PlusFilmrecensie

Slow cinema-parel Rizi: weinig actie, veel piepkleine details

Tsai Ming-liang toont andermaal zijn meesterschap in slow cinema met Rizi, waarin een eenzame man met nekpijn en een sekswerker kennismaken. De minuten durende shots draaien vooral om sfeer.

Joost Broeren
null Beeld

Een film van twee uur, dat is helemaal niet lang. Sterker nog: wie naar een doorsnee megabioscoop gaat, moet ­tegenwoordig flink moeite doen een film te vinden die korter duurt. De epische avonturen van de eindeloze opeenvolging van superhelden schurken vaker tegen de drie uur aan.

Toch is het onmogelijk om over de Taiwanese film Rizi (‘Dagen’) te schrijven zonder te benoemen dat hij geduld vergt. Of misschien is overgave een beter woord. Dat zit hem niet in de lengte van de film, maar in de lengte van de shots, en in wat daarin gebeurt – of eigenlijk: niet gebeurt.

Om de appels-en-perenvergelijking met die urenlange superheldenepossen nog even door te trekken: die kas­krakers zijn weliswaar lang, maar het beeld staat vrijwel nooit stil, en shots die langer duren dan een seconde zijn een exceptie. Rizi, daarentegen, opent met een shot van vijf minuten waarin een man uit het raam kijkt terwijl het buiten begint te regenen. Daarop volgt een shot van dik twee minuten waarin diezelfde man in bad ligt. En dat zijn geen uitzonderingen.

Gortdroge humor

De gerenommeerde filmmaker Tsai Ming-liang, geboren in Maleisië maar als filmmaker geworteld in Taiwan, blijft in zijn nieuwste film bij zijn leest. Rizi is zijn terugkeer naar de cinema, nadat hij in 2015 had aangekondigd geen speelfilms meer te maken. In de tussenliggende jaren maakte hij enkele documentaires en deed hij een uitstapje naar virtual reality, maar dat avontuur binnen een nieuw ­medium lijkt zijn filmstijl alleen maar verder uitgebeend te hebben.

Dat betekent: lange, statische shots met zorgvuldig uitgekiende composities. Shots die meestal draaien om het gelaat, het lichaam en de houding van Tsai’s vaste hoofdrolspeler Lee Kang-sheng. Shots die er niet op uit zijn een stukje informatie te geven en zo de plot verder te helpen, maar die draaien om sfeer en het bespelen van het gemoed. Dat de film wordt voorafgegaan door een mede­deling dat hij ‘bewust niet ondertiteld is’, toont vooral Tsai’s gortdroge gevoel voor humor, want er wordt vrijwel niets gezegd.

Legendarisch koppel

Zoals in al Tsai’s eerdere films staat acteur Lee Kang-sheng centraal. De samenwerking tussen Tsai en Lee mag geschaard worden onder de meest legendarische koppels van de filmgeschiedenis. Voor zijn speelfilmdebuut All the Corners of the World (1989) plukte Tsai de destijds twintig jaar oude Lee achter de balie van een arcadehal vandaan. Sindsdien was Lee in alle speelfilms en vele kortfilms van de regisseur te zien, vaak als een personage genaamd Hsiao-kang of kortweg Kang, zoals in Rizi.

Het is een unieke samenwerking die inmiddels ruim drie decennia overspant. Zo heeft de toeschouwer Lee dus ook langzaam ouder zien worden, van een frisse twintiger tot de vroege vijftiger die hij nu is. De ouderdom komt met gebreken, en daar kijkt Tsai niet voor weg. In de kern draait Rizi om de vraag hoe Lee’s personage verlichting zoekt van hevige nekpijn, en hoe hij die uiteindelijk een beetje vindt in het samenzijn met de jonge, mannelijke prostitué Non (Anong Houngheuangs).

De film verweeft de lange aanloop die beide mannen nemen naar dat korte moment op een hotelkamer. Eerst sust Tsai je in slaap, met een lange scène waarin we Non rustig zijn maaltijd zien bereiden, van het schoonmaken van de eerste krop sla tot aan het laatste kneepje limoen. Om je vervolgens op te schrikken met een beeld van een sciencefictionachtige merkwaardigheid, als Kang een acupunctuurbehandeling krijgt waarbij ook elektriciteit en hete kooltjes komen kijken; er lopen tientallen snoeren naar zijn lichaam en de rook komt letterlijk van zijn rug af.

Wie weet is de behandeling voor Taiwanese kijkers net zo gewoontjes als het kokkerellen dat eraan vooraf gaat, maar uw recensent zat rechtop in zijn stoel.

Afsluiting zomerreeks

Zo houdt Tsai je twee uur lang in zijn greep. Doordat er ogenschijnlijk niets gebeurt, kijk je met veel meer aandacht naar de piepkleine dingen die wél gebeuren – het rijm tussen twee momenten met een speeldoosje, bijvoorbeeld.

Rizi is het sluitstuk van de zomerreeks Previously Un­released, waarin Eye Filmmuseum films vertoont die een Nederlandse bioscoopvertoning verdienen, maar niet werden opgepikt door het reguliere distributienetwerk, vaak omdat ze moeilijk te marketen zijn. Een waardiger ­afsluiting had het programma zich niet kunnen wensen.

Taiwanees protest

Hoe kunstenaars een speelbal kunnen worden in internationale politiek werd weer eens duidelijk toen het filmfestival van Venetië vorige week zijn programma bekendmaakte. In de selectie waren twee Taiwanese producties opgenomen, waar­onder The Night, een nieuwe kortfilm van Tsai Ming-liang. De festivalorganisatie noemde ‘Chinees Taipei’ als productieland – de benaming die internationaal wordt afgedwongen door de Chinese overheid, die steeds nadrukkelijker een claim op het eiland legt. Na Taiwanees protest werd dit veranderd naar ‘Taipei’, met een wat schimmige vermelding dat dit conform ‘institu­tioneel beleid’ is – een compromis dat waar­schijnlijk niemand tevredenstelt.

Rizi

Regie Tsai Ming-liang
Met Lee Kang-sheng, Anong Houngheuangs
Te zien in Eye

Meer over