PlusInterview

Schrijfster Dubravka Ugrešić over de betekenissen van ballingschap, verlies en identiteit: ‘Ik weiger ergens bij te horen’

Dubravka Ugrešić: 'Emotioneel sta je altijd aan de kant van de zwakkere in de confrontatie. Dat leidt helaas ook snel tot massahysterie.' Beeld Daphne Lucker
Dubravka Ugrešić: 'Emotioneel sta je altijd aan de kant van de zwakkere in de confrontatie. Dat leidt helaas ook snel tot massahysterie.'Beeld Daphne Lucker

De Joegoslavische schrijfster Dubravka Ugrešić (72) woont al 25 jaar in ballingschap in Amsterdam. Dinsdag verschijnt de heruitgave van haar bejubelde roman Museum van onvoorwaardelijke overgave, uit 1997. Ze vestigt de aandacht op de thematiek van herinneringen en het waken voor massahysterie. ‘Ik weet alles van de discriminatie van vrouwen.’

Els Quaegebeur

Dubravka Ugrešić woont in Nieuw-West in een groot appartementencomplex. Aan de buitenkant heeft het gebouw een weinigzeggend karakter, bij Ugrešić binnen is het netjes, gezellig en rustig. Aan de muren hangen mooie kunstwerken, ook van haarzelf. Ze maakt collages en tekeningen van kinderen in uniform met rugzakjes op, met in hun handen de socialistische lagereschoolboeken waaruit ook Ugrešić leerde lezen. “Die oude boekjes ontroeren mensen omdat ze niets te maken hebben met politiek, maar meer met wat wij aangenomen hebben als rituelen, als erfgoed,” zegt ze in het Engels, even bedachtzaam als resoluut.

De verdwenen leesmethode komt, als onderdeel van herinneringen aan het dagelijks leven in voormalig Joegoslavië, ook voor in haar fragmentarische, gedetailleerde roman Museum van onvoorwaardelijke overgave. Hierin ontleedt en overpeinst Ugrešić de betekenissen van ballingschap, verlies en identiteit in prachtige verhalen. Het boek beleefde vijfentwintig jaar geleden de wereldprimeur in Nederland, waar de schrijfster neerstreek na het noodgedwongen verlaten van haar vaderland in 1993, omdat ze zich kritisch uitliet over de burgeroorlog en het nationalisme in Servië en Kroatië.

Ter ere van het jubileum is er nu een heruitgave, met op pagina 36 een passage over het eerste jaar van de Joegoslavische oorlogen (1991). Die raakt waar het pijn doet – zeker nu. “In datzelfde jaar – toen de straatnamen veranderen; toen de taal, het land, de vlaggen en de symbolen veranderden; toen de verkeerde kant de goede werd en de goede ineens de verkeerde; toen sommigen bang werden voor hun eigen naam, terwijl anderen naar men zegt voor het eerst niet bang hoefden te zijn; toen de een de ander en de ander de een begon af te maken; toen de leugen tot wet werd en de wet tot leugen; toen de kranten verschillend over hetzelfde schreven en de mensen verschillend over hetzelfde spraken; toen uit ieders mond slechts eenlettergrepige woorden kwamen als ‘bloed’, ‘strijd’, ‘mes’ en ‘angst’…”

Dit is wat de mensen in Oekraïne nu treft. Hoe kijkt u vanuit uw geschiedenis naar de oorlog daar?

“Het is natuurlijk madness wat Rusland doet. De situatie is onmogelijk, afschuwelijk. Emotioneel sta je altijd aan de kant van de zwakkere in de confrontatie. Dat leidt helaas ook snel tot massahysterie, waarin Russische muzikanten en ballerina’s worden gecanceld omdat ze Russisch zijn. Tegelijk zijn er zoveel details die men liever vergeet. Poetin die tijdens zijn eerste bezoek aan de Verenigde Staten vorstelijk werd onthaald op een feestje waar hij Blueberry Hill zong, aangemoedigd door Hollywoodsterren. Wat ik bedoel is: we moeten voorzichtig zijn met onze woorden en onze hersens gebruiken, en dat zie ik weinig gebeuren. Geef me één stem die zegt: zullen we ook wat vraagtekens plaatsen bij de massahysterie? Geef me meer stemmen van mensen die alleen dialoog en vrede steunen. Zoals de vrouwen uit Belgrado, vandaag de dag ‘Women in Black’ genoemd, die al dertig jaar vreedzame protesten organiseren tegen oorlogsmisdaden, en onvermoeibaar hameren op de morele weg naar vrede.”

Denkt u dat we niet in deze ellende terecht waren gekomen als vrouwen de belangrijkste machthebbers zouden zijn?

“Dat betwijfel ik. Luister naar Ursula von der Leyen: ‘Oekraïne is een van ons.’ Hoe is Oekraïne van jullie? Waarom? Leg eens uit? ‘Omdat we een groot hart en empathie hebben.’ Really? En andere mensen niet? Alleen West-Europeanen? Ze spelen allemaal politieke spelletjes met ons, terugkerend naar een vorm van feodalisme.”

En wij vrouwen zijn niet de betere soort om die tendens een halt toe te roepen?

“Dat is irrelevant. Vrouwen krijgen simpelweg de kans niet om ‘de betere soort’ te zijn, want ze worden niet gesteund door mannen in onze machomaatschappijen. Maar zelfs als enkelingen erin slagen aan de top te komen van de machtigste landen, denk ik niet dat het tot drastisch andere uitkomsten zal leiden. Dat is een mythe.”

“Ik weet alles van de discriminatie van vrouwen. Die is enorm en overal, en het is stompzinnigheid die het laat gebeuren. Domheid is het vijfde element, zei de Kroatische schrijver Miroslav Krleža ooit. Ze wint altijd, ook onder vrouwen. Westerlingen kijken naar bevolkingsgroepen die aan clitorisbesnijdenis doen: ‘wat een schande, die primitieve barbaren’. Natuurlijk is het verschrikkelijk, maar wat doen zij? Hetzelfde, alleen heet het dan esthetische chirurgie. Een beetje botox, een klein fillertje, billen en lippen opblazen. Alsof het niets is, maar het is totale verwoesting van je lichaam, je gezicht, je identiteit, alles. En waarom doe je het? Om je te onderwerpen aan mannelijke fantasieën van hoe een vrouw eruit moet zien en zich dient te gedragen.”

Wat u niet deed na het uiteenvallen van Joegoslavië. Wat schreef u dat mensen zo woedend maakten dat u zich genoodzaakt zag te vertrekken?

“Een klein artikel in Die Zeit. Het heette Mr. Proper, naar het schoonmaakmiddel met die gespierde man. Ik was geïnspireerd door de souvenirs die na de onafhankelijkheid op de markt kwamen om het nieuwe Kroatië te promoten: een leeg Coca-Colablikje waar ‘clean Croatian air’ op stond, een Kroatisch paspoort van chocola. Vanuit de souvenirs analyseerde ik wat Mr. Proper betekende in Kroatië. Bibliotheken gooiden Servische boeken weg, en zelfs Shakespeare belandde bij het vuilnis. Het schoolcurriculum werd gezuiverd. Appartementen waar Serviërs woonden ondergingen een grote schoonmaak, door ze onder schot te dwingen hun huis op te geven. Zie je het verband met de Russische ballerina’s? Het is niet ver weg.”

“Een bekende Kroatische schrijver vertaalde het stukje en schreef dat ik een verwerpelijk iemand was met een gestoord perspectief. Vanaf dat moment werd ik constant aangevallen. Dreigbrieven, angstaanjagende boodschappen op mijn antwoordapparaat, vrienden en collega’s van de universiteit in Zagreb met wie ik twintig jaar gelukkig samenwerkte, verklaarden me dood. Vier andere schrijfsters die openlijk kritisch waren maakten hetzelfde mee.’

Zijn zij ook verdreven?

“Ja. Wat je ervan kunt leren is dat als vrouwen de mannelijke macht bedreigen, die ons de mond willen snoeren. En dat lukt vaak, omdat we kwetsbaar zijn. Dat geldt nog steeds, ook voor mij persoonlijk. Mijn boeken, die ik in het Kroatisch schrijf, zijn uiteindelijk wel gepubliceerd in Kroatië, maar niet erg bekend. Ze kunnen me niet vergeven dat ik het gemaakt heb buiten Kroatië. Dat Amerikaanse universiteiten me uitnodigen om les te geven en buitenlandse uitgevers mijn werk willen uitgeven, onder andere hier. Ik heb me altijd welkom gevoeld in Nederland, en in Amsterdam. Terwijl ik een public enemy was in Kroatië, kreeg ik hier in 1997 de Verzetsprijs. Dat betekende ontzettend veel voor me. Het was heel moeilijk, de oorlog, het weggaan, being a totally displaced person. Maar uiteindelijk heb ik enorm veel geluk gehad.”

‘Ik weet niet meer wie ik ben, waar ik ben of bij wie ik hoor,’ zei uw van oorsprong Bulgaarse moeder na het uiteenvallen van Joegoslavië. Herkent u dat gevoel?

“Mijn moeder hield zielsveel van Joegoslavië, en ze hoorde er echt. Ze zei een keer vergenoegd: wij Joegoslaven zijn zulke knappe mensen. Daar moest ik zo hard om lachen. Ik zei: Come on, je bent vergeten dat je Bulgaars bent.”

Zo bijna romantisch verbonden heeft u zich nooit gevoeld over enig land?

“Ik ben een individu dat weigert ergens bij te horen, maar verbonden is met mensen, met episodes, steden, sfeer. Dat betekent niet dat ik een vreemdeling ben. Ik praatte een keer met twee journalisten over een mogelijke column in de Volkskrant. Of ik als vrouw van de Balkan kon schrijven over Nederland, als een voor mij vreemd land. Ik antwoordde: jullie gaan uit van een westerse fantasie over Oost-Europa, maar voor mij is dit geen vreemd land. Jullie hebben een ijskast, ik heb een ijskast. Jullie hebben een douche, ik heb ook zeker een douche. Ik idealiseer niets als ik zeg dat er veel meer overeenkomsten dan verschillen zijn. Maar dat zie je pas als je je verdiept in feiten, niet in hysterie.”

Vertaald en gelauwerd

Dubravka Ugrešić werd geboren op 27 maart 1949 in Joegoslavië (nu Kroatië). Ze studeerde vergelijkende en Russische literatuur aan de Universiteit van Zagreb, en werkte vervolgens twintig jaar als wetenschapper en schrijver bij het wetenschappelijke instituut voor literatuurtheorie. Haar omvangrijke oeuvre bestaat uit romans, korte verhalen, toneelstukken en essays. Ze ontving onder meer de Verzetsprijs, de Charles-Veillonprijs voor de beste Europese essaybundel, de Oostenrijkse staatsprijs voor Europese literatuur, en de Heinrich Mannprijs. Ook was ze shortlisted voor de Man Booker International Prize in 2009, voor de roman The Ministry of Pain. Haar werk is in dertig talen vertaald. Ze doceerde aan Harvard, UCLA, Columbia en de Freie Universität in Berlijn.

Dubravka Ugrešić: Museum van onvoorwaardelijke overgave, uitgeverij Nijgh & Van Ditmar, paperback €20.

null Beeld
Meer over