PlusReportage

Theesommelier Ching-ling Hsiao: ‘Thee helpt om even uit de drukte te stappen; in die zin is het echt iets voor deze tijd’

Ching-ling Hsiao: ‘De mensen kunnen bij ons neerstrijken om rustig een kopje thee te drinken en iets te eten.’ Beeld Jakob van Vliet
Ching-ling Hsiao: ‘De mensen kunnen bij ons neerstrijken om rustig een kopje thee te drinken en iets te eten.’Beeld Jakob van Vliet

Ching-ling Hsiao heeft in Zuidoost al haar Tea Home op wielen, een vrolijk gekleurd busje. Maar ze wil meer: een theepaviljoen aan de Gaasperplas – een ontmoetingsplek. ‘Thee helpt om even uit de drukte te stappen.’

Patrick Meershoek

Ching-ling Hsiao heeft een droom. In die droom speelt thee een belangrijke rol. Niet uit een zakje uit de supermarkt, maar losse thee, afkomstig van de bergketen Wuyi Shan in het oosten van China. In de droom wordt die thee geschonken in een houten theehuis in de buurt van de Gaasperplas. Met een klein terras voor de deur en een grasveldje waar lessen tai chi worden gegeven. Of de pittige variant qi gong. Als het de energie maar doet stromen. Naast het theehuis staan de kersenbloesems in bloei die herinneren aan de Floriade van 1982 en in China symbool staan voor de liefde en een nieuw begin.

Het is een goede gewoonte om dromen op te schrijven. Hsiao maakte er meteen een bedrijfsplan van dat, inclusief artist impression, bij de gemeente is ingeleverd. Het theehuis past volgens de 48-jarige ­initiatiefnemer naadloos in de plannen van het stadsbestuur om het park aan de Gaasperplas een grote opknapbeurt te geven.

“Ik zie het helemaal voor me,” zegt Hsiao. “Het paviljoen kan dienen als een vertrekpunt voor de bezoekers van het park. Ik kan wandelkaarten verstrekken met informatie over de geschiedenis van het park en alle mooie plekken in het gebied. En de mensen kunnen bij ons neerstrijken om rustig een kopje thee te drinken en iets te eten.”

Want: behalve een bedrijfsplan heeft Hsiao ook een filosofie. Die komt erop neer dat een kop thee veel meer is dan een kop thee. Het is een wijsheid die haar als kind is ingeprent. “In China nam mijn opa me mee naar het theehuis. Het was de plek waar mensen samenkwamen, waar ver­halen werden verteld en informatie werd uitgewisseld. Thee was het middel om met elkaar in gesprek te komen.”

Zo wil de ondernemer het ook met haar paviljoen. Het moet een laagdrempelige ontmoetingsplek worden, waar bezoekers bij een kop thee kunnen uithijgen van een wandeling rond de Gaasperplas, maar ook met elkaar kunnen kletsen. Als daar de behoefte naar uitgaat. De thee kan ook in stilte worden genoten, met concentratie en respect voor het natuurproduct.

null Beeld Jakob van Vliet
Beeld Jakob van Vliet

Gediplomeerd theesommelier

In China staat thee op hetzelfde voetstuk als wijn in Europa, vertelt Hsiao, die zich gediplomeerd theesommelier mag noemen. “Er zijn honderden verschillende soorten Chinese thee. De echte kenners kunnen proeven uit welke streek de thee afkomstig is. Er zijn ook soorten met een sterke smaak die je echt moet leren waarderen.” Ook die minder toegankelijke thee­soorten wil Hsiao in haar paviljoen onder de aandacht van haar gasten brengen tijdens een workshop of een theeceremonie.

Ja, de theeceremonie. Dat veel Nederlanders hun kop thee gebruiken om, met één arm in hun jas, haastig het ontbijt weg te spoelen, aanvaardt Hsiao als een cultureel gegeven. Thee uit een zakje met een kunstmatig fruitsmaakje – ze blijft gewoon vriendelijk. Maar echte Chinese thee verdient een beetje ceremonie, zo is het ook wel weer. “Ik organiseer theeceremonies op locatie. Het gaat niet alleen om de thee, maar ook om de sfeer. Ik neem decoraties mee voor een Aziatische ambiance. Als mensen eenmaal binnen zijn, hebben ze geen haast meer. De ceremonie brengt rust. Thee helpt om even uit de drukte te ­stappen. In die zin is het echt iets voor deze tijd.”

Hsiao heeft een band met het Gaasperplaspark. Ze heeft om de hoek gewoond, haar twee kinderen zijn in dat huis geboren. Maar er is nóg een goede reden om het paviljoen op deze plek te willen bouwen. Tijdens de Floriade van 1982 maakte Nederland voor het eerst kennis met een zogeheten Penjingtentoonstelling, een eeuwenoude Chinese kunstvorm waarbij minilandschappen worden aangelegd in de natuur. De losse onderdelen verhuisden na de Floriade naar de Hortus achter de Vrije Universiteit, maar in het park is, verwaarloosd en sfeervol, nog steeds het vroegere decor te vinden: bamboe, grote keien, stromend water.

En dat allemaal op een paar minuten lopen van de plek waar Hsiao haar thee­paviljoen heeft bedacht. Alsof het zo moet zijn, zegt ze. Ze hoopt dat bij de renovatie van het park ook de overwoekerde Chinese tuin in ere kan worden hersteld. Anders dan in Zuid, waar het vroegere Floriade-­terrein in het Amstelpark goed wordt onderhouden, is het Gaasperplaspark ­verwilderd, als een beschaving die ver­loren is gegaan. Mysterieus, maar ook ­jammer. Hsiao: “Er stond een Chinees theehuis, geschonken door het Chinese volk. Het lijkt mij een prachtig symbool om weer een theehuis in te richten.”

Hsiao bij haar door Munir de Vries beschilderde theebusje. Beeld Jakob van Vliet
Hsiao bij haar door Munir de Vries beschilderde theebusje.Beeld Jakob van Vliet

Vluchteling

Hsiao beweegt zich soepel tussen de ­Chinese en de Nederlandse cultuur. Dat heeft waarschijnlijk veel te maken met haar worteling in Nederland. Haar vader kwam in de jaren zeventig als economisch vluchteling naar Nederland en toen hij eenmaal een baan had gevonden in een Chinees-Indisch restaurant in Groningen kwamen zijn echtgenote en vier dochters hem achterna.

“Ik kwam als vijfjarige terecht in een gemeenschap die honderd procent Nederlands was. Het eerste jaar op de lagere school heb ik niets verstaan van wat er in de klas werd gezegd. Het was ontzettend koud, weet ik nog wel. Mijn moeder hing de was buiten en de volgende ochtend was alles stijf bevroren.”

Met hard werken wisten haar ouders een eigen restaurant te verwerven, Lotus in Meppel. Hsiao hielp mee in de zaak, maar het was duidelijk dat haar toekomst elders lag. Ze meldde zich in Amsterdam aan voor een studie commerciële economie. “In het weekend ging ik naar feesten voor jonge Aziaten in Utrecht en Amsterdam. Er ging een wereld voor me open. Voor het eerst was ik tussen mijn eigen mensen. Ik herkende veel van mezelf, maar voelde me ook anders. Ik heb bijvoorbeeld weinig met het uiterlijk vertoon van dure auto’s, merkkleding en tassen dat in Aziatische kring erg belangrijk wordt gevonden. Daar ben ik dan kennelijk toch weer te Nederlands voor.”

Na haar studie ging Hsiao aan de slag bij een groot verzekeringskantoor. Daar fungeerde ze al snel als bruggenbouwer. “Ik kan er niets aan doen. Als ik merkte dat er een kloof was tussen de werkvloer en het management, organiseerde ik bijeenkomsten om daar samen over te praten. Vaak valt er wel een mouw aan te passen. Dat kan ook in Nederland. In China bepaalt de leiding hoe het gaat en het is niet de gewoonte daar tegenin te gaan.” Lachend: “In Nederland staat alles ter discussie. In China bouwen ze een stad in vier maanden, in Nederland wordt vier jaar over het ontwerp gesproken.”

null Beeld Jakob van Vliet
Beeld Jakob van Vliet

Beschaving op vier ­wielen

Het verzekeringswezen is een prachtig vak, maar vijf jaar geleden ontwaakte in Hsiao het verlangen meer te doen met haar leven. Iets met thee. Losse thee, geen zakje. Ze ging in deeltijd werken, kocht van een timmerman een tweedehands Opel Vivaro en liet hem beschilderen door Munir de Vries, bekend van zijn vrolijke wandschilderingen in de stad. Het resultaat was een oriëntale versie van Eduard Manet’s Le dejeuner sur l’herbe. “Ik vond het heel spannend om mijn bus uit handen te geven. De eerste keer dat ik ging ­kijken moest ik bijna huilen. Mijn mooie grijze bus zat onder de rode en zwarte graffiti. Munir stelde mij gerust: het was nog maar een schets.”

Vanbinnen werd de bus omgebouwd tot theebus, met een keukentje, een opbergplek voor de gasfles, een voorraadkast en een achterklep die ook dienstdoet als balie voor de klanten. Dat was de geboorte van Ching’s Tea Home, beschaving op vier ­wielen waarmee de ondernemer rust, ontmoeting en thee onder de mensen brengt – en trouwens ook zelfgemaakte bananencake en dumplings. In de lente en zomer staat ze eens per week bij metrostation Bullewijk. In de afgelopen jaren werd ze ingeschakeld om bij de thee folders en mondkapjes te verstrekken. “Alles wat ik doe, draait om verbinding,” vertelt Hsiao. “We moeten er samen iets moois van maken.”

Nu is het tijd voor een volgende stap, vindt ze. De bus blijft, maar er moet ook een váste plek komen. Er komt een stichting die een crowdfunding gaat organiseren en er wordt gezocht naar vrijwilligers om het paviljoen te bouwen en te beheren.

“Ik wil het samen doen,” zegt de initiatiefnemer. “Samen met de gemeente en samen met de buurt. Het gaat om de verbinding. Vooral in Zuidoost is dat belangrijk. Op mijn plek bij de metro heb ik mensen met veel geld als klant en mensen met weinig geld. Ik vind het superinteressant om te zien dat die mensen met elkaar in gesprek gaan. Beide groepen kunnen van elkaar leren.”

Met dank aan de thee. Losse thee, geen zakje.

Make-over Gaasperpark

Veertig jaar na de oplevering als Floriadeterrein staat het Gaasperpark aan de vooravond van een grote make-over. In 2023 starten de werkzaamheden die het park aantrekkelijker moeten maken voor mens, dier en plant. Als het aan de gemeente ligt, komen er in het gebied rustige zones met hoge natuurwaarden en plekken waar kan worden gerecreëerd door bezoekers uit heel Amsterdam. Komende zomer kunnen bewoners en andere betrokkenen hun mening geven over de plannen. Amsterdam heeft het niet alleen voor het zeggen. Het Gaasperpark maakt deel uit van het Groengebied Amstelland, dat samen met Amstelveen, Diemen, Ouder-Amstel en de provincie Noord-Holland wordt beheerd.

null Beeld Jakob van Vliet
Beeld Jakob van Vliet
Meer over