PlusAchtergrond

Van huilbaby’s tot coronastress: bij De Oudertelefoon kun je erover praten – maar alleen even lekker schreeuwen mag ook

De Kindertelefoon bestaat al ruim veertig jaar, maar sinds het begin van de pandemie is er ook een anonieme hulplijn voor opvoeders: De Oudertelefoon. Het gaat er inmiddels over veel meer dan corona. ‘Als je zorgen hebt kun je even sparren.’

Dionne van Lint
null Beeld Ted Struwer
Beeld Ted Struwer

Het is 12 uur ’s ochtends. Vrijwilliger Sara (33) is net klaar met haar drie uur durende shift van De Oudertelefoon. Ze heeft een beller gehad en met een ouder gepraat via de chat. Een moeder aan de lijn maakte zich zorgen om een contact dat haar jonge dochter had, en vroeg wat ze moest doen. Maar kant-en-klare adviezen geeft De Oudertelefoon niet.

“Ik heb gezegd dat ze haar verhaal kon vertellen aan mij, en dat we samen zouden kijken naar wat zij de beste oplossing zou vinden,” zegt Sara. “Aan het einde van het gesprek was ze zekerder over haar keuze. De ouders weten vaak al zelf wat ze willen, maar zijn dan nog een beetje bang. Wij ondersteunen hen in het maken van een keuze.”

Iedereen die met opvoeden te maken heeft en ergens mee zit kan gratis en anoniem terecht bij de hulplijn; ouders, maar ook opa’s, oma’s, tantes, ooms en medewerkers van kinderdagverblijven bellen. Met De Oudertelefoon wil directeur en mede-oprichter Rolien Sandelowsky (32) laten zien dat het heel normaal is om als ouder hulp te vragen. “Daar hoef je je niet voor te schamen. Als je zorgen hebt, kun je even sparren of bieden we je een luisterend oor,” zegt Sandelowsky.

Aan het begin van de coronacrisis viel het de Amsterdamse Sandelowsky op dat De Kindertelefoon veel meer werd gebeld en de cijfers van huiselijk geweld stegen. “Toen dacht ik ineens: er moet ook een Oudertelefoon komen.” Binnen een maand zette ze met drie andere leden van de Nationale DenkTank de hulplijn op.

Oververmoeid

“Voor veel kinderen is het buiten de deur fijner dan thuis, maar veel ouders staan tijdens de pandemie natuurlijk ook onder druk,” zegt Sandelowsky. “Ze moeten thuis tegelijkertijd werken, zorgen voor kinderen, het huishouden doen, docent zijn, en soms ook nog mantelzorg verlenen. Het is duidelijk dat die druk heel hoog is.”

Dit blijkt ook uit een peiling van het Nederlands Centrum Jeugdgezondheid. In maart 2021 gaf 51 procent van de ouders aan het moeilijk te hebben met het opvoeden van hun kinderen. Voor de coronacrisis was dit 14 procent.

“Vooral in de zware lockdown belden veel mensen over dat ze alle ballen tegelijk in de lucht moesten zien te houden,” zegt Zelah Dorrestijn (35), vrijwilligerscoördinator en hoofd kwaliteit en training. Een veelvoorkomende kwestie is dat de ouder oververmoeid is. Zo barstte een moeder met veel emotie en hoge ademhaling los over de stress van thuis, de combinatie van werk en het lesgeven van haar kinderen, vertelt Dorrestijn.

Maar de problemen hebben niet alleen betrekking op corona: mensen bellen over huilbaby’s, hoe om te gaan met seksualiteit bij kinderen, kinderen die niet willen eten, gewelddadigheid binnen het gezin of relatieproblemen met hun partner.

“Ik heb een keer gesproken met een vrouw die onzeker was of ze wel een goede moeder zou zijn. Ze wilde er, naast het verzorgen van haar jonge baby, soms even tussenuit, net als haar partner,” zegt vrijwilliger Sylvia (32). Een vader vertelde aan De Oudertelefoon dat hij zich zorgen maakte over zijn zoon die veel stottert en zich steeds meer begon terug te trekken. Sylvia: “Ouders bellen vaak als ze boos of verdrietig zijn, maar naarmate het gesprek vordert hoor je weer de rust in hun stem.”

Training voor vrijwilligers

De stichting draait volledig op subsidies en de eerste campagne is gefaciliteerd door een pro-bonoreclameteam. Die campagne was nodig voor de toestroom van bellers en chatters. “Het was in het begin veel makkelijker om vrijwilligers voor de dienst te vinden, dan ouders te overtuigen om te bellen,” zegt Sandelowsky. Volgens haar komt dat onder andere doordat ouders denken dat ze al diep in de problemen moeten zitten om te kunnen bellen.

Inmiddels heeft De Oudertelefoon een kantoor in Amsterdam waar de vier betaalde medewerkers werken. De 25 vrijwilligers die luisteren naar de zorgen van de ouders werken vanuit huis. Allemaal hebben ze een achtergrond in de pedagogiek, de zorg, het onderwijs of coaching, en het merendeel is zelf ouder.

De vrijwilligers doorlopen een tweeledige training voordat ze beginnen met hun eerste shift. Hierin komen de theorie over de gehanteerde oplossingsgerichte gespreksmethodiek en het stappenplan dat De Oudertelefoon hanteert aan bod. Daarnaast krijgen ze instructies over hoe ze moeten handelen bij problemen en uitzonderingen – bijvoorbeeld als een beller boos wordt – en ze oefenen met elkaar en met al actieve vrijwilligers door middel van rollenspelen. Hierna wordt beoordeeld of de nieuwe vrijwilliger genoeg kennis en kunde heeft om aan de slag te gaan.

“We leren vrijwilligers hoe ze ouders kunnen helpen zonder dat ze in de reddersrol schieten. Je kan niet de wereld verbeteren. Het is maar een gesprek van drie kwartier of een uur,” zegt Dorrestijn. “In onze methode staan we mensen te woord en helpen we door open, onderzoekende vragen te stellen, zoals: wat doet het met je, wanneer lukt het wel, waar krijg je energie van, wie in je omgeving zou je hiermee kunnen helpen? Uiteindelijk zijn ouders de expert in hun situatie en kennen zij vaak de beste oplossing voor hun probleem.”

Geen kant-en-klare oplossing

Daar moest vrijwilliger Sjors aanvankelijk even aan wennen. Hij heeft een medische achtergrond en was gewend aan het geven van adviezen. “Hier is het toch wat moeilijker om te bedenken wat ik moet zeggen, want ik heb geen kant-en-klare oplossing,” zegt hij. “Soms vragen bellers echt om tips. Dan vraag ik door, over wat ze zelf denken wat ze kunnen ondernemen. Dan komen bellers toch met een eigen idee, en denken ze: ik kan het ook zo en zo doen.”

Soms vertellen de vrijwilligers de ouders over instanties of de huisarts waar ze naartoe kunnen, als er meer expertise of begeleiding nodig is. Dorrestijn: “We kunnen ze niet officieel doorverwijzen, maar we kunnen wel iemand op weg helpen. Soms weten mensen bijvoorbeeld niet dat je met mentale problemen naar de huisarts kan.”

Opvoeders die niet met iemand willen praten, maar een momentje voor zichzelf willen, kunnen ook bellen. Via een sneltoets kan je kiezen voor een meditatie-oefening, waarbij je wordt begeleid door een rustgevende stem en achtergrondmuziek.

Maar populairder is de schreeuwfunctie. In de eerste week, in februari 2021, werd die 1200 keer gebruikt. “Het was eigenlijk begonnen als grap, voor de mensen die niet rustig willen zitten voor een ademhalingsoefening,” vertelt Sandelowsky lachend. Op harde heavy metal kan je je longen uit je lijf schreeuwen. Sandelowsky: “Het zal niet al je problemen doen verdwijnen, maar het kan wel heel erg opluchten.”

Omwille van privacy zijn de namen van de vrijwilligers gefingeerd; de echte namen zijn bekend bij de redactie.

De Oudertelefoon

Bij De Oudertelefoon werken rond de 25 vrijwilligers en 4 betaalde medewerkers. Een gemiddeld gesprek duurt 40 à 45 minuten en de shifts zijn 3 uur in de ochtend en middag of 2 uur in de avond. Per maand zijn er gemiddeld 20 aanmeldingen van nieuwe vrijwilligers. Per jaar worden 4 tot 6 keer trainingen gegeven, na de training blijven 3 à 4 geschikte vrijwilligers over.

Het gemiddelde aantal telefoontjes en chats ligt rond de 125 per week, waarvan een deel kiest voor de meditatie-oefening en de schreeuwfunctie. Ouders die bellen buiten de bereikbaarheidstijden (op werkdagen van 9.00 tot 15.00 uur en van 20.00 tot 22.00 uur) of wanneer alle vrijwilligers in gesprek zijn, worden ook meegerekend. De Oudertelefoon is alle dagen bereikbaar in het Nederlands en Engels, in het Turks op dinsdagavond (20.00 tot 22.00 uur) en in het Berbers/Arabisch op donderdagmiddag (12.00 tot 15.00 uur).

Bereikbaar via chat op www.oudertelefoon.nl en telefonisch op 085 130 46 58.

Meer over