PlusAchtergrond

Strijd om nationaal wielermuseum: de initiator is er al negen jaar mee bezig, dus waarom is het er nog niet?

Gerrie Knetemann op kop in de Amstel Gold Race van 1977. Beeld Cor Vos
Gerrie Knetemann op kop in de Amstel Gold Race van 1977.Beeld Cor Vos

Zaankanter Gerrie Hulsing (71) droomt van een groot nationaal wielermuseum om kampioenen als Joop Zoetemelk, Henk Faanhof en Gerrie Knetemann te eren. Hij doet verwoede pogingen het plan van de grond te krijgen – al twijfelen velen aan zijn intenties.

Thomas Sijtsma

Het Nationaal Wielersport Museum – als dat er nog komt – kent op zijn zachtst een lange en moeizame aanloop. Initiatiefnemer Gerrie Hulsing werkt al negen jaar aan een plan, dat tot op heden niet ten uitvoer is gebracht. De verzameling wielerprullaria is inmiddels immens, een plek om die tentoon te stellen ontbreekt. Maar Hulsing hoopt in de zomer van 2022 de museumdeuren te openen.

In 2016 verkondigde de Zaankanter dat het museum in het Noord-Hollandse De Rijp zou komen. Dat plan ging niet door, zo bleek in 2019 uit een artikel in het Noordhollands Dagblad, omdat een omgevingsvergunning ontbrak. Daarna kreeg Hulsing een aantrekkelijk aanbod van een zakenman uit Lage Zwaluwe (Noord-Brabant). Die stelde een bedrijfspand van 700 vierkante meter ter beschikking, maar ook dat ging niet door. Een vergelijkbare geschiedenis voltrok zich later in Oostzaan. Een businessplan en financiële ondersteuning ontbreken elke keer, beweren zijn criticasters.

Nu zegt Hulsing op zijn website en in een telefoon­gesprek dat het ­Nationaal Wielersport Museum zomer volgend jaar opengaat. “De exacte ­locatie mag ik niet noemen. Net als de namen van oud-profrenners die ik vooralsnog moet verzwijgen – zij werken mee aan de totstandkoming. Mededelingen volgen later. Sorry, dit zal klinken als vaag gezwets in de ruimte, maar ik moet me conformeren aan mijn compagnons.”

Afgunst en jaloezie

Het ‘vage gezwets in de ruimte’ is precies de reden dat andere verzamelaars Hulsing voortdurend met argusogen bekijken. In het wereldje van de rapers en sprokkelaars van relikwieën uit het roemruchte wielerverleden vindt een felle concurrentiestrijd plaats: met ellebogenwerk en een grote mond proberen ze elkaar te slim af te zijn. Ze betichten elkaar om de haverklap van leugens en bedrog.

Afgunst en jaloezie voeren de boventoon. Een groep verdenkt Hulsing ervan dat hij het museum als voorwendsel gebruikt om memorabilia te ontfutselen aan profs en ­nabestaanden van Nederlandse wielerhelden.

Het leidt meer dan eens tot moddergooien en grove ­beschuldigingen over en weer op openbare websites. De Wormerveerder overweegt al jaren om aangifte te doen. “Ik probeer er boven te staan en houd stug vol.”

Ook nabestaanden van inmiddels overleden Amsterdamse coureurs roeren zich. Na jaren van beloftes, van pappen en nathouden, is er nog steeds geen wielermuseum. Tonny Sarlemijn-Faanhof (73), de dochter van voormalig wereldkampioen Henk Faanhof, herinnert zich scherp haar eerste ontmoeting met Hulsing in 2015. Haar vader – een legendarische renner uit de jaren veertig en vijftig – is dan pas net overleden. “Hulsing stond meteen voor onze deur om eigendommen van mijn vader op te halen. Dat is zijn werkwijze, meteen afstormen op nabestaanden van bekende wielrenners.”

Henk Faanhof wint in de Tour de France van 1954 de etappe naar Bordeaux.  Beeld Hollandse Hoogte /  ANP
Henk Faanhof wint in de Tour de France van 1954 de etappe naar Bordeaux.Beeld Hollandse Hoogte / ANP

Sarlemijn-Faanhof stond enkele eigendommen af, maar vroeg die bij het uitblijven van een museum weer terug. “Ik was de valse beloftes zat, net als veel anderen. Na veel heisa mocht ik de spullen ophalen. Uiteindelijk gaf Hulsing niet alles terug. Het rugnummer waarmee mijn vader ­wereldkampioen werd, ontbrak. Net als foto’s van Fausto Coppi. In plaats daarvan vond ik bij thuiskomst beeld van oud-wielrenner Gerrit Schulte.”

Hulsing ontkent de aantijgingen. “Ik heb nooit dat rugnummer in mijn bezit gehad. Zijn dochter weet niet waar ze het over heeft. Faanhof heeft zich door dit voorval al ­zeventien keer in zijn graf omgedraaid. Heel erg zonde, want ik had vroeger een sterke band met hem.”

Liefhebberij

Ondertussen blijft Hulsing actief. Op zijn website van het Nationaal Wielersport Museum poseert hij met zijn laatste aanwinsten en de bekendste wielrenners van Nederland. Onder anderen Tourwinnaar Jan Janssen, Steven Rooks en Erik Dekker staan lachend naast de toekomstig museumeigenaar. Via sociale media wordt iedereen uit het wielerwereldje gevraagd eigendommen af te staan voor het goede doel: zijn museum. De collectie is zo omvangrijk dat Hulsing bij een tuinder ­boven Hoorn een grote bedrijfsruimte huurt om alles op te slaan.

In die verzameling heeft Gerrie Knetemann (1951-2004) een prominente plaats. Veel shirts, caps en ander materiaal van de voormalige wereldkampioen en veelvoudig klassiekerwinnaar uit Amsterdam zijn opgeslagen bij Hulsing. Dochter Roxane Knetemann (34) kent Hulsing van de Wijdewormer wielerclub DTS, waar haar moeder ook actief is. “We hebben hem als familie veel eigendommen toevertrouwd,” zegt Knetemann. “Maar de toon van de gesprekken veranderde, hij werd brutaal en opdringerig en bleef mijn moeder regelmatig lastigvallen.”

Gerrie Hulsing (links) met Rob Harmeling.
 Beeld Stichting Nationaal Wielersport Museum
Gerrie Hulsing (links) met Rob Harmeling.Beeld Stichting Nationaal Wielersport Museum

Inmiddels is de relatie vertroebeld. “Dit is een vorm van oplichting,” stelt Knetemann. “Als hij op een nette manier om iets van mijn vader had gevraagd, zouden we hem dat ­gewoon geven. Wat bezielt die man het op deze manier te doen? Het is schrijnend.”

Volgens de website van Hulsing omarmt de nationale wielerbond KNWU zijn voornemen een museum op te richten. De omschrijving is iets te gunstig gesteld, vindt Thorwald ­Veneberg, directeur van de bond. “We juichen alle initiatieven toe, omdat het belangrijk is dat voorwerpen met historische waarde bewaard blijven. Dit is liefhebberij. Als je een echt museum wil beginnen, moet er een grote organisatie opstaan om het professioneel op te zetten. Die ontbreekt in Nederland.”

Net als de KNWU worden namen van bekende wielrenners op de site van het Nationaal Wielersport Museum ­gebruikt. Rini Wagtmans, voormalig etappewinnaar in de Tour de France, en de nog steeds actieve Reinier Honig, meervoudig Nederlands kampioen op de baan, laten desgevraagd weten geen actieve rol in het project te spelen.

Ondertussen zet de verzamelwoede van Hulsing, die sinds zijn dertiende levensjaar verknocht is aan de wielersport, onverminderd voort. Alle memorabilia mogen bij hem worden gedeponeerd. Hulsing: “Mijn doel is nog steeds om een totaalbeeld van de Nederlandse wielerhistorie te presenteren. In landen als België en Italië lukt dat wel, waarom hier nog niet? Om die reden kan ik niet genoeg materiaal hebben. Alleen dan kan ik de evolutie van de sport laten zien, dat vind ik mooi. Ik heb er een dagtaak aan.”

De collectie kan niet omvangrijk genoeg zijn. Hulsing rijdt het hele land door, op zoek naar de pareltjes van de sport. In het plan dat hij online deelt heeft de Zaankanter al een indeling gemaakt van de expositieruimtes, zoals bijvoorbeeld de kampioenengalerij waar de ­beste renners worden geëerd en de fietsenstalling waarin de bijzonderste exemplaren een plaats krijgen.

Conclusies trekken

“In mijn hoofd zit het idee van een echt museum waar je uren wilt vertoeven,” zegt Hulsing, die elke vorm van grootheidswaanzin ten stelligste ontkent. “Het moet niet een bijeengeraapte collectie worden. Ik wil kunnen wisselen zodat mensen vaker terugkomen. Aan de uitbreiding werk ik met volle overgave.”

Gerrie Hulsing met Jan de Nijs.
 Beeld Stichting Nationaal Wielersport Museum
Gerrie Hulsing met Jan de Nijs.Beeld Stichting Nationaal Wielersport Museum

Inmiddels begrijpt Hulsing dat er argwaan over hem ­bestaat. Hij zou het zelf andersom misschien ook hebben. “Ik begrijp dat ik niet veertig jaar lang wielermemorabilia kan sparen. Ik heb nog twee sporen voor volgende zomer. Als die doodlopen ga ik mijn conclusies trekken en zet ik een streep onder het project. Dan stop ik.”

Meer over