbaar, vertraging met de levering, wachten op reparaties.

Taco: “We hebben een heftig jaar achter de rug. We zijn hard gegroeid en we zaten in die pandemie natuurlijk. Ga maar eens tweehonderd extra fietsenmakers opleiden als iedereen thuis zit. We vinden het ontzettend vervelend, maar we investeren nu in extra servicepunten en meer winkels. Het team is gegroeid van 250 naar 800 man. E-mails beantwoorden we nu binnen 24 uur, via de chat binnen vijf minuten. Alleen reparaties duren nog twee weken. Dat moet drie dagen worden.”

Is het een beetje te snel gegaan?

Taco: “Dat is achteraf praten.”

Ties: “Ik denk dat het ook wel eerlijk is om te vermelden dat er bij alle merken sprake is van vertraging, ook bij de gevestigde bedrijven. En die zijn niet eens gegroeid. Dat konden ze niet omdat ze niet genoeg onderdelen konden krijgen.”

Jullie fietsen zijn ruim aan de prijs: meer dan tweeduizend euro.

Taco: “Als je het vergelijkt met…”

Ties: “Voor een stadsfiets is het een hoop geld, maar zie het als een investering. Je weet dat onze fietsen hun waarde behouden, dat ze er goed uit blijven zien, ook als je ze buiten in de regen zet. Als je hem na twee jaar verkoopt, ben je per dag netto minder kwijt dan voor een auto of het openbaar vervoer. Dan is het een goede deal.”

Zo kijkt de gemiddelde Amsterdammer niet naar zijn fiets. Die denkt: zolang het ding rijdt, rijdt het.

Ties: “Die Amsterdammer ken ik en die zal er altijd blijven. Prima, maar de groep die er anders over denkt groeit heel hard. Die investeert graag in een goede fiets. Die rekent het gewoon uit.”

Waarom maken jullie geen gewone fietsen meer?

Taco: “Wij geloven in focus. En wij geloven in een internationale markt. Amsterdam is klein en vlak, Londen en San Francisco niet.”

Ties: “Als je een gewone fiets vol met onze elektronica stopt, kost hij algauw duizend euro, maar kun je er nog steeds niet elektrisch mee fietsen. Dat is een lastig verhaal.”

Taco: “We hadden er tien jaar aan gewerkt en op het moment dat hij goed was hebben we hem afgeschaft. Het was moeilijk, kill your darlings.”

Ties: “Wij willen niet concurreren met andere fietsen, wij willen concurreren met de auto.”

Intussen is de e-bike de nieuwe ergernis op het fietspad. Voor je het weet word je omvergereden.

Taco: “Zal ik beginnen.”

Ties: “Ja.”

Taco: “Het succes van de fiets begint te groot te worden. Het is gewoon te druk.”

Ties Carlier in zijn woonplaats Taipei. Beeld Dilip Bhoye
Ties Carlier in zijn woonplaats Taipei.Beeld Dilip Bhoye

De e-bike is de nieuwe snorfiets.

Ties: “Hahaha, de nieuwe Solex.”

Taco: “Maar dan een die niet stinkt en geen herrie maakt. Nee, het probleem is dat er veel te veel fietsverkeer door veel te smalle fietspaden wordt geperst, terwijl de auto alle ruimte heeft. Amsterdam moet doorpakken en de fietspaden verbreden.”

De auto eruit?

Taco: “Absoluut. Amsterdam loopt hopeloos achter op andere steden. Nota bene Parijs heeft twee maanden geleden de maximumsnelheid naar dertig gereduceerd. In de hele stad! Dat is de toekomst.”

Ties: “Amsterdam heeft last van zijn eigen voorsprong. In Parijs, Berlijn of New York moeten ze nog veel fietspaden aanleggen. Die kunnen ze dan meteen een stuk breder maken.”

Volgend jaar komt u met de hyperbike, model V: die kan 50 kilometer per uur.

Ties: “Met een auto kun je tweehonderd kilometer per uur, maar dat wil nog niet zeggen dat je dat in de stad doet.”

Taco: “De hyperbike maakt fietsverkeer tussen steden mogelijk. Een serieus alternatief voor het autoverkeer in de hele wereld. Binnen het centrum ben je gek als je er harder dan dertig op gaat, maar als je naar Haarlem wil is 45 of 50 een perfecte snelheid.”

Ties: “De fiets wordt als probleem gezien, maar is de oplossing. Wij werken aan geofencing, een soort digitaal hek om de stad. Binnen dat hek bereikt je fiets maximaal 25 of dertig kilometer en daarbuiten ga je harder. Vrij simpele technologie die ze tien jaar geleden al voor auto’s hadden kunnen invoeren. Daar praten we over met overheden, ook in een stad als Amsterdam.”

Met wie?

Ties: “Taco heeft een keer met de burgemeester gepraat.”

Taco: “Neeneenee!”

Ties: “Nou ja, niet concreet.”

Taco: “Het belangrijkste is onze oproep: laten we overleggen hoe we de model V kunnen limiteren qua snelheid, zodat hij op het fietspad mag. Of doe het als Parijs: zet alle verkeer op een maximum van dertig.”

De broers Carlier groeiden op in de Achterhoek. Taco werd geboren in Dieren, pal naast de Gazellefabriek, Ties een jaar later in Lochem. Vader Joost had een evenementenbureau en organiseerde in 1968 het eerste openluchtfestival van Nederland: het Lochems Popfesitval, voorloper van Lowlands. Plaatselijke sterren als Bennie Jolink van Normaal, Harry Muskee en Herman Brood traden er op, maar ook grote internationale bands als The Clash, The Kinks en Procol Harum bezochten later het ‘Woodstock van de ­Achterhoek’.

Ties: “Zodra we konden lopen, werden we overal mee naartoe genomen. Ik denk dat we daar veel van hebben meegekregen.”

Taco: “Ze waren het hele jaar bezig met dat festival. Dat kun je je nu nauwelijks voorstellen. Tegenwoordig regel je het in een week, maar toen was er niks. Ze moesten zelf een podium ontwerpen en in elkaar lassen, zelf de toiletten timmeren en met de plaatselijke radioboer de boxen solderen. In de winter gingen ze naar Londen en New York om bands te regelen.”

Ties: “Als gezin waren we afhankelijk van dat ene weekend. Als het regende en de mensen niet op kwamen dagen, hadden we het hele jaar geen pindakaas op brood.”

Taco: “Je bedoelt: dan aten we het hele jaar brood met pindakaas.”

Ties: “Nee, dan konden we zelfs de pindakaas niet betalen.”

null Beeld Jan Schaeferbrug
Beeld Jan Schaeferbrug

Was het echt zo erg?

Ties: “Er zijn wel jaren geweest dat we van tien gulden per week rond moesten komen als gezin. Maar ik moet daar wel meteen bij zeggen: we hebben het nooit ervaren als probleem. Het was gewoon een way of life. We hebben echt de happiest jeugd gehad. Achteraf dacht je alleen: waarom was ik de enige in de klas die op klompen liep?”

Taco: “Of in zelfgenaaide trainingsboeken.”

Ties: “Mijn moeder naaide broeken van oude gordijnen, maar in die tijd, op die leeftijd, was dat helemaal geen probleem.”

Jullie vertrokken elk jaar naar Marokko.

Ties: “Dat was een ander voordeel van die leefstijl. In de zomer hadden we een evenement, dus konden we in de winter een paar maanden met een tent op het strand staan.”

Taco: “In Zuid-Marokko, nog onder Agadir. Het was een week rijden. Als je bij Tanger met de boot overging was je halverwege. Geniaal. We zijn drie jaar geleden nog een keer geweest, voor het eerst in twintig jaar. Het is een verschrikkelijk toeristenoord geworden, maar toen was het een mooi vissersplaatsje. In de jaren zeventig zat er een beroemde hippiecamping, maar toen wij er kwamen was het al een beetje vergane glorie.”

Ties: “Het was ook niet echt een camping. Er waren geen douches of zo.”

Taco: “Er stond een gebouwtje met een gat in de grond. Dat was de wc.”

Moesten jullie niet naar school?

Ties: “In die tijd had je nog niet van die strenge controles. Onze ouders regelden het ook zo’n beetje met de leraren. En we namen huiswerk mee.”

Vonden jullie het wel leuk?

Taco: “Het was fantastisch, al vond ik het ook spannend. Ties vond het leuker.”

Ties: “Ik heb er alleen maar goede herinneringen aan.”

Taco: “We namen altijd shirtjes mee die over waren van het festival. Die ruilden we dan voor sinaasappels. Aten we twee maanden lang alleen sinaasappels.”

En jullie moeder?

Taco: “Toen ik acht was, kreeg ze een zware baan in de jeugdzorg. Vanaf toen werden de inkomsten iets stabieler. Later, rond mijn zestiende, braken ook de evenementen door en kwamen de massaconcerten. Hadden we ineens een nieuwe auto.”

Lijken jullie op elkaar?

Ties: “We verschillen enorm van elkaar.”

Taco: “Ik was als kind al bezig met de natuur.”

Ties: “Toen ik negen was had ik mijn eerste brommer.”

Taco: “Ik had met mijn vriendje Menno Flameling het Groene Leger opgericht.”

Ties: “Ja, jij was de redder van bomen.”

Taco: “En jij was met die brommer door het bos aan het crossen.”

Toch verbazingwekkend dat jullie samen een bedrijf zijn begonnen.

Ties: “In het ondernemerschap werkt het juist goed als je van elkaar verschilt. Dan kun je elkaars zwakke punten compenseren. Ik kan me geen betere partner voorstellen. Ik had het ook niet in mijn eentje gedurfd.”

Beschrijf de sterke punten van Taco eens.

Taco: “Ik ga even naar de wc.”

Ties: “Zonder Ties, nee… Zonder Taco… Wat zeg je nou altijd Taac?”

Taco: “Zonder Ties gebeurt er niks en zonder Taco wordt het niks.”

Ties: “Ik ben de durfal, maar Taco brengt structuur aan en analyseert de risico’s beter. Hij is de denker, ik ben impulsiever. Als ik iets mooi vind, moet het meteen gebeuren. Taco denkt: is dit ook iets voor de komende vijf jaar?”

Wat zijn de zwakke punten van Taco?

Ties: “Hij is heel emotioneel. Taco neemt de dingen erg persoonlijk. Als een klant niet blij is kan hij daar nachten wakker van liggen. Ik weet niet of dat een zwakte is, maar het maakt het ondernemerschap wel heel zwaar.”

null Beeld Dilip Bhoye
Beeld Dilip Bhoye

Wat zijn Ties’ sterke kanten?

Taco: “Hij heeft er eigenlijk maar één: Ties is een onafhankelijke denker. Hij is eigenwijs en trekt zich van niets en niemand wat aan. Hij kan alle ruis uit een verhaal filteren en zo tot de kern komen van wat belangrijk is. Ties leest nooit kranten, maar hij weet altijd beter dan wie ook wat er speelt in de wereld. Geen idee waar hij het vandaan haalt.”

En zijn zwakke punten?

Ties: “Dat ik eigenwijs ben. Gelukkig weet ik dat nu wel van mijzelf. Eigenwijze mensen die het niet toe willen geven zijn het allerergste.”

Taco: “Hij is het gewoon permanent oneens met alles wat je zegt. Maar dan komt hij er twee dagen later weer op terug. Dat moet je even weten.”

Wanneer bedachten jullie dat een goed was om ondernemer te worden?

Taco: “Op het strand in Barcelona, in 2001, tijdens een tripje met de familie. Op de TU Delft had ik met ingeschreven voor het vak ondernemerschap en ik wist na een minuut: dit is het. Daar in Barcelona zei Ties dat hij mee wilde doen.”

Dan heb je wel geld nodig.

Taco: “We zijn met duizend euro begonnen, allebei vijfhonderd.”

Ties: “Nou Taco, het was wel iets meer. Ik had een hele dure crossmotor. Die heb ik verkocht voor vijfduizend euro.”

Taco: “Hahaha.”

Ties: “We zijn begonnen met polsbandjes voor evenementen. Die werden nog gezeefdrukt, heel omslachtig en duur. Wij kenden die markt. Op Lowlands hadden we een bijbaantje: bij de ingang bandjes dichtmaken met zo’n blokje. Wij dachten: laten we een machine uitvinden voor een nieuw soort bandje. En ondertussen zijn we die oude bandjes gaan printen op een omgebouwde printer.”

Taco: “We hebben ook een automaat uitgevonden voor festivalmunten.”

Hoe kom je vervolgens op het idee fietsen te gaan maken?

Taco: “Ik studeerde in Delft en had een vouwfiets nodig. Ik vond er een op Marktplaats, een bijzonder ding. Als hobby zijn we hem gaan importeren en veranderen. Totdat we dachten: waarom zijn we eigenlijk het product van een ander aan het verbeteren? We waren ook wel toe aan iets groters. Hoeveel muntenautomaten kun je verkopen in je leven? Duizend? In New York viel het kwartje. Ik dacht: wat kun je hier mooi fietsen. En waarom fietsen er dan zo weinig mensen?”

Ties: “We zagen ook meteen wel dat het beter kon. Bij bedrijven als Gazelle of Sparta zaten letterlijk drie productontwikkelaars die elk jaar de framebuis iets veranderden en een ander kleurtje gaven. Hadden ze weer een nieuwe fietslijn. In die oude industrie, waar alle merken dezelfde onderdeeltjes kopen, zal nooit iets veranderen. Wij dachten: als je de fiets echt groot wilt maken in de wereld, moet je een nieuw product ontwikkelen en alles in eigen hand houden. Dan kun je niet beginnen met een onderdeeltje.”

Jullie hebben in tien jaar 250.000 fietsen verkocht, daar doet Gazelle een jaar over.

Taco: “Ik spreek je over vijf jaar. Na de introductie van onze eerste elektrische fiets is het bedrijf elk jaar in omzet verdubbeld.”

Ties: “Shimano maakt van een naafje (middenstuk van een wiel, red.) een miljoen exemplaren en verkoopt dat aan honderd verschillende merken. Wij maken elk onderdeeltje zelf. Dat heeft voordelen, omdat alles aan onze fietsen volledig geïntegreerd is, maar het volumevoordeel heb je niet. Dat krijg je pas als je voldoende klanten overtuigt dat je fiets goed genoeg is om er drie keer zoveel voor te betalen als voor een Gazelle. Dat kantelpunt hebben we anderhalf jaar geleden bereikt met de lancering van de S3.”

Taco: “En nu gaat het steeds harder. Op een gegeven moment kom je op het punt dat je een fiets kunt maken voor de helft van het geld.”

Hebben jullie weleens gedacht: we stoppen ermee?

Taco: “In 2011. Het ging hartstikke goed, maar een interessante businesscase was er niet van te maken.”

Ties: “We wilden van meet af aan internationaal, maar elektrische fietsen hadden we nog niet. Probeer mensen in New York maar eens te laten fietsen zoals we dat in Amsterdam gewend waren. Dat lukt niet. We investeerden bijna al onze tijd en geld in het buitenland, maar verder dan honderd fietsen kwamen we niet.”

Taco: “We zijn gaan zitten en zeiden: als we de massa echt op de fiets willen krijgen in die steden, moeten we het anders gaan doen. We hadden er een paar ton eigen geld in zitten. We konden nog terug. We beseften: dit gaat nog zeker vijf jaar bloed, zweet en tranen kosten. Willen we dat?”

Ties: “Met de elektrische fiets is het geëxplodeerd.”

Taco: “Bijna 80 procent van onze fietsen gaat nu naar het buitenland. Ik was in Londen. Zag ik regelmatig een VanMoof langskomen.”

Als Gazelle dat wil, neemt die jullie natuurlijk zo over.

Taco: “Nee.”

Ties: “Hahaha.”

Word ik nu uitgelachen?

Taco: “Ja.”

Dit jaar zijn jullie voor het eerst de Quote 500 binnengewandeld.

Taco: “Binnen gefietst.”

Ties: “Het houdt ons niet zo bezig.”

Taco: “Al ons geld zit in het bedrijf. Winst maken we nog niet. Ik woonde tot een half jaar geleden nog gewoon in een huurhuisje. Ties ook.”

Ties: “Ja Taco, waar is je Rolex?”

Het is misschien een vorm van erkenning.

Ties: “Het gelukkigst word ik van windsurfen en tijd doorbrengen met mijn dochter en mijn familie en vrienden in Nederland. Aan de andere kant: ik stond in het oosten van Nederland met een foto in de krant toen het gebeurde. Dat vonden sommige mensen belangrijk genoeg om mij te feliciteren. Dat vind ik dan wel weer grappig.”

null Beeld

Taco Carlier

25 oktober 1977, Dieren

1990-1996
Staring College (vwo), Lochem
1996-2004
Industrieel Ontwerpen, TU Delft

Taco Carlier woont samen in het Oostelijk Havengebied en heeft drie kinderen.

Ties Carlier

7 nov 1978, Lochem

1991-1995
Lts, Lochem
1995-1999
Mts Autotechniek, Apeldoorn
1999-2001
Bouwer van windmolens, onder meer in het Westelijk Havengebied Amsterdam

Ties Carlier woont met zijn vrouw en dochter in Taipei.

Samen


2001
Oprichting Dutchband
2008
Oprichting VanMoof
2009
Eerste VanMoof op de markt
2011
Opening kantoor Taipeh
2014
Introductie VanMoof Electrified
2020
Introductie S3 en X3
2022
Introductie Model V