PlusInterview

Tuğrul Çirakoğlu schreef een boek over zijn werk, het opruimen van poep, bloed en lijkvocht: ‘Het is heavy shit, ook mentaal’

Paroolcolumnist Tuğrul Çirakoğlu (31) is gespecialiseerd in het schoonmaken van extreme vervuiling: bloed, poep, braaksel en lijkvocht. Hij heeft er een boek over geschreven: Schoon genoeg. ‘Eenzaamheid is een epidemie, het grootste probleem van deze tijd.’

Marcel Wiegman
Tuğrul Çirakoğlu: ‘Als ik een heftige opdracht heb gehad, heb ik soms twee weken nodig om te begrijpen wat ik heb gedaan.’ Beeld FRISO KEURIS
Tuğrul Çirakoğlu: ‘Als ik een heftige opdracht heb gehad, heb ik soms twee weken nodig om te begrijpen wat ik heb gedaan.’Beeld FRISO KEURIS

Daar stond Tuğrul Çirakoğlu met zijn krabber tussen de poep. Ergens in het verleden was het toilet verstopt geraakt doordat de bewoner liever kranten gebruikte dan wc-papier. Toen de pot tot de rand toe vol zat, met een kop erop, was hij op de vloer vrolijk verder gegaan met poepen. Een hallucinante hoeveelheid van 150 kilo. Vlak naast de berg, aan de andere kant van de badkamerdeur, stond zijn bed.

Çirakoğlu maakte er al eens een filmpje voor zijn YouTubekanaal van. In het boek Schoon genoeg doet hij het verhaal nog eens uitgebreid uit de doeken. Hij stelde zich voor hoe de man voorovergebogen bij zijn badkamer stond om de zoveelste drol op de hoop te persen. Via het raam in de voordeur zouden de buren het gezien moeten hebben.

‘Alsof de geur nog niet erg genoeg was,’ schrijft hij, ‘moest ik ook nog eens de berg poep van dichtbij aanschouwen. Het had een zachte, papperige consistentie en voelde warm aan. Het vullen van de zakken met stront was uitdagend, maar het dichtknopen ervan was ook geen pretje. Elke keer wanneer ik boven de opening van een zak hing, leek het alsof ik in mijn gezicht werd geschoten met een raketwerper gevuld met stront.’

Ondertussen zat de bewoner, een ontspannen zestiger, in zijn woonkamer de krant te lezen en sudoko’s op te lossen.

Muizen en kakkerlakken

Çirakoğlu is schoonmaker, gespecialiseerd in de extreemste situaties. Matrassen vol bloed, nadat iemand zelfmoord heeft gepleegd. Huizen waarin ‘onopgemerkte lijken’ na weken of maanden alsnog gevonden worden en waar het lijkvocht door het tapijt heen in het beton is getrokken. Een loods met 2500 kilo rottend kippenvlees. Appartementen, waar tussen het opgetaste vuil nauwelijks een plek te vinden is om te slapen en waar de muizen en kakkerlakken ’s nachts over de bewoners heen lopen. De chaos die is achtergebleven na een afrekening in het criminele milieu.

In zijn kantoor in Slotervaart haalt Çirakoğlu een keurig ingelijste hadith van de muur, een overlevering van de profeet Mohammed. “Een kalligrafie uit de Ottomaanse tijd,” zegt hij. “Honderd jaar oud. Er staat: reinheid is de helft van het geloof.”

Çirakoğlu is columnist van deze krant, heeft inmiddels 60.000 volgers op YouTube, in april start op NPO3 een tweede docuserie over hem en nu is er dus ook nog eens een boek. De viezigheid, zegt hij, is natuurlijk een mooi instapmomentje. Maar hij wil meer laten zien: dat er achter al die afgrijselijke verhalen altijd nog een sprankje menselijke waardigheid schuilt. En vooral: dat we beter op elkaar moeten letten.

Om hem heen staan fitnessapparaten, aan het plafond hangt een bokszak. Hij traint drie, vier keer in de week. Gewichten, kickboksen, rennen. “Je moet functionele fitheid hebben voor dit werk. Het is heavy, heavy shit, ook mentaal. Je staat helemaal ingepakt, het is vaak krap en warm, je kunt je amper bewegen en overal ligt poep, kots, bloed of lijkvocht. Op een gegeven moment gaan je spieren verzuren. Je lichaam geeft constant het signaal: dit is niet oké. Je hoort hier niet zijn.”

Iedere keer denkt hij: morgen ga ik wat anders doen. Maar ook iedere keer is er de kick: dit heb ik toch maar mooi weer schoon gekregen.

Professionele hulp bij de verwerking van hij ziet? Waarom zou hij? Hij is toch een normale man? Hij schrijft het van zich af, dat is voldoende. Zijn vrouw leest al zijn stukken voordat ze worden gepubliceerd. Zo weet ze ook wat hij doet. Ze is tandarts, dat scheelt: ze weet alles van bacteriën.

Slavenarbeid

Goed je werk doen, ook dat heeft hij geleerd van zijn geloof, zegt hij. Soms voelt hij niets en denkt hij: dat regelen we even. “Maar het kan ook zo zijn dat iemand belt en zegt: mijn vader heeft met een kettingzaag zijn keel doorgesneden. Dan is het zaak om rustig te blijven. De mensen moeten zich veilig voelen bij mij. Dat ze niet denken: hier komt een beunhaas de restanten van mijn vader opruimen.”

Zijn bedrijf heet Frisse Kater, in 2014 begonnen als goedkope schoonmaakservice na uit de hand gelopen huisfeestjes. Slavenarbeid, zegt hij nu. Ondankbaar ook om altijd maar voor een habbekrats klaar te moeten staan voor een stel doorgesnoven studenten uit Oud-Zuid – of erger. In 2016 stapte hij over op de biohazard and crime scene clean up en nu is dat nog het enige wat hij doet. Vier tot zes jongens heeft hij voor zich werken.

Of er nog wat te lachen valt in zijn vak? Ach, zegt hij. Die man met zijn berg uitwerpselen. “Op het moment zelf ben je alleen heel boos. Je staat daar in de hitte met je beschermende pak aan te zweten in de stank. Maar achteraf? Dan ga je denken: hoe heeft hij dit voor elkaar gekregen? Je kijkt elkaar aan en schiet in de lach. De vieze lucht, zei die man, zou komen van boeren verderop die hun land aan het bemesten waren.”

Vaker kan hij gewoon niet geloven wat hij meemaakt. Een vrouw die zo vervuild was dat ze vastgeplakt zat aan haar bankstel. Schimmige figuren die haar woning misbruikten voor hun handeltjes in drugs moeten haar eten hebben gegeven. Ondertussen liet ze alles lopen op de plek waar ze lag. Toen ze eenmaal gevonden was, slaagde de brandweer erin haar los te weken en mocht Çirakoğlu de rotzooi opruimen.

“Op zo’n moment voel je de pijn in de lucht hangen,” zegt hij. “Soms heb ik het gevoel dat ik in een film zit. Als ik een heftige opdracht heb gehad, heb ik soms twee weken nodig om te begrijpen wat ik heb gedaan. Pas na een tijdje, als ik de foto’s zie, denk ik: het was wél echt. Ik heb gewoon het bewijs.”

Elke keer dat hij een klus doet, zegt Çirakoğlu, geeft hij ‘een stuk van zichzelf’ weg. “Je bent een spons. Je zuigt niet alleen vuil op, maar ook het gevoel dat op zo’n plek heerst. Als ik op straat loop… Ik weet niet, ik voel me anders dan andere mensen.”

De buren wisten het

Het treft hem elke keer weer: de extreme eenzaamheid. “We weten dat het bestaat en toch negeren we het. Het is een epidemie, het grootste probleem van deze tijd. De zelfzucht, het ik-ik-ik. Ik heb schoongemaakt bij een man die vijf jaar lang zijn huis niet uit was geweest. Zijn deur stond elke dag open, dus de buren roken het, ze zagen het en ze wisten het. Maar ze deden pas wat toen het voor hen een probleem werd.”

Soms, als er een ‘onopgemerkte dode’ is gevonden, staan de buren bij de deur al klaar om dat ene mooie tafeltje mee te nemen dat ze hebben zien staan. Dan zegt hij tegen ze: als je mee komt schoonmaken, mag je het hebben. Zijn ze snel weg.

Wat hem de meeste voldoening geeft, is als hij heeft kunnen helpen. Af en toe staan mensen na afloop in tranen in de kamer. “Keer op keer zijn ze vernederd. Ik stel ze gerust: even een dag door de zure appel heen en je kunt je leven weer opnieuw beginnen.” Hij verdient er zelf, zegt hij, niet alleen euro’s, maar ook ‘hiernamaalspunten’ mee.

Thuis, na het werk, neemt hij een douche en poetst hij zijn tanden. Dan gaat hij bidden en begint het gewone leven. Over twee maanden verwacht hij zijn eerste kind.

Tuğrul Çirakoğlu: Schoon genoeg, uitgeverij Lev, €21,99.

Meer over