PlusAchtergrond

Twee generaties over 60 jaar Het Nationale Ballet: ‘Vroeger kreeg je maar zes paar spitzen per jaar’

Het Nationale Ballet bestaat 60 jaar. Rachel Beaujean (62) maakte het gezelschap vanaf de jaren zeventig als danseres mee en is nu adjunct artistiek directeur, Timothy van Poucke (25) is tweede solist. ‘Zij waren van het experiment, wij moeten dat in ere houden.’

Lorianne van Gelder
Timothy van Poucke en Salome Leverashvili dansen in 2021  ‘Sarcasmen’, de choreografie van Hans van Manen uit 1981. Beeld Hans Gerritsen
Timothy van Poucke en Salome Leverashvili dansen in 2021 ‘Sarcasmen’, de choreografie van Hans van Manen uit 1981.Beeld Hans Gerritsen

Alleen al hoe Rachel Beaujean bij Het Nationale Ballet kwam en hoe Timothy van Poucke (nu tweede solist) mocht meedansen, is een groot verschil. Beaujean, 17 jaren jong, werd in 1977 gevraagd door Rudi van Dantzig, destijds artistiek leider en een van de belangrijkste choreografen van het ballet, om mee te dansen in een ballet. “Hij zocht een goede danseres, en als je in die tijd twee pirouettes op spitzen kon maken was je al snel aangenomen,” zegt Beaujean.

Timothy van Poucke moest met veel meer goede dansers concurreren voordat hij zijn plek bij het grootste dansgezelschap van Nederland bemachtigde. Hij doorliep de balletacademie, danste als kind in Notenkraker en Muizenkoning en Het zwanenmeer, studeerde hbo dans, danste in de Junior Company en is nu tweede solist.

De twee vertegenwoordigen verschillende generaties, maar verbinden ook het toen en nu van Het Nationale Ballet. Beaujean is adjunct artistiek directeur. Van Poucke is een van de gezichtsbepalende dansers van het ballet. Overigens werken ze ook intensief samen. Hans van Manens choreografie Sarcasmen werd in 1981 voor Beaujean gemaakt, vorig jaar was zij de balletmeester die Van Poucke het ballet hielp instuderen.

Hoge benen en twee pirouettes

De anekdotes over hoe ze bij het ballet kwamen zeggen vooral iets over het niveau van de dans als geheel in Nederland. “Alle dansers op de balletacademie kunnen nu twee pirouettes op spitzen, kunnen hoog springen en alle dansers hebben hoge benen (kunnen hun benen heel hoog de lucht in krijgen, red.), maar er zijn er minder met een grote persoonlijkheid,” zegt Beaujean, en verwijst vol lof naar Van Poucke, die uit een familie van musici komt (zijn broer en zus zijn professioneel pianist en cellist, zijn ouders speelden trompet en altviool). “Hij is een bom op het toneel, we hebben lang niet zo’n mannelijk talent van Nederlandse bodem gehad.”

Er is nogal wat veranderd in die tijd. Dansten de ballerina’s in de jaren zestig soms nog op tafels die aan elkaar werden geschoven als podium, stond Beaujean op het relatief smalle toneel in huistheater de Stadsschouwburg, staan de solisten van nu op goed geoutilleerde podia, waar je van de ene naar de andere kant kunt rennen om te eindigen in een grand jeté.

Zes paar spitzen per jaar

Beaujean: “Er kwam drie keer in de week één masseur. Medische begeleiding, een psycholoog of advies over voeding was er niet. Ik had best wat hulp kunnen gebruiken, met diëten of voor je lichaam zorgen, want er was ook geen internet.” Inmiddels staan er vijf tot zes dagen per week fysiotherapeuten, diëtisten, psychologen en masseurs tot hun beschikking. De balletmeesters zijn minder oldskool, en er is meer inspraak. Ook zijn de repetitiedagen ingekort. Beaujean danste zes dagen per week van tien tot na zes uur, zonder lunchpauze. Van Poucke heeft meestal twee dagen vrij en repeteert nooit na zessen.

Van Poucke: “We zijn luxepoezen hier.” Alle dansers hebben nu een eigen koffertje, iets waar balletgrootheden Han Ebbelaar en Alexandra Radius in hun tijd voor pleitten. “Daarvoor moest je altijd je eigen tasje meenemen,” zegt Beuajean lachend.

Rachel Beaujean (rechts) in 2021 als balletmeester tijdens repetities voor ‘Sarcasmen’ van Hans van Manen, met Timothy van Poucke en Salome Leverashvili. In 1981 danste ze het ballet zelf.
 Beeld Altin Kaftira
Rachel Beaujean (rechts) in 2021 als balletmeester tijdens repetities voor ‘Sarcasmen’ van Hans van Manen, met Timothy van Poucke en Salome Leverashvili. In 1981 danste ze het ballet zelf.Beeld Altin Kaftira

Vroeger waren er ook nog niet onbeperkt spitzen voor de danseressen, vult Beaujean aan. Van Poucke kijkt ongelovig. “Echt?” Beaujean: “Je kreeg er zes paar per jaar als je in het corps de ballet zat. Ik heb ze nog in de oven gebakken om ze maar wat harder te maken, of ik stopte er hars in.” Nu pakken ballerina’s nieuwe spitzen zodra ze die nodig hebben. De voorraad wordt altijd aangevuld.

Als Beaujean vertelt over vroeger, kijkt Van Poucke vol verwondering. “Het mooie is dat mensen toen echt wilden dansen, vol passie, ondanks de omstandigheden, het was een jong gezelschap dat iets nieuws deed. Een soort rauwe geschiedenis. Nu is het een grote business,” zegt hij. Hij is zich bewust van de traditie waarin hij danst. “Zij waren van het experiment, wij moeten dat in ere houden. Maar we maken ook nog steeds nieuwe dingen.”

Het gezelschap is internationaler dan ooit, met meer dan dertig nationaliteiten. En dat is mooi, maar het aandeel Nederlanders wordt steeds kleiner. Van China tot Georgië: de vijver van jonge ballerina’s is groot en Nederland heeft nou eenmaal minder een ballettraditie dan Rusland of Frankrijk. Beaujean: “Terwijl het zo belangrijk is om dansers uit Nederland te hebben, voor het draagvlak, voor de bekendheid. Er gaat toch ook veel subsidie naartoe. We hebben nu een goede hoopgevende school, de Nationale Balletacademie, voor de toekomst."

Lange Nederlanders

Typisch voor Het Nationale Ballet de afgelopen zestig jaar is de emancipatie van de Nederlandse danser. Beaujean is voor een danseres lang, langer dan 1,65 meter die als de ideale ballerinalengte wordt gezien. In Nederland kon ze die lengte juist gebruiken. “Hans van Manen waardeerde mij zoals ik was. En Rudi van Dantzig en Toer van Schayk hielden ook van lange vrouwen. Terwijl ik merkte bij buitenlandse gezelschappen dat ik door mijn lengte minder aan bod zou komen.”

Het is misschien allemaal wat competitiever en professioneler geworden, maar er is ook veel hetzelfde gebleven: de klassiekers staan nog op het repertoire, maar er is net zo goed ruimte voor nieuw werk. Hans van Manen is nog altijd een grootheid, en het leven van een ballerina beweegt zich nog altijd tussen barre, studio en het podium.

Maar dans is ook populairder dan ooit. Van Poucke: “Toen ik zeven was, moest ik soms nog uitleggen waarom ik naar ballet ging, maar inmiddels, dankzij film, YouTube en tv-programma’s als So You Think You Can Dance, is dans helemaal socially accepted en geliefd.”

Directeur Ted Brandsen over zestig jaar Het Nationale Ballet: ‘We moeten geen museum worden’

Het was 1961 en het Nationale Ballet (HNB) ontstond uit een fusie van het Nederlands Ballet van Sonia Gaskell en het Amsterdams Ballet. Maar professionele dans was nauwelijks een begrip in Nederland. Twintig jaar later zijn de ‘drie Vans’ wereldberoemd: Toer van Schayk, Rudi van Dantzig en Hans van Manen vernieuwen de dans en stuwen Het Nationale Ballet en daarmee de gehele Nederlandse dans tot grote hoogten.

Weer veertig jaar later, 2022, is Het Nationale Ballet niet weg te denken uit Nederland en behoort het tot de allerbeste balletgezelschappen ter wereld. Ted Brandsen, zelf danser in de jaren tachtig, nu al bijna twintig jaar directeur van HNB, kijkt met trots terug op de geschiedenis. “In korte tijd is de dans hier uit de grond gestampt. Men was hongerig naar zingeving, kunst en vernieuwing. Er was geld en er was talent. Dankzij mensen als Sonia Gaskell, die aan de wieg stond van HNB en de eerste artistiek directeur was, is dans in Nederland zo groot geworden.”

Het bijzondere aan Het Nationale Ballet is de combinatie van klassiek ballet en vernieuwende choreografieën. Grote balletlanden als Rusland, Engeland en Frankrijk hebben vooral de rijke traditie, maar Nederland kon iets nieuws ontwikkelen. “Traditie is een lust, maar ook een last. Nederland heeft die last niet. Wij geloven hier in dans om dans. In andere landen is het verhalende van dans heel belangrijk, dat doen we ook, maar hier is dans als pure kunstvorm een begrip,” zegt Brandsen. Inmiddels heeft HNB dankzij de wereldberoemde balletten van onder meer Hans van Manen een nieuwe traditie om op voort te bouwen. “Wij moeten dat in ere houden en ook weer vernieuwen, we moeten geen museum worden.”

In zestig jaar tijd is er ook een heleboel veranderd: gingen dansers uit Amsterdam vroeger op reis door het land, dan traden ze soms op in feestzalen en cafés. Ook is er veel geïnvesteerd in talentontwikkeling: van de Balletacademie, die nauw aan HNB is verbonden, stromen jonge dansers nu vaak door naar de Junior Company en daarna naar het ensemble van Het Nationale Ballet (waar 90 dansers in dienst zijn). “Ik vergelijk het wel met de jeugdopleiding van Ajax.” En HNB danst net zo goed in de Champions League.

Donderdag viert Het Nationale Ballet zijn 60-jarig jubileum met een (uitverkocht) gala in Nationale Opera & Ballet.

Vanaf links: Hans van Manen, Rudi van Dantzig en Toer van Schayk in de jaren zeventig. De drie choreografen vernieuwen de dans en hebben een groot aandeel in het succes van Het Nationale Ballet. Beeld Nationale Opera & Ballet
Vanaf links: Hans van Manen, Rudi van Dantzig en Toer van Schayk in de jaren zeventig. De drie choreografen vernieuwen de dans en hebben een groot aandeel in het succes van Het Nationale Ballet.Beeld Nationale Opera & Ballet
Meer over