PlusReportage

Schatzoekers in Amsterdam – de een z’n grofvuil is de ander z’n nieuwe spiegel, bed, platenspeler...

‘Ik dacht: dit klopt niet, hij is te mooi.’ Beeld janne Igbuwe
‘Ik dacht: dit klopt niet, hij is te mooi.’Beeld janne Igbuwe

Noem ze scharrelaars, noem ze meubelplukkers: wat anderen als grofvuil buiten zetten, nemen zij mee naar huis als pronkstuk. Een gratis Gispen, een ongebruikte wastafel. ‘Ik hoop altijd dat ik geen mensen tegenkom die ik ken.’

Jens Kimmel

Ninon Drielinger (56) en Noah Hofland (16), Mesdagstraat, De Pijp

Gevonden: zwarte leren bank
En ook nog: twee keukenstoelen, andere bank (in de berging)

“Deze bank heb ik hier van de straat gepakt. De buren hadden ruzie, en als buren ruzie hebben, moet je altijd eventjes wachten.” Tot ze heel erg ruzie hebben en uit elkaar gaan, welteverstaan. Bij de buren van Ninon gebeurde dat binnen twee dagen. “Toen begon zij alle spullen buiten te zetten; hij had nog geen woning en kon het nergens kwijt.” Ninon heeft toen – met toestemming – de zwarte hoekbank meegenomen. Dat is nu tien jaar geleden.

Het is een luie, grote bank. “Iedereen die erop gaat liggen, valt in slaap. Dan krijgen we ­familie of vrienden op bezoek uit Aruba, liggen ze binnen tien minuten hier te slapen.”

Het is niet haar droombank. Dat is een echte Chesterfield en die heeft ze net besteld. Over zes weken wordt ie bezorgd. Dan keert de hoekbank terug naar de straathoek waar ze hem tien jaar geleden vond, op zoek naar een andere eigenaar.

Als Ninon een busje zou hebben, zou ze door de stad rijden, net voordat het grofvuil wordt opgehaald. Ze weet precies waar je wezen moet, geleerd van de mannen in de busjes die al rondjes rijden. “Ik kom ze ook weleens tegen. Ze kijken gewoon naar het schema van de gemeente en dan weten ze precies waar ze hoe laat moeten zijn”.

Op de fiets ontdekt ze de mooiste dingen. Vooral in de Apollobuurt, waar ze vroeger in een restaurant werkte. Soms neemt ze iets mee, soms heeft ze geen tijd en moet ze door. Zoals die ene keer dat ze een prachtige rieten stoel zag staan. “Ik dacht: dit klopt niet, hij is te mooi. Ik ben even gaan zitten. Maar niks aan de hand. Misschien is iemand bezig om hem weg te brengen en dan wacht je even, maar nee hoor.”

Type scharrelaar, haar man is het niet bepaald. Als ze samen op straat wandelen en Ninon ziet een potentiële schat, is het al gauw: “Waar wil je het neerzetten dan? Doorlopen jij, anders wordt je een hoarder.”

Levi Cops (28), Hogendorpplein, Westerpark

Gevonden: nachtkastje, lamp, bed, shirt, petje
En ook nog: bioscoopstoeltjes, infuusstandaard, hond

‘Het is fucking lelijk maar het is wel een Versace.’ Beeld janne Igbuwe
‘Het is fucking lelijk maar het is wel een Versace.’Beeld janne Igbuwe

Het meeste in het huis van Levi komt van de straat. Het enige wat hij kocht, is een kleine kledingkast en die was 35 euro op Marktplaats. Zelfs zijn shirt vond hij op de Jan Pieter Heijestraat. ­“Fucking lelijk, maar Versace.”

Levi groeide op in de kraak­beweging en heeft het meubelplukken vroeg meegekregen. Want als je een pand kraakt, ga je niet je bankstel meeverhuizen. “Eerst gaat alles uit het oude pand naar de weggeefwinkel en voor het nieuwe pluk je alles wederom van straat.”

Hij verhuisde veel, van kraakpand naar kraakpand. Van Diemen naar Oud-West en van Amstel III in Zuidoost naar de Schinkelbuurt. Toen zijn ouders hem vroeger vroegen waar hij wilde wonen, bij zijn vader of moeder, koos hij voor zijn vader, want die woonde in een kraakpand ‘en daar mocht je in de gang voetballen’.

“We praten weleens over wat de beste buurten zijn om naar spullen op zoek te gaan. Bij een pand in ­Oud-Zuid vonden we gewoon een ongebruikte wastafel van ­Villeroy & Boch, een ding van 160 euro of meer, nog helemaal in het plastic. One man’s trash is another man’s treasure is een veelgebruikte term onder mensen die tussen het afval graaien.”

In zijn huidige buurt rond het Hogendorpplein liggen er geen nieuwe wasbakken op straat. Wél af en toe hele inboedels omdat er veel oudere oudere mensen wonen en omdat er veel sociale huur zit met een hoge doorloop.

Aan veel spullen van de straat kleven levendige herinneringen en dat maakt het extra leuk. Of ronduit eng, in het geval van zijn bedlamp met excentrieke voet. “Ik had een keer via een app een date, en die gast was mij de hele tijd aan het pushen dat ik mijn cola moest opdrinken. Dat vond ik al raar. Toen ik terugkwam van de wc zag ik een klein leeg buisje op de grond liggen. Ik dacht: o, fuck. Toen ben ik heel snel naar huis gefietst en onderweg vond ik deze lamp. Ik ben toen 24 uur heel ziek geweest van de GHB, maar ja, ik had wel een vette lamp.”

Anna ten Bruggencate (68), Newtonstraat, Watergraafsmeer

Gevonden: kleed, stoel, vaas
En ook nog: eettafel, kast

‘Je ontdekt iets, en dat geeft een kick.’ Beeld janne Igbuwe
‘Je ontdekt iets, en dat geeft een kick.’Beeld janne Igbuwe

Ernst van Deursen (36), Herengracht, Centrum

Gevonden: Gispenstoel
En ook nog: Braunspeakers, versterker en platenspeler, bananenplant, keukenblokje, zitstoelen

‘Mensen hebben soms dingen en ze weten niet wat het is.’ Beeld janne Igbuwe
‘Mensen hebben soms dingen en ze weten niet wat het is.’Beeld janne Igbuwe

Fotograaf Ernst heeft het goed bekeken. Hij werkt al drie jaar antikraak in een chic grachtenpand in De Gouden Bocht op de Herengracht. Soms woont hij er ook. Zijn woon-slash-werk-slash-slaapkamer, achteraan in een imposante witte gang, is kleurrijk. Een menshoge bananenplant – gevonden – en een set Braun­speakers – gevonden – springen meteen in het oog.

Achter veel spullen schuilt een verhaal. De speakers bijvoorbeeld komen van een rijke meneer op de Kerkstraat, randje Amstel. “Ik fietste daar in het voorjaar langs en toen zag ik iemand met twee boxen onder z’n arm lopen. Dus ik stop en zeg: ‘Is dat Braun?’ ‘Ja,’ zei hij. Dus ik zeg: ‘Wauw, dan zijn die van mij!’” Een versterker en een platenspeler kreeg Ernst er ook nog bij. Later is ie nog even langsgereden met een flesje wijn. “Van de buurman hoorde ik dat het een liefhebber is. Hij woont nu op de Keizersgracht.”

Ernst werkte lang op de afdeling toegepaste kunst van het Stedelijk en kent zijn designers. Ook is hij, als fotograaf, visueel ingesteld. Tel die eigenschappen bij elkaar op en je hebt een scharrelaar van formaat. “Mensen hebben soms dingen waarvan ze niet weten wat het is.”

Neem zijn zwarte designstoel van Gispen. Voor het ongetrainde oog onopvallend, maar toen die een paar jaar geleden naast een stomerij op de Marnixstraat stond, hoefde Ernst niet lang na te denken. Hij herkende het meteen. “In de jaren 30 is dat design begonnen, die buizenframestoelen, dat heet ‘modern’, maar het is eigenlijk 100 jaar oud.”

Zelfs als Ernst de meubels zelf niet kwijt kan, hoopt hij dat ze terechtkomen bij een liefhebber. Iemand die er goed voor zorgt, want ‘die stoelen zijn een stuk designgeschiedenis en dat mag best gekoesterd worden.’ Zo plukte hij ooit een andere set versleten Gispenstoelen van straat. Hij fotografeerde ze en zette ze, versleten en al, op Marktplaats. Een stelletje uit Oost-Nederland kwam ze ophalen. Van het geld stoffeerde hij zijn eigen Gispen, wat hem betreft nog steeds het pronkstuk van het huis.

Anne van Brummelen (32), Transvaalstraat, Transvaalbuurt

Gevonden: spiegel
En ook nog: salonkastje, stoel, krukjes

‘Als die er morgen nog staat, nemen we hem mee.’ Beeld janne Igbuwe
‘Als die er morgen nog staat, nemen we hem mee.’Beeld janne Igbuwe

Ze heeft het altijd leuk gevonden, nieuw en oud mixen en tweedehandswinkeltjes afstruinen. Anne woont al tien jaar in de Transvaalstraat – de laatste drie samen met vriend Ignacio (‘Nacho’). Vanaf het balkon heeft ze een mooi uitzicht op de containers en het grofvuil. Ze heeft een hond, ‘dus ik zie in ieder geval drie keer per dag wat er staat.’

Al met al heeft ze in die tien jaar zeker vijftien items van de straat geplukt. “Een stoel, krukjes, een poef, kastjes, van alles eigenlijk. En deze spiegel, toch wel ons pronkstuk. We zagen hem staan tijdens een straatborrel met de buren. We waren toen een beetje dronken, dus tillen was geen goed idee. We zeiden: als die er morgen nog staat, nemen we hem mee.” De spiegel staat nu naast het bed (‘o, dat vindt Nacho leuk’).

Zaken als deze spiegel til je niet een-twee-drie naar boven. Vaak helpen de buren haar. “Als ik zoiets op straat zie staan, denk ik: hoe krijg ik dat vierhoog? Dan is degene die op dat moment buiten loopt de gelukkige: hé, help ’s even!”

Intussen heeft Anne ook weer wat items weggedaan. “Dat is ­circulair, dat gaat dan weer door naar iemand anders.” Eliza, de onderbuurvrouw, nam een tafeltje van haar over. Of ze zet het terug bij de containers. “Dan kom ik terug met de hond en is het alweer weg.”

Het scharrelen is niet alleen een leuke bezigheid, het heeft ook zo zijn financiële voordelen. In de Ikea zagen ze een leuk salonkastje. Helaas aan de dure kant, 150 euro. Een jaar later vond ze het kasje op straat. Een dag daarna stond het bij Anne en Nacho in de woonkamer.

Niet dat het altijd raak is. Soms zijn dingen gewoon echt kapot. “Bij het café om de hoek zag ik vorige week twee mooie canvassen staan. Het was donker, dus ik zag het vaag. Had ik ze helemaal naar huis gesleept, bleken er allemaal scheuren in te zitten. Er zijn ook mensen die dingen wegdoen omdat ze kapot zijn.”

Grofvuilfeitjes

- De gemiddelde Amsterdammer produceert 350-400 kg huishoudelijk afval (incl. grofvuil) per jaar.
- Ongeveer 15 procent daarvan, zo’n 65-70 kilo, is grofvuil.
- In stadsdeel Oost is de samenstelling van het grofvuil onderzocht: het grootste deel is hout, gevolgd door meubels en tuinafval.
- Grof huishoudelijk afval is al het huishoudelijk afval dat niet in een huisvuilzak past of hoort. Toch zit er in de vuilniszakken vaak ook grofvuil, gemiddeld zo’n 7 procent.
- Tijdens de coronalockdowns werd ongeveer 25 procent meer huisvuil (incl. grofvuil) opgehaald dan normaal.
- In Amsterdam werden in 2020 en begin 2021 30.000 meldingen gedaan met betrekking tot afval en ruim 20.000 boetes uitgedeeld. Het merendeel ging over verkeerd geplaatst grofvuil.

Meer over