null Beeld Sjoukje Bierma
Beeld Sjoukje Bierma

Tweemaal binnen een paar minuten werd ik straal genegeerd, alsof ik niet bestond

PlusMaarten Moll

Maarten Moll

Op weg naar de fietsenmaker, ik was te voet, gebeurde er iets merkwaardigs.

Niet één keer, maar zeker drie keer.

Op de fietsbrug over de A10 zag ik een man aan komen lopen in mijn richting. Het was een voormalig buurtgenoot die bij een buurtbarbecue een keer per ongeluk zijn zomerse shirt in de fik had gestoken. Hij had toen heel rustig de inhoud van zijn flesje bier over zijn zij laten lopen, waardoor het vuur doofde. Er zat wel een palmboom in zijn huid gebrand die hij enthousiast aan iedereen liet zien. Het kostte nog heel wat overredingskracht om hem naar de eerste hulp te krijgen.

Maar goed, die man dus.

Toen we vlak bij elkaar waren, wilde ik mijn hand opsteken, maar hij was me al gepasseerd.

Zonder notie van me te nemen.

Ik keek hem na, maar hij keek niet achterom.

Ik kon me ook niet herinneren dat ik hem ooit beledigd had of zoiets.

Ik haalde mijn schouders op en vervolgde mijn weg.

Verderop, in Meerpark, kwam me een vrouw op de fiets tegemoet. Ik herkende haar, de zus van een voormalige buurvrouw.

Toen ze vlakbij was stak ik een hand op.

Ze fietste me voorbij zonder een teken dat ze me herkend had.

Ze had me niet eens aangekeken, net zoals meneer Palmboom me niet had aangekeken.

Tweemaal binnen een paar minuten. Tweemaal binnen een paar minuten was ik straal genegeerd.

Alsof ik niet bestond.

Waarom werd ik niet herkend?

Ik haalde mijn telefoon tevoorschijn en bekeek mezelf met de camera.

Niets vreemds. Geen pindakaas in de mondhoeken, geen plaksnor of pruik. Ik zag gewoon mezelf.

Ik liep door.

Een kat kruiste mijn pad. Ik dacht de kat te herkennen. De kat keek me wel aan, maar zei niets. Het zou ook wat zijn, een sprekende kat. Dat kan alleen bij Murakami.

Nu ik er zo over nadacht… Het was alsof ik onzichtbaar door de wereld liep. Als in een dromerig verhaal van Haruki Murakami. Althans, ik denk dat Murakami zo’n verhaal zou kunnen schrijven, als ie het al niet heeft geschreven. Ik weet dat niet omdat ik niet van de boeken van Haruki Murakami hou, en dat komt omdat hij sprekende katten opvoert en ik niet van sprekende katten gediend ben. (Oë en Mishima, dat zijn pas schrijvers!)

De kat verdween in de struiken en ik stak de Kruislaan over.

In de straatjes van het Biothof zag ik iemand van de tennis op een scooter.

Ik stak mijn hand maar niet meer op. En inderdaad, de man racete me hard voorbij zonder me ook maar een blik waardig te gunnen. Ongelooflijke topspinbackhand, die gast.

In de deuropening van Segijn en van Wees botste ik tegen Ric op.

Wat een opluchting! Ik bestond! Ik kneep in zijn arm met die mooie, getatoeëerde vis.

De fietsenmaker nam me op van top tot teen.

“Gaat het wel goed met je?” vroeg hij. “Het lijkt wel of je spoken hebt gezien.”

We spraken even over boeken, zoals altijd.

De naam Murakami viel niet.

Maarten Moll schrijft over dagelijkse beslommeringen in de stad. Lees al zijn columns terug in het archief.

Reageren? m.moll@parool.nl.