PlusAchtergrond

Van het leeuwenverblijf tot de Eregalerij – Floris Tilanus tekent on-alledaags Amsterdam

null Beeld Floris Tilanus
Beeld Floris Tilanus

Bij Illustrator Floris Tilanus draait het om contrasten tussen oud en nieuw, tussen privé en publiek. Hij tekent onalledaagse plekken, die niet zomaar toegankelijk zijn. Zo kwam hij er zelf ook eens.

Het Parool

Het leeuwenverblijf, Artis

“Hier, op de boom, daar zit vooral het mannetje graag,” wijst Peter Bleesing, teamleider grote zoogdieren. “Als een leeuw je recht in je ogen kijkt… We gaan ervanuit dat ze je altijd zullen pakken, uit een soort schrik, ook als ze hun magen vol hebben. Dus is er altijd separatie tussen de leeuwen en de verzorger. Eén foutje…”

“Toch bouw je een band op. Een verzorger die ze kennen, kan ze gemakkelijker benaderen als ze ziek zijn. Ze herkennen je gezicht. Als ik in burger achter honderd man publiek langs loop, volgen ze mij.”

“Je legt voedsel neer, ook aanvullend voer. Ze krijgen vlees van kip of ganzen, net wat je kon inkopen. Soms hangen we kalkoenen in de bomen, zodat ze íets moeten doen voor hun eten. En verrijkingsmateriaal – speelgoed zeg maar. En je ruimt de poep op. Of mensen gevaar ruiken in leeuwenmest? Ik denk dat we dat vermogen zijn kwijtgeraakt. Het stinkt evengoed onverdraaglijk. Soms willen mensen het in hun tuin om katten te verjagen, maar het middel is erger dan de kwaal.”

“Héél soms krijgen ze levend voer – als er een reiger in het verblijf landt. Reigers zijn een beschermde diersoort, maar daar heeft die leeuw geen boodschap aan. Een keer of tien per jaar vinden wij de veren.”

De torenkraan bij De Nederlandsche Bank

null Beeld Floris Tilanus
Beeld Floris Tilanus

“Je hebt geen hoogtevrees?” vraagt Sander Brunt, voordat hij me meeneemt. Het liftje schudt en kraakt, we passen er net samen in. “Als het windstil is en de mannen beneden roepen, kun je ze boven verstaan. Terugschreeuwen heeft geen zin.” Brunt is uitvoerder, maar hij wás kraandrijver, en als het nodig is stapt hij er zo weer in. “Het is net als fietsen,” zegt hij. “Je verleert het niet, al leren sommige mensen het nooit. Kijk, die gebouwen daar, dat is Utrecht. Als je in Utrecht in de kraan zit, kun je Den Bosch zien. Als het mooier weer is, zie je vanaf hier Den Haag.”

“Als het goed waait, zwaait de kraan heen en weer, maar het gewicht blijft stil hangen. Eén keer werd ik over de intercom gewaarschuwd voor een bui. Inderdaad, alsof er een bloeduitstorting aan kwam. Dit is een kooi van Faraday, die biedt bescherming tegen statische ontladingen zoals bliksem, dus er kan je niks gebeuren. Ik heb me helemaal opgekruld, dat leek me evengoed toch beter. Ik wilde geen metaal aanraken. De bliksem sloeg in. Het licht was roze. Toen ze me van beneden vroegen of alles goed was, ben ik even stil ­gebleven.” Hij grijnst.

Zittingszaal in De Bunker, Osdorp

null Beeld Floris Tilanus
Beeld Floris Tilanus

“Het begint al ’s morgens,” zegt Paul Waarts, rechter. “Een gepantserde auto brengt je tot in de garage. Je bent zelf ook een soort gevangene; je kunt geen kant op. De jongens, dat zijn het toch meestal, zijn om een uur of vier, vijf van hun bed gelicht en geblinddoekt hierheen gebracht, met een rotgang. Sommigen ­worden daar knap misselijk van.”

“Beveiliging brengt ze soepel en efficiënt een voor een binnen. Ze krijgen een bekertje water, geen warme dranken, niks om mee te gooien. Soms zijn ze zenuwachtig, hebben ze veel te verliezen. Het zijn vaak vrienden – soms zijn ze dat geweest – en ze delen meer dan alleen de strafzaak. Ze kennen elkaars thuisfront. Als er zitting is, is er trouwens meer licht aan. Het is vol; verdachten, advocaten, beveiligers. Achter het glas: dagjesmensen, de pers, familie.”

“Bij schorsing gaan de verdachten naar hun cel en wij naar een troosteloos zaaltje, waar een witte kartonnen doos op ons wacht met een broodje en een reep. Zodra de zitting is geopend, is het juridische werk niet anders dan normaal. En als je aan het eind van de dag buiten komt, heb je werkelijk geen idee wat voor weer het is geweest.”

Boven de Eregalerij, Rijksmuseum

null Beeld Floris Tilanus
Beeld Floris Tilanus

Roy Tirion – een rijzige beveiliger met kort grijs haar – neemt me mee naar een ondergrondse blinde gang. “Mijn oma had vroeger in de woonkamer een zelf nageborduurd plaatje hangen van een moeder met kind. En toen ik hier kwam werken, zag ik het hangen, in de Eregalerij. Geschilderd door Pieter de Hooch.”

We nemen een dienstlift, lopen door een helverlichte gang en stappen schijnbaar uit de muur pardoes tussen verraste museumbezoekers. “Ik vind het niet per se een heel mooi schilderij, dat niet. Als ik het moet zeggen, ben ik meer van de speciale collecties. Die enorme zwaarden bijvoorbeeld, tweehanders; fascinerend. Daar kun je niet mee vechten. Ze waren voor de show, denk ik, zó onpraktisch.”

Een onopvallende deur later zijn we weer van het parket af, het licht is weer kil. We gaan een kleine deur door. Een trap van ijzeren tredes, helder daglicht. “Pas op je hoofd, we zijn er. Hier beneden hangen ze: Jan Steen, Rembrandt, Hals, Vermeer – en dit zijn de olifantsruggen.” Voor me liggen de grijze, bolle zijdes van de koepels boven de Eregalerij. Aan het einde is er een grotere ruimte. “Daar kun je niet heen, dan breekt de hel los. Daar hangt De Nachtwacht.”

Het nieuwste boek van Floris Tilanus heet Doorkijken, met daarin 138 tekeningen uit De Groene Amsterdammer. Concerto Books, €26,99.

Meer over