PlusAchtergrond

Theaterbroedplaats De Sloot is een betaalbare plek voor festivals, eetfestijnen en heel veel nieuwe kunst

In een oude galvaniseringsfabriek bij Sloterdijk huist sinds kort De Sloot, de eerste theaterbroedplaats van de stad. Elke dag lunchen voor 2,50 euro en repeteren zonder dat je erop leeg loopt. ‘Er is ook een bijna gratis ruimte, voor vijf euro per dag.’

Lorianne van Gelder
Restaurant De Sering in theaterbroedplaats De Sloot aan de Rhôneweg bij Sloterdijk.  Beeld Jakob van Vliet
Restaurant De Sering in theaterbroedplaats De Sloot aan de Rhôneweg bij Sloterdijk.Beeld Jakob van Vliet

Elke werkdag om 13.00 uur gaat een bel. Dan lopen de kunstenaars, theatermakers en schrijvers uit hun studio’s, repetitieruimtes en kantoortjes naar de binnenplaats, waar banken en biertafels staan. Als het regent is er binnen ruimte. De jongens en meisjes van restaurant De Sering hebben dan voor 2,50 euro een tweegangenlunch bereid.

Dit is wat de theatermakers van De Warme Winkel (voorheen toneelgroep Amsterdam) voor ogen hadden toen ze nadachten over een eigen plek. Al jaren liepen ze aan tegen hoge kosten voor repetitieruimtes in de stad. En als ze een succesvolle voorstelling hadden gemaakt, waren ze afhankelijk van andere theaters of er nog ruimte was om die door te spelen. De gemeentelijke dienst broedplaatsen wilde wel helpen en vond een uitzonderlijke locatie: het oude Multinal aan de Rhôneweg bij Sloterdijk. Met gezelschap BOG. werd De Warme Winkel ineens vastgoeduitbater.

De Sloot, zoals de plek toepasselijk werd gedoopt, is overigens vele malen groter dan waarop ze hadden gehoopt. 3300 vierkante meter van de voormalige galvaniseringsfabriek (metaalbewerking) hebben ze onder hun hoede gekregen. Toen Ward Weemhoff van De Warme Winkel hier voor het eerst kwam stonden de immense vaten zuur waarin het metaal werd ondergedompeld nog opgesteld.

De subsidiebijdrage van 405.000 euro van de gemeente ging vrijwel volledig op aan de verbouwing van het pand. De enorme hallen waar steekkarretjes rondreden, werd opgedeeld in drie flinke repetitieruimtes en meerdere kleine studio’s. De wanden van mdf zijn nog kaal, maar de balletvloeren, stevige deuren en plafonds met lichtkoepel zien eruit alsof het nooit anders dan voor kunst bedoeld is geweest.

Huurcontract voor vier jaar

Kunstenaars en theatermakers kunnen hier hun werk ontwikkelen, via een open call konden ze een plek bemachtigen (maar het was ook een beetje ‘wie het eerst komt die het eerst maalt’, zegt Weemhoff). Ook is er de mogelijkheid om af en toe een studio te huren. Het gaat wel om professionele artiesten, maar de twee theaters – een grote met een traptribune voor 175 bezoekers en 500 vierkante meter gereyclede gymvloer, en een kleinere met 75 klassieke rode stoeltjes – zijn ook te huren voor evenementen, benadrukt Weemhoff. “Als we ook af en toe commerciële verhuur doen, kunnen we de studio’s goedkoop blijven verhuren. Er is ook een ‘bijna gratis ruimte’, voor vijf euro per dag.”

Verderop, in het souterrain zit een dansstudio, Dance space destiny. “Hier stonden van die plastic vaten, die je wel kent uit de drugsserie Breaking Bad,” zegt Weemhoff.

Het huurcontract is voor vier jaar, waarna het gebied wordt voorbereid om uiteindelijk deel van de nieuwe woonwijk Haven-Stad te worden. “En dan worden we eruit geflikkerd en bouwen ze hier een glanzende woontoren en een Starbucks,” zegt Rein Mulder (schrijver voor televisie en film en theatermaker) die een kantoortje huurt met zijn compagnon Rutger Lemm. Om er snel aan toe te voegen: “We zijn hier heel blij, hoor.”

Volgens Weemhoff valt dat ‘sfeer maken en oprotten’ wel mee. “We krijgen hierna een alternatieve plek aangeboden en in de uiteindelijke nieuwbouw is ook een plek voor cultuur, tegen een cultureel huurtarief, gewaarborgd.” En tot die tijd: verwacht veel geks, festivals, eetfestijnen en een krankzinnige stroom nieuwe kunst. Uit het restaurant klinken al diepe technobeats, voor het zevengangendiner van een dag later. Allemaal in De Sloot.

Wie zitten er in De Sloot?

Naast oprichters De Warme Winkel en BOG. is er ruimte voor dertien andere makers, beginnend en mid-career. Black sheep can’t fly van de theatermaker Saman Amini, Troubleman van Sadettin Kirmiziyuz heeft een kantoortje. Verder vind je er de jonge makers van Collectief Blauwdruk, multidisciplinair performanceartiest Cherella Gessel, een naaiatelier, een decorontwerper, dansschool Dance space destiny, dansgezelschap Arno Schuitemaker, restaurant De Sering, Droomvluchtproducties, mimer Marijn Brussaard. Volgend jaar huurt de Amsterdamse Hogeschool voor de kunsten een ruimte zodat studenten kunnen repeteren tussen de meer ervaren makers.

Van 15 t/m 17 juli is het Festival De Sloot: muziek, theater, beeldende kunst, drinken en eten in De Sloot. Casting van De Warme Winkel (voorheen toneelgroep Amsterdam) speelt daar nog t/m 15 juli.

De Warme Winkel (voorheen toneelgroep Amsterdam) over de namenstrijd met ITA: ‘Het ging ons niet om de confrontatie’

Vanaf links: Ward Weemhoff, Vincent Rietveld en Florian Myjer van De Warme Winkel (voorheen toneelgroep Amsterdam). ‘Zoiets durf je alleen als je iemand goed kent, we hadden veel met ITA gewerkt.’ Beeld Jakob van Vliet
Vanaf links: Ward Weemhoff, Vincent Rietveld en Florian Myjer van De Warme Winkel (voorheen toneelgroep Amsterdam). ‘Zoiets durf je alleen als je iemand goed kent, we hadden veel met ITA gewerkt.’Beeld Jakob van Vliet

Mede-oprichters van De Sloot zijn De Warme Winkel (voorheen toneelgroep Amsterdam). De afgelopen weken waren ze naast het opzetten van De Sloot verwikkeld in een namenstrijd met Internationaal Theater Amsterdam (ITA). Ze brachten op 14 maart naar buiten dat ze toneelgroep Amsterdam gingen heten, waarop het voormalige Toneelgroep Amsterdam (nu Internationaal Theater Amsterdam) hen uiteindelijk sommeerde weer afstand te doen van de naam.

Vincent Rietveld (45) en Ward Weemhoff (38), artistiek leiders samen met Florian Myjer (30), die niet bij het gesprek kon zijn, vertellen waarom ze een andere naam wilden, hoe ITA reageerde en hoe het nu verder gaat.

Waarom wilden jullie een nieuwe naam?

Vincent Rietveld: “Onze naam is ooit gebaseerd op een klasgenoot in het eerste jaar van de Toneelacademie in Maastricht, Tim Winkel. Dat was in 1998. Maar op een gegeven moment ben je al te groot om de naam nog te veranderen.”

Wat is er mis met die naam?

Rietveld: “Er zijn veel mensen die het een leuke naam vinden, vooral mensen die al weten wat het is. Maar als je niet weet wat het is, kun je het makkelijk verwarren met kindertheater of een broodjeszaak, het tegenovergestelde van wat we doen. We zijn ook een soort missionarissen voor de theaterwereld, door de naam kun je ons makkelijk als marginaal wegzetten, maar dat zijn we al lang niet meer.”

“We hadden ook het idee dat we aan een soort plafond zaten van hoe groot we konden worden, ook financieel, door die naam. Het helpt om een stad te claimen, dachten we.”

Hoe kwamen jullie erop om toneelgroep Amsterdam als naam te claimen?

Weemhoff: “Vrij kort op de naamsverandering van Toneelgroep Amsterdam naar Internationaal Theater Amsterdam in 2018 hadden we een middag dat we ideeën pitchten en toen kwam een van ons met een voorstel om toneelgroep Amsterdam te heten. Eerst zagen we het als een grap, maar het bleef hangen. En dit najaar dachten we hopelijk lang genoeg te hebben gewacht, zodat mensen aan de naam ITA zijn gewend en tegelijkertijd is de legacy nog groot genoeg om op in te stappen.”

Hoe hebben jullie het aangepakt?

Weemhoff: “We wisten niet echt hoe je zoiets moest uitrollen, maar er was één bureau waar we meteen aan dachten, dat dit wel aan zou durven: KesselsKramer. We waren ons er al van bewust dat er een kans was dat we de naam weer moesten terugtrekken, dus we wilden wel een huisstijl die makkelijk weer te vervangen was door een alternatieve naam.”

Was er al contact met ITA?

Weemhoff: “We hielden er rekening mee dat de naam kort zou leven, daarom hebben we ook maar een uur voordat we naar buiten kwamen ITA ingelicht. Maar na een paar weken bleef het best stil, en de publieke opinie was op onze hand. We gingen er steeds meer in geloven. En voor de duidelijkheid: zoiets durf je alleen als je iemand goed kent, we hadden veel met ITA gewerkt.”

Waar ging het jullie om?

Rietveld: “Niet om de confrontatie. De petitie die we eruit gooiden nadat we een sommatie hadden gekregen van ITA was om te polsen of er steun was, niet als kritiek op ITA. We hebben de petitie, met meer dan 3000 ondertekeningen, geprint aan hun gegeven. Maar we hadden niet verwacht dat er bij hen ook zo veel emotionele gehechtheid was aan die naam.”

Hoe ging het laatste gesprek, nadat jullie weer De Warme Winkel (voorheen toneelgroep Amsterdam) gingen heten?

Rietveld: “Ik had taart meegenomen van Toscanini. Het was een wiedergutmachungsgesprek.”

Weemhoff: “We hadden een goed en leuk gesprek met de zakelijk directeur en iemand van communicatie. We hebben nu de toevoeging ‘voorheen toneelgroep Amsterdam’, maar we gaan die niet jaren voeren.”

Hoe kijken jullie nu terug?

Weemhoff: “We zijn onherroepelijk onderdeel geworden van de geschiedenis van die naam, die bij Gerardjan Rijnders begonnen is en bij Ivo van Hove een vlucht heeft genomen. Ook al was het zonder toestemming, we hebben die naam wel toegeëigend. We hadden gehoopt dat het langer zou duren, maar het is hoe dan ook geslaagd.”

Komt er nog een nieuwe naam?

In koor: “Wie weet.”

Reactie van Internationaal Theater Amsterdam:

“Vorige week vond er een ontmoeting plaats tussen De Warme Winkel en de directie van Internationaal Theater Amsterdam. In het gesprek werd er teruggekeken op de afgelopen periode rond de naamgeving toneelgroep Amsterdam en vooruitgekeken naar de komende periode en de samenwerking. Er is al jarenlang een bijzondere band met De Warme Winkel en dat wil ITA zo houden. Al lange tijd is er een intensieve samenwerking waarbij De Warme Winkel zich kan presenteren in de grote zaal bij ITA. Zo is ook in het komende jaar opnieuw een coproductie overeengekomen, en wordt er regelmatig gesproken over het programmeren van reprises.

ITA heeft nogmaals aangegeven dat de naam toneelgroep Amsterdam niet beschikbaar is. Voor ITA heeft de naam Toneelgroep Amsterdam een historische waarde en is het een onderdeel van de geschiedenis die hoort bij het gezelschap en het ITA-ensemble. Bovendien is de naam nog steeds actief in gebruik. Publiek in binnen- en buitenland herkent ons nog steeds aan de namen Toneelgroep Amsterdam en Stadsschouwburg Amsterdam, ook al heten wij sinds enkele jaren Internationaal Theater Amsterdam. Het gebruik van de naam toneelgroep Amsterdam door De Warme Winkel levert verwarring op. ITA is om die reden niet ingegaan op de bedoelingen die De Warme Winkel met de naam had.

Inmiddels heeft De Warme Winkel aangegeven in het najaar te stoppen met het actief gebruiken van de naam toneelgroep Amsterdam, in elke vorm. De poging om de naam over te nemen zal in ieder geval de boeken in gaan als eigenzinnig en spraakmakend, zoals wij het theatergezelschap al heel lang kennen en waarderen.”