PlusAchtergrond

Terug naar kantoor, maar hoe zit het met de goede, groene voornemens? ‘Voor één afspraak stap ik niet meer in de auto’

Corona was de kans om alles eens anders te doen: we zouden minder gaan vliegen en niet meer elke dag naar kantoor gaan. Nu worden de laatste coronabeperkingen losgelaten. Is er iets van onze heilige voornemens terechtgekomen?

Vera Spaans
null Beeld Ted Struwer
Beeld Ted Struwer

“We hadden al voor corona onze ambitie uitgesproken om minder te gaan reizen,” zegt Renate de Lange, bestuurder van het internationale accountants- en adviesbedrijf PwC. “De grootste veroorzaker van onze ecologische voetafdruk is mobiliteit – ongeveer 90 procent van de CO2-uitstoot komt daarvandaan. Tijdens de coronacrisis dachten we: dit moment moeten we aangrijpen. Mensen zijn gewoontedieren, als we iets willen veranderen moet het nu. We hebben een app gelanceerd waarmee elke werknemer per reis direct de CO2-impact kan zien. Ze konden zelf bepalen wanneer het voor hen relevant was om te reizen.”

Wat het effect is, zal de komende tijd moeten uitwijzen. Nu is de CO2-uitstoot van PwC 83 procent lager dan in 2019. Een waanzinnig verschil, maar het beeld is natuurlijk vertekend. “We hebben de laatste twee jaar allemaal thuisgewerkt. Dit wordt een spannende periode, nu de maatregelen zijn losgelaten. Wat houden we nu echt over? Maar ik geloof erin: minder reizen is niet alleen duurzamer, het kost ook veel minder tijd.”

“Ik vind het zelf ook heel fijn. Laatst kreeg ik een uitnodiging voor een meerdaags internationaal congres. Pfff, drie dagen, dacht ik, daar heb ik helemaal geen tijd voor. Toen bleek dat ik het ook online kon bijwonen. Dat kwam goed uit: zo kon ik eruit pikken welke programmaonderdelen ik belangrijk vond en hield ik tijd over in mijn agenda.”

Eind 2020 bracht Nieuwsuur in kaart wat de ambities van grote bedrijven waren ná corona. ABN Amro, Adyen, Philips en ING verwachtten minder te gaan vliegen, Aegon en de Rabobank wilden hun aantal vluchten zelfs halveren. Nu, anderhalf jaar later, verwacht ook Aram Goudsmit van ING dat het aantal vliegreizen van de bank 50 procent lager zal liggen dan voor corona. Net als PwC was dat in 2021 zelfs 95 procent. De bank geeft medewerkers de mogelijkheid te kiezen welk vervoersmiddel voor welke afspraak het duurzaamst is, en wat er online kan. “We hebben de afgelopen tijd geleerd dat online vergaderen vaak een heel goed alternatief is,” zegt Goudsmit. “En bovendien past dat bij de klimaatdoelstellingen van ING.”

Deelnemers uit Australië

Amsterdam heeft het gemerkt: in 2019 kwamen er 4,7 miljoen zakelijke bezoekers naar de stad, zegt Gerarda Westerhuis, sectoreconoom bij ABN Amro. Dat viel in 2020 en 2021 zo goed als stil. “Het kan nog wel tot 2024 duren voor de stad hiervan hersteld is,” zegt Westerhuis. “We verwachten dat het zakelijke buitenlandse verkeer structureel minder wordt doordat elk bedrijf minder frequent bezoeken plant.”

Bij beurs- en congresorganisator RAI Amsterdam zien ze die afname nog niet zo. De agenda ziet er nauwelijks anders uit dan vóór corona. “Bij een aantal congressen zien we wel dat er virtuele programmaonderdelen worden toegevoegd,” zegt Nils Vonder van de RAI. “Mensen komen fysiek, maar krijgen ook de mogelijkheid er online bij te zijn. Daar zitten leuke aspecten aan, met live studiosessies en interactieve platforms. We zien het bij internationale evenementen, waar bijvoorbeeld deelnemers uit Australië óók kunnen aanschuiven. Het bereik is veel groter.”

Met deze ontwikkeling heeft Online Seminar de wind in de rug. Ruim twaalf jaar geleden begon het Amsterdamse bedrijf met het faciliteren van interactieve webinars. “De eerste tien jaar was een struggle,” zegt ceo Marthijn Pieters. “We moesten echt het evangelie verkondigen. Interessant, zeiden bedrijven, maar we gaan het niet doen. De klant wil toch echt bij ons langskomen op kantoor.”

Tijdens corona was er momentum. Waar Online Seminar eerst zo’n honderd uitzendingen per maand maakte, zijn het er nu zo’n vier- à vijfhonderd. “Er zijn wel bedrijven die nu weer fysieke evenementen organiseren, maar niet met dezelfde intensiteit als vroeger.”

Neem de Rabobank: die hield eerst twaalf keer per jaar een fysieke townhallmeeting. Nu is dat teruggebracht tot twee – de andere tien keer gaan online. “Af en toe willen ze hun mensen zien, maar twaalf keer per jaar iedereen naar één plek laten reizen is in deze tijd discutabel,” zegt Pieters.

Internationaal ziet hij een grote vraag naar online toepassingen. “Zeker bij medische congressen. Niet alleen uit duurzaamheidsoverwegingen, overigens. De regels voor farmaceuten zijn aangescherpt: ze mogen artsen niet meer zomaar op tripjes fêteren. Dus zeggen artsen: ik ga af en toe naar een goed congres, de rest volg ik online.”

Online congres is geen B-keuze

Wat Pieters betreft is een online congres of webinar geen B-keuze. “Vaak heeft dat juist enorme voordelen. De opkomst is veel hoger dan bij fysieke evenementen en je weet beter wat je bezoekers denken. Ga maar na: hoeveel mensen lopen er in een zaaltje met vijfhonderd man naar de interruptiemicrofoon? Als je online een goede, veilige omgeving biedt, krijg je veel meer feedback en informatie van je klanten.”

Om maar wat te noemen: zijn bedrijf organiseert ook webinars voor de Belastingdienst. “De inbreng die medewerkers hebben is niet mals. Online durven ze opener te zijn.”

Dat ziet Renate de Lange van PwC ook. “De drempel om naar de microfoon te lopen, is vaak hoog. Een hang-out van Teams nodigt uit om dingen te vertellen.”

Dit telefoongesprek, niettemin, voert ze in de auto. Onderweg naar een afspraak. “Ik vraag me nu elke keer af: moeten we elkaar fysiek zien, of kan het online? Dit wordt een lastig gesprek, deze persoon wil ik in de ogen kijken. Maar voor één afspraak stap ik niet meer in de auto.”

Eén ding is duidelijk: fysieke ontmoetingen zullen altijd blijven. “De spontane ontmoetingen heeft iedereen zo gemist,” zegt Nils Vonder van de RAI. “Je weet niet wie je niet kent. Op een fysiek evenement bots je nog weleens tegen iemand aan, dat is op een virtueel platform niet te doen.”

Nu zijn de voornemens nog heilig, over een jaar kan dat zomaar weer anders zijn. En toch, zegt Pieters: “Met webinars gaan we echt de wereld niet veranderen. Maar er is een beweging ingezet.”

Tips

Houd het kort. Aan een online bijeenkomst zit een maximum van twee uur. “Soms willen klanten de hele dag vullen,” zegt Marthijn Pieters van Online Seminar. “Wij weten: de bezoekers van hun webinars gaan dan hun mail wegwerken of hun huis stofzuigen. Die kijken echt niet acht uur naar een beeldscherm.” Zijn advies: knip wat je te vertellen hebt op in kleine stukjes en bied je programma aan in meerdere korte sessies.

Houd het interactief. Het is op zich handig als je een online programma later terug kunt kijken, maar niemand gaat dat doen als er dan geen interactie mogelijk is. Koppel je uitzending aan een helpdesk, zodat bezoekers ook op zelfgekozen momenten contact kunnen hebben met het bedrijf of meteen meer informatie kunnen krijgen.

Meer over