PlusExclusief

Uitvaartbegeleider Anemoon Elzinga verloor haar zoon: ‘Ik wist heel goed dat Mees dood was. Ik voelde me gedragen’

Uitvaartbegeleider Anemoon Elzinga: ‘In de taxi naar het ziekenhuis in Groningen zei ik in gedachten tegen mijn zoon: ga maar, ga maar.’ Beeld Daphne Lucker
Uitvaartbegeleider Anemoon Elzinga: ‘In de taxi naar het ziekenhuis in Groningen zei ik in gedachten tegen mijn zoon: ga maar, ga maar.’Beeld Daphne Lucker

Journalist Nynke Sietsma verloor eind 2020 haar vierjarige zoontje Berend. In deze serie spreekt ze mensen over hun ervaring en omgang met de dood en verlies. In de slotaflevering: uitvaartbegeleider Anemoon Elzinga (50).

Nynke Sietsma

Over deze serie

Na het overlijden van haar zoontje Berend is freelance journalist Nynke Sietsma nieuwsgierig naar hoe anderen denken over de dood, het hiernamaals en verlies. In maart 2020 werd de levenslustige Berend ernstig ziek. Hij bleek een agressieve vorm van kanker te hebben. Tegen de verwachtingen van de artsen in overleed hij eind oktober van dat jaar op vierjarige leeftijd. Nynke, haar echtgenoot en dochter van vijf jaar oud bleven achter met de vraag: waar is Berend nu? Met deze serie hoopt ze iets meer grip te krijgen op het grootste mysterie van het leven: de dood.

Anemoon Elzinga en ik staan op het strand van West aan Zee. Op dit stukje Terschelling kwam Elzinga’s zoon Mees graag. En op het terras van het strandpaviljoen achter ons zat ik zelf eens vredig in de zon te lezen met Berend slapend op mijn schoot.

We zijn net licht onrustig het terras afgelopen. Want net als Anemoon ingetogen vertelt hoe ze op die ene rampzalige dag in februari aanvoelde dat het niet goed zou komen met Mees, komt er een jongetje in mijn blikveld staan. Zonnebril op, laarsjes aan, blonde krullen. Net Berend. Mijn gedachten tuimelen, mijn hart raakt op drift.

Vlak daarna lopen er wel dertig puberjongens het terras op, jongens zoals Mees. We kijken elkaar aan. “Soms is het troostrijk, soms is het kneiterhard om je eigen kind in andermans kinderen te zien,” zegt Elzinga. Dus vertrekken we.

We turen naar het stuk zee waar Mees graag zwom. Zijn uitvaart was hier, op dit strand.

Verderop stalt iemand blokarts uit, van die karretjes met een zeil, waarmee je over het strand kunt racen. Of die dingen haar aan Mees doen denken. “Zeker,” zegt Elzinga. “Hij had zelfs zijn eigen karretje.”

Mees werd geboren in Amsterdam. Op zijn zesde verhuisde hij met zijn ouders en zusje Lente naar Terschelling. “Dat was even zoeken,” zegt Elzinga, “want hij vond niet meteen aansluiting. Maar Mees bleef trouw aan zichzelf en kreeg hier uiteindelijk een goed leven.” Hij genoot van de vrijheid van het eiland, hield van strandzeilen en windsurfen en ging regelmatig hardlopen. De buitenlucht maakte een gespierde zestienjarige jongen van hem, het zeewater en de zon blondeerden zijn haar. Hij was klaar om uit te vliegen en zou geneeskunde gaan studeren.

Eind februari 2021 had hij net een lekker weekend achter de rug en bracht hij nog even een vriend naar de boot. Die dag lag het eiland verzonken in een laag mist. Onderweg naar huis reed een automobilist Mees van zijn fiets. De mist te dik, de klap te hard. Hij was hersendood.

Jij had een voorgevoel.

“We dekten de tafel thuis, Mees was er nog niet. Dat gebeurde wel vaker maar dit keer voelde het anders. Ik werd onrustig. Hij nam zijn telefoon niet op. ‘Waar ben je?’ appte ik. Toen de ambulancebroeder belde, die we natuurlijk kennen want iedereen kent elkaar hier, wist ik het eigenlijk al, terwijl we nog niets wisten. In de taxi naar het ziekenhuis in Groningen zei ik in gedachten tegen mijn zoon: ga maar, ga maar.”

Het ontroert me dat je hem al durfde los te laten. Zo’n jong leven in de bloei en dan poef, weg.

“Ik had meteen een heel sterk gevoel dat hij oké was, waar hij ook was. Dat gaf troost. Het gekke was, ik ervoer de eerste weken na zijn dood een diep gevoel van innerlijke vrede en verbondenheid met alles om me heen. Mensen dachten: die vrouw is nog in shock. Ik vond het zelf ook raar. Ik hoorde toch heel verdrietig te zijn, net zoals Arjan, mijn man? Die huilde als een wolf.”

“Ik ben uitvaartbegeleider en heb een boekenkast vol rouwliteratuur. Ik zocht in mijn boeken zelfs naar een aandoening. Ontkenning misschien? Nee, dat was het niet, want ik wist heel goed dat Mees dood was. Ik voelde me gedragen. Alsof ik een beetje zweefde.”

Ik herken die aandoening wel. Weet je al welke diagnose we hadden?

“Ik las iets over shared death experience. Daar herken ik veel symptomen van. Dan ervaar je een diep gevoel van eenheid.”

Over eenheid gesproken: het lijkt me pittig om op een eiland te wonen als je zo verdrietig bent. Iedereen kent je, ziet je.

“Het eiland trekt en duwt constant. Net als eb en vloed. Soms denk je: o man, ik wil hier weg. Ik heb achttien jaar in Amsterdam gewoond en daarna in Utrecht. Maar het eiland verdiept mijn leven. Omdat ik hier zo met de lucht, de aarde, het water en vuur heb leren leven. De elementen hebben we ook gebruikt bij Mees’ afscheid en herdenking. En de eilanders zijn na Mees’ dood allemaal om ons heen komen staan.”

“Maar makkelijk is het hier niet. Er is geen ontsnapping. We moeten altijd weer langs de plek waar Mees is verongelukt, er is geen andere route. Wat ik nu, na een jaar zonder hem, vooral heb geleerd: we gaan alles steeds maar aan. Ook de donkerte.”

Rouwen is net eb en vloed. Van donker naar licht en weer terug.

“Soms overspoelt het gemis me als een golf. Zoals een wee. Over weeën heb je ook geen controle, net zoals over die golven van verdriet. Ik kijk goed af van de natuur. Die leert je wel te rouwen.”

Hoe dan?

“Bij Mees zijn afscheid, waarbij de eilanders ons echt hebben gedragen, lag zijn kist onder bloemen bedolven. We besloten er na de ceremonie compost van te maken en die composthoop iedere dag te fotograferen. Er zit schoonheid in vergankelijkheid. Alles wat mooi is, vergaat. Maar compost is ook voeding voor nieuw leven, net zoals Mees voeding is voor míjn leven. We hebben de compost naar de plek van het ongeluk gebracht en er duizenden bolletjes onder geplant. Shit, er gebeurt niets, dacht ik steeds. Tot ik het liet begaan. Nu bloeit er van alles.”

De helende werking van de natuur.

“Voor Mees’ ongeluk was ik iemand die graag alles onder controle hield. Een regelaar. Maar als het leven toch niet meer te controleren is, kan ik net zo goed ontspannen. Het ergste is toch al gebeurd. Het leven laat zich niet regisseren. Net als de natuur. Die gedachte is bevrijdend.”

Totdat je weer een deadline moet halen, of in jouw geval, een uitvaart moet begeleiden.

“Klopt. Al werk ik nog niet als uitvaartbegeleider. Niet omdat ik de dood nu moeilijker vind, zoals mensen soms denken. Juist niet. Ik voel me er nóg meer mee verbonden sinds Mees’ dood. Alsof ik er vriendschap mee heb gesloten. Maar als iemand overlijdt, moet ik meteen voor de volle honderd procent aan. Dat gaat nu niet. Ik moet nu eerst dienend zijn aan mezelf en mijn gezin.”

En jezelf heruitvinden misschien.

“Mijn moeder is overleden toen ze 49 jaar was, haar oma ook. Ik zei weleens tegen mijn vriendinnen: het kan zijn dat ik maar 49 jaar word óf juist heel oud want mijn opa werd 97. Nu denk ik: het is misschien allebei. Mees overleed toen ik 49 jaar oud was. Ik ben toen een beetje doodgegaan.”

Nynke Sietsma met zoontje Berend. Beeld privéarchief
Nynke Sietsma met zoontje Berend.Beeld privéarchief

Denk je dat je Mees terug zult zien? Straks word je echt 97, dan moet je lang wachten voordat je hem weer ziet.

“Dat hoop ik niet zeg, haha. Ik hang enorm aan het leven, maar soms denk ik: haal mij maar op. De nieuwsgierigheid naar de dood is er nu meer dan ooit. Toch is er genoeg moois om die levenslust nog te kunnen voelen.”

Door Mees ben je voor altijd verbonden met het eiland. Kun je hier ooit nog wel weg?

“Je hebt mensen die geworteld zijn op één plek, ergens-mensen en overal-mensen. Ik denk dat wij overal-mensen waren, maar door de dood van Mees zijn we het eigenlijk allebei.”

Zoals je vertelt over Mees, klinkt hij vooral als een overal-mens.

“Ja, precies. Daarom hebben we Mees gecremeerd. We kochten een tweedehands kampeerbusje waarmee we willen rondtrekken. We zullen Mees’ as meenemen en die uit onze handen laten glijden op plekken waarvan we denken dat hij ze mooi vond. Met dat busje hopen we onze toekomst in te rijden, met en zonder onze Mees.”

“Toen we hadden besloten welk campertje het moest worden en we precies zo één hier op Terschelling gingen bekijken, vloog er een meesje in. Het ging op de bank zitten en rustig om zich heen zitten kijken.”

We lopen terug naar onze fietsen. “Laten we hier over twintig jaar weer afspreken,” zeg ik bij het afscheid. “Dan kunnen we kijken wat er van ons is geworden zonder onze zonen. Het zal ploeteren blijven. Maar misschien overvalt ons soms iets moois.”

Elzinga knikt instemmend en zegt: “Als we onszelf toestaan om te doorvoelen wat er komt, ook het echte donkere, dan is het alsof het leven ons opvangt. Er is iets op die bodem wat ons draagt.”

Daar vertrouwen we op, zeggen we, en zwaaien elkaar na.

Anemoon Elzinga

Anemoon Elzinga studeerde communicatiewetenschap aan de UvA, werd uitvaartbegeleider op Terschelling en is getrouwd met Arjan Berkhuysen. Samen hebben ze twee kinderen, Mees (16) en Lente (14).