PlusDe wandeling

Struinend door Sloten op zoek naar ‘het onbetaalbare geluk’

Goede vrienden Floor van Spaendonck en Gijs Stork houden van de stad en haar verhalen. Elke week wandelen ze volgens een ander thema, zo pik je ook nog eens wat op. Deze keer lopen ze door Sloten, op zoek naar ‘het onbetaalbare geluk’.

Floor van Spaendonck en Gijs Stork
null Beeld Laura van der Bijl
Beeld Laura van der Bijl

A.

We beginnen bij het Siegerpark. Lieve Colsen, Thessa Torsing en Florence Oprinsen, alle drie geboren en opgegroeid in Nieuw-Sloten, deelden een fascinatie voor dit park. Ze maakten een luisterwandeling die door het park voert, met als titel Het onbetaalbare geluk. Neem voor het beluisteren je koptelefoon én telefoon mee. De geluidsfragmenten op de website hetonbetaalbaregeluk.nl brengen een ode aan het park en de beelden.

Het Siegerpark werd in 1936 geopend door dr. Wilhelm Sieger, directeur van de Amsterdamsche Chininefabriek en lid van de Amsterdamse Vereniging tot Bevordering van de Bijenteelt. Sieger kocht de grond en liet tuinarchitect Jan Bosma een ­bijenvriendelijke tuin ontwerpen in Engelse landschapsstijl.

Vijftien jaar later kocht de gemeente Amsterdam de grond, op voorwaarde dat het park werd behouden. Door de aanleg van de A4 werd het park bijna gehalveerd en vervolgens lange tijd gebruikt als proeftuin en kwekerij van bomen voor de hortus van de Universiteit van Amsterdam.

Sinds 1990 beheert het stadsdeel de grond en draagt het zorg voor de beelden in het park, die in bruikleen zijn gegeven door het Stedelijk Museum. De beelden zijn onder anderen gemaakt door kunstenaars Hildo Krop en André Volten. De bruikleen is indirect een ode aan Edy de Wilde, oud-directeur van het Stedelijk. Hij woonde vanaf de jaren zeventig aan de overkant van het park op nummer 782.

Dat huis werd gebouwd voor Adriaan Goslinga, hoogleraar geschiedenis en Nederlandse taal en letter­kunde aan de Vrije Universiteit. Goslinga vernoemde het huis naar Maupertuus, de burcht van Reinaert de Vos uit de middeleeuwse ridder­literatuur.

B.

We lopen de Sloterweg af richting het oude centrum en passeren de rotonde met De vlindermolen. Het kunstwerk van Herman Makkink uit 1998 refereert aan de molens van vroeger uit de omgeving. De basis van dit bouwwerk bestaat uit een halve gemetselde bol met daarop de vorm van een oude rieten molen. Bovenop lijkt een vlinder te zijn neergestreken.

De Vlindermolen van Herman Makkink uit 1998 Beeld Floor van Spaendonck en Gijs Stork
De Vlindermolen van Herman Makkink uit 1998Beeld Floor van Spaendonck en Gijs Stork

C.

Langs nieuwbouwvilla’s en klassieke boerderijen lopen we de oude kern van Sloten binnen. Sinds 2017 is dit een beschermd dorpsgezicht met ­politiebureautje, banpaal en twee kerken.

De oudste vermelding van Sloten stamt uit de middeleeuwen, tussen 993 en 1049. Langs het dorp liep de ‘heilige weg’, de zogenaamde pelgrimsroute van Haarlem naar ­Amsterdam. Rembrandt maakte hier etsen van de Sloterkerk, die in 1861 werd vervangen. Rond 1900 werd de rooms-katholieke Sint-Pancratiuskerk gebouwd, ontworpen door ­architect Jan Stuyt.

De Sloterkerk. Beeld Floor van Spaendonck en Gijs Stork
De Sloterkerk.Beeld Floor van Spaendonck en Gijs Stork

D.

Aan het eind van de Sloterweg komen we uit bij De Patatza(a)k, met de beste friet van Sloten, en volgens sommigen zelfs van Amsterdam. De gebruikte aardappelsoort bintje en de 10 millimeter dikte zorgen voor een patat die niet te dik, niet te dun en lekker knapperig gebakken is.

De frieten worden gebakken in de schaduw van de Molen van Sloten. Deze poldermolen ligt aan de Ringvaart van de Haarlemmermeerpolder en zorgt samen met het Akergemaal voor bemaling van de Westelijke Tuinsteden.

In Sloten stond van oudsher de ­Riekermolen uit 1636, die in 1956 werd verplaatst naar de Kalfjeslaan, bij de Amstel. Sinds 1991 heeft Sloten weer een eigen molen, met een romp uit 1847, afkomstig uit de Watergraafsmeer. Je kunt er een rondleiding krijgen, waarbij alle wetenswaardigheden over het molenvak en verhalen uit Sloten aan bod komen.

Het wiekdraaien, waarbij iemand werd vastgebonden aan een van de wieken, is verleden tijd sinds daar een ongeluk mee gebeurde.

Sinds 1991 heeft Sloten weer een eigen molen, met een romp uit 1847. Beeld Floor van Spaendonck en Gijs Stork
Sinds 1991 heeft Sloten weer een eigen molen, met een romp uit 1847.Beeld Floor van Spaendonck en Gijs Stork

E.

We struinen door het Natuurpark Vrije Geer naar Nieuw-Sloten. De Vrije Geer is een klein groengebied en een laatste overblijfsel van het veenweidegebied van vroeger tussen ­Amsterdam en Sloten. De naam is ontleend aan een driehoekig stuk land (een geer) waarvan de inwoners vrijgesteld waren van het betalen van bepaalde belastingen aan de graven van Holland.

F.

De wijk Nieuw-Sloten kenmerkt zich door een mengeling van laagbouw, ­middelhoogbouw en hoogbouw, en werd halverwege de jaren negentig voltooid. De straten zijn vernoemd naar steden en dorpen in België. Net voor het winkelcentrum, aan het ­Belgiëplein, tref je Sportclub Match & Eetcafé Thijs. Hier zitten sport en horeca onder één dak, met squash­banen en een terras waar de hele buurt zich verzamelt.

G.

We lopen terug langs de nieuwbouw, naar het wandelpad van de Peilscheidingskade. In het voorjaar groeien hier fluitekruid en koolzaad, maar nu is het ook groen. De treurwilgen ­begeleiden ons terug naar het startpunt.

Floor van Spaendonck en Gijs Stork, ­Amsterdam door! Gijs & Floor – ­wandelen met een frisse blik op de stad, ­Uitgeverij Fjord, €22,50

Meer over