Aldus

Sinds wanneer heeft de OBA dit glas-in-loodraam in bezit?

Waar komt die bijzondere schat in de OBA toch vandaan? Bibliothecaris Frank Verbeek (62) tast in het duister.

Alice Boothby
null Beeld Frank Verbeek
Beeld Frank Verbeek

Dat klinkt geheimzinnig.

“Onlangs haalde het hoofd van de afdeling beheer van de OBA een gigantisch glas-in-loodraam uit ongeveer 1920 van vier bij tweeënhalve meter tevoorschijn. Het stond jaren onopvallend in het depot. Nu werk ik zelf zo’n 43 jaar voor de OBA, maar ik was het bestaan ervan ook vergeten. Toen ik het zag, was ik verkocht: het is betoverend mooi. Nu kan iedereen het zien: het raamwerk is gerestaureerd en staat op de vijfde verdieping van de OBA aan de Oosterdokskade.”

Wat maakt het raam zo bijzonder?

“Er prijkt een uil op met het wapen van Amsterdam, met twee levensbomen ernaast. Het bestaat uit vijf panelen.”

U werd gevraagd onderzoek te doen naar de herkomst.

“Ze vragen mij weleens om dingen uit te zoeken, daar heb ik een goede neus voor. Ik heb wekenlang onze archieven doorgeploegd en deskundigen geraadpleegd. Uiteindelijk leidde het spoor naar Ad Grimmon, die een eeuw geleden als ‘architect-intérieur’ bij Publieke Werken in dienst was. Want wat bleek? Grimmon had in 1916 weelderige glas-in-looddeuren ontworpen voor een woonhuis in de De Lairessestraat. Bepaalde details hierin toonden een opvallende overeenkomst met details in de OBA-panelen.”

Maar?

“Ik ben heel benieuwd wanneer het raam eigenlijk in ons bezit is gekomen. De OBA werd in 1919 opgericht op de Keizersgracht. Hing het daar al vanaf het begin, of zat het oorspronkelijk in een universiteitsgebouw, zoals de uil doet vermoeden? Er zijn nog zoveel mysteries rond het raam.”

Wat denkt u?

“Ik ben weliswaar een bibliothecaris, maar ik gebruik ook graag mijn fantasie.”

Meer over