Amsterdammer Helpt Amsterdammer

Sevim wil beter bestaan voor nichtje: ‘Gun haar het leven dat ik niet heb gehad’

Sevim Yildirim werd op haar veertiende uitgehuwelijkt en naar Nederland gesmokkeld.  Beeld Eva Plevier
Sevim Yildirim werd op haar veertiende uitgehuwelijkt en naar Nederland gesmokkeld.Beeld Eva Plevier

Sevim Yildirim wil haar nichtje behoeden voor de ellende die zij zelf als jongvolwassene heeft moeten doorstaan en vraagt hulp bij de financiering van haar opleiding. Kosten: 625 euro.

Bien Borren

“Op mijn veertiende werd ik geacht iemands vrouw te worden. Daar mag niemand toe gedwongen worden, en al helemaal niet een kind.” Sevim Yildirim (39) bracht haar jeugd door op het platteland van Turkije. Hoewel ze het op school goed deed, moest ze op elfde stoppen en meehelpen op het land van haar vader. Als boer met een hoop monden te voeden – Yildirim heeft acht broers en zussen – was het leven zwaar en alle kinderen moesten meehelpen. “En als meisje mocht je al helemaal niet doorleren.”

Drie jaar later verscheen er iemand op de stoep die om Yildirims hand vroeg. Tegen haar wil in werd ze uitgehuwelijkt en zonder enige zeggenschap naar Nederland gehaald. “Alles ging illegaal hè, ik werd het land in gesmokkeld.” Eenmaal in Amsterdam wachtte Yildirim een vreselijke en angstige periode. “Ik moest bij hem en zijn ouders inwonen. Ze mishandelden en misbruikten me, ik sliep op een matje in de betonnen badkamer en zat permanent onder de blauwe plekken of het bloed. Ik kwam bijna nooit buiten, en werd opgesloten als zij de deur uitgingen.”

Benarde situaties

Via een hoop omwegen en benarde situaties wist Yildirim via een oom in Ankara de Nederlandse instanties in te schakelen en zo stond op een vroege ochtend de marechaussee voor de deur. “Met groot kabaal. Plotseling waren er tien mannen in die kille badkamer waar ik net nog had liggen slapen. Ze stelden me allemaal vragen in een taal die ik niet verstond.” Yildirim was toen zeventien en totaal overvallen door de bombarie. “Ik wist niet of ik hen kon vertrouwen. Of ik hen de waarheid kon vertellen.” Ze hield haar mond, en de mannen vertrokken weer. “Ik zag mezelf bevestigd in mijn vermoeden: die mannen waren er niet om mij te redden. Ik was dus trots dat ik niets had gezegd, want mijn schoonmoeder had me anders vermoord.”

Twintig jaar na dato vervullen de gebeurtenissen van destijds haar nog met razernij. “Waarom hebben ze me toen niet weggehaald? Ik lag daar op de vloer, onder het bloed. Er was genoeg bewijs, de hele buurt was bewijs, een dokter die mijn blauwe plekken had onderzocht zou bewijs zijn geweest.” Uiteindelijk wist Yildirim een paar weken later te vluchten, en werd ze opgevangen in het Jeannette Noëlhuis in Zuidoost (zie kader).

Opvanghuis

“Dat was een moeilijke tijd. Ik was zwaar getraumatiseerd, moest onder een schuilnaam door het leven vanwege mijn eigen veiligheid en mijn ouders in Turkije wilden toen ook niets meer van mij weten.” In het opvanghuis leerde ze Nederlands en ontmoette ze de vrouw die ze nu liefkozend haar moeder noemt. “Zij is de eerste aan wie ik me durfde te hechten. Bij wie ik gewoon onder de dekens kroop als ik me slecht voelde.” Toen Yildirim haar verblijfsvergunning kreeg moest ze vertrekken uit het Jeannette Noëlhuis en haar eigen boontjes doppen. “Dat ging natuurlijk helemaal niet goed. Ik was helemaal niet bekend met de harde buitenwereld, ik wist niet hoe ik met geld moest omgaan. Ik voelde me aan mijn lot overgelaten.” Ze bouwde een huurachterstand op, werd uit haar woning gezet en zwierf van de ene bank bij vrienden naar de andere.

Het kwam haar mbo-opleiding zorg niet ten goede en niveau vier maakte ze niet af. Iets waar ze nu nog steeds spijt van heeft. “Maar terugkijkend was het geen gezonde situatie. Ik werd niet begeleid terwijl ik een hoop trauma moest verwerken.” Het is precies deze situatie die ze voor haar nichtje niet wenst. Ze kan en wil niet in detail treden, maar haar achttienjarige nichtje kan niet alle kansen benutten die haar leeftijdsgenoten wel genieten. Yildirim: “Ik wil dat zij mogelijkheden heeft. Ze doet een opleiding tot verpleegkundige, maar de betaling van het collegegeld is een probleem.” Ze kan zelf niet bijspringen omdat ze momenteel niet werkt en krap bij kas zit. “Mijn nichtje kan er niets aan doen dat zij in deze situatie zit. Ik wil dat zij niet zoals ik op haar veertigste nog met vragen zit over hoe het leven ook had kunnen lopen. Ik wil dat zij een toekomst heeft.”

Vanwege haar veiligheid is Sevim Yildirim niet haar echte naam. Die is wel bekend bij de redactie.

Jeannette Noëlhuis

De woongroep in Amsterdam-­Zuidoost is geboren vanuit de Catholic Workerbeweging, een stroming die in de jaren dertig van de vorige eeuw in de Verenigde Staten ontstond. Ten grondslag aan deze stroming liggen een diepgewortelde geloofsovertuiging en een anarchistische inborst. Wereldwijd hebben ze een hoop huizen waar gemarginaliseerden, vluchtelingen en mensen die het niet breed hebben welkom zijn.

Zo ook het Jeannette Noëlhuis in de Bijlmer, opgericht in 1988, waar van oudsher onder meer ongedocumenteerde vluchtelingen worden opgevangen. De bewoners van het Jeannette Noëlhuis geloven in kleinschalige, tijdelijke opvang. “We proberen stil te staan bij het feit dat het ons allemaal kan overkomen dat we ooit ergens voor de deur staan, met de hoop er een warm bed te vinden.”

Ruth van Dijken Beeld Eva Plevier
Ruth van DijkenBeeld Eva Plevier

De wens van vorige week

Vorige week vroeg Carlien Oudejans hulp bij de aanschaf van een nieuw fornuis. Ruth van Dijken doneert.

Zich inzetten voor dierenwelzijn is voor Carlien Oudejans (49) vanzelfsprekend. Sinds haar jeugd heeft Oudejans haar huis gedeeld met een grote schare dieren die vaak nergens anders terechtkonden. Ook in haar huidige flat in de H-buurt in Zuidoost is het een vrolijke bende met onder meer een herdershond, twee dwergpinchers, een shih tzu-kruising, een poes en een witte kater.

Oudejans is verknocht aan haar buurt, waar ze vijfentwintig jaar geleden terechtkwam als ‘provinciaaltje’. Ze zet zich onvermoeibaar in voor buurtwerkkamer De Handreiking en staat bekend als ‘supervrijwilliger’. Dus toen ze bij De Handreiking hoorden dat Oudejans via Marktplaats was opgelicht, meldden ze haar aan voor deze rubriek. Haar fornuis had de geest gegeven, en het tweedehands exemplaar bleek een kat in de zak. De malafide verkoper was niet meer te herleiden.

Dat iemand met zoveel liefde voor dieren en haar medemens het zonder een fatsoenlijk fornuis moet stellen, gaat er bij Ruth van Dijken (41) niet in. De duurzame ondernemer doneert een nieuw kookstel want ‘om goed voor anderen te kunnen zorgen moet je niet jezelf vergeten’. “Eten is daarbij heel belangrijk, een goede maaltijd biedt comfort.” Van Dijken is zelf ook een groot dierenliefhebber. Ze deelt haar huis momenteel met twee katten, ‘maar als zij er niet meer zijn zou ik mijn thuis graag openstellen voor dieren die tijdelijk een fijn onderkomen nodig hebben. Ik wil me graag inzetten voor de dieren waar minder naar wordt omgekeken, net als Carlien.’

Meer over