Amsterdammer helpt Amsterdammer

Rudy Bunsee leefde jarenlang op straat: ‘Na de dood van mijn vrouw verloor ik alles’

Op veel plekken in Amsterdam wonen mensen in armoede. Met hulp van Paroollezers laat de stichting Amsterdammer helpt Amsterdammer wekelijks een wens in vervulling gaan. Vandaag: Rudy Bunsee vraagt 450 euro voor een nieuw bed, schoenen en een kast.

Bien Borren
Rudy Bunsee: ‘Vroeger had ik alles op orde, maar na de dood van mijn vrouw verloor ik alles.’ Beeld Eva Plevier
Rudy Bunsee: ‘Vroeger had ik alles op orde, maar na de dood van mijn vrouw verloor ik alles.’Beeld Eva Plevier

Rudy Bunsee verontschuldigt zich voor zijn woning, waar dikke gordijnen het daglicht weren en het weinige meubilair krakkemikkig oogt. “Ik zou u wel iets willen aanbieden maar ik heb niets.”

Zelf zit de 69-jarige op een voormalig ziekenhuisbed, de matras vuil en doorgezakt. “Het is niet veel soeps,” zegt Bunsee, zijn voeten bungelend boven het laminaat. “Ik donder er ’s nachts vaak uit.” Hij wrijft over zijn achterhoofd. “Ik ben ook vreselijk onderuitgegaan in de badkamer. Wilt u de bult zien?”

Ruim tien jaar bracht hij door op straat. “Toen ik dit huisje vijf jaar geleden toegewezen kreeg, was ik ontzettend blij.” De jaren zonder vaste verblijfplaats lieten hun sporen na, maar zodra hij over zijn vrouw vertelt komt er een lach op zijn gezicht. “Ze was perfect, een prachtige vrouw. We ontmoetten elkaar op een boottocht in de jaren zeventig en het moment dat we de dansvloer opstapten, wist ik dat ik met haar zou trouwen.”

Dat deden ze en de zoon die zij al had, had Bunsee ‘lief alsof het m’n eigen was’. Later volgden nog twee zonen en het gezin verruilde Suriname voor Nederland. “De eerste tijd werkte ik als conciërge op een middelbare school.” Glunderend: “Dat waren hele leuke jaren.” Hij werkte hard, vertelt Bunsee. “Dat heb ik altijd gedaan.”

Uitzaaiingen

Later ging hij aan de slag als schoonmaker. Ook hier maakte hij lange, zware dagen. Dat gaf niet – ‘we waren gelukkig’ – en hoewel het geen vetpot was, hadden ze het goed. “Tot ze bij mijn vrouw borstkanker ontdekten. Toen begon de ellende. Ik moest voor haar zorgen maar wilde – mócht – mijn baan niet verliezen.”

Bunsee wrong zich in allerlei bochten om zijn baas tevreden te houden én zijn vrouw van de steun te voorzien die ze nodig had. “Het leek even de goede kant op te gaan, maar toen ontdekten ze uitzaaiingen. Het zat overal. Tegen het einde ging het heel erg hard. Nee, dat was geen leuke tijd.”

Ze overleed zo’n achttien jaar geleden. De stress, het verdriet en de rouw dreven Bunsee in de verdovende armen van alcohol. Waar hij in het begin nog gezelschap van kennissen zocht, bleef hij algauw alleen over en ontwikkelde hij een drankprobleem. Hij raakte steeds verder verwijderd van de realiteit.

Ontslag volgde, schulden stapelden zich op, hij raakte zijn huis kwijt en het contact met zijn zoons verwaterde. “Vroeger had ik alles op orde. Maar na haar dood verloor ik alles.” Jaren leefde hij op straat. Met hulp van stichting Cordaan kreeg hij deze woning [zie kader]. “De dag dat ik mijn sleutels kreeg, was een heel gelukkige. Voor het eerst in lange tijd.”

Lievelingsopa

Zonder zijn biertjes kan hij niet, zegt Bunsee. “Daar ga ik niet over liegen, ik kan er niets aan doen.” Vroeger heeft hij weleens geprobeerd van de drank af te komen, maar een verslaving is een ziekte, ‘vergeet dat niet’. “Ik kan niet veel meer, dat zeg ik u eerlijk. Ik ben afhankelijk van de mensen die me willen helpen. En ja, soms ben ik een beetje in de war, maar ik ben niet gek.”

Als de muren op hem afkomen, rijdt Bunsee rondjes op zijn scootmobiel door Zuidoost. “Dat ik weinig mensen zie, vroegere kennissen of familie, neem ik ze niet kwalijk. Zij hebben hun eigen leven.” De bezoekjes van zijn kleindochter aan ‘haar lievelingsopa’ zijn een hoogtepunt. Hij begint hartgrondig te knikken. “Ze studeert rechten. Een slimme meid hoor.” Met een knipoog: “Heeft ze van d’r opa.”

Een nieuw bed, een kast en schoenen mét veters (‘dit is mijn enige paar en waar de veters zijn weet ik niet’) zouden zijn dagelijkse leven prettiger maken. “Ik verwacht geen fantastische jaren meer, maar iets meer comfort zou fijn zijn.”

Stuur uw reactie met vermelding van telefoonnummer naar aha@parool.nl. Meer info: amsterdammerhelptamsterdammer.nl

Stichting Cordaan

Met zo’n 6000 medewerkers en ruim 2500 vrijwilligers staat stichting Cordaan 20.000 mensen bij op meer dan honderd locaties in Amsterdam, Diemen, Huizen en Nieuw-Vennep. Dit gebeurt in samenwerking met mantelzorgers, onderzoeksinstellingen en talloze maatschappelijke organisaties.

Cordaan is een van de grootste zorgorganisaties in Amsterdam en biedt verschillende soorten hulp: kort- en langdurige verpleging, begeleiding of ondersteuning van mensen met een verstandelijke beperking of van mensen met chronische psychische problemen.

Renée Engels draagt bij aan een vlogcamera voor Mantie Camara.  Beeld Eva Plevier
Renée Engels draagt bij aan een vlogcamera voor Mantie Camara.Beeld Eva Plevier

De wens van vorige week: ‘Mantie deed me denken aan het verhaal van mijn grootmoeder’

Vorige week vroeg Mantie Camara om een vlogcamera zodat ze met haar stichting kan livestreamen. Renée Engels doneert.

De West-Afrikaanse Mantie Camara (56) had zelf grote moeite met integreren in de Nederlandse samenleving. Zo zijn overheidsinstanties en opvoedkeuzes in Nederland heel anders dan ze gewend was, vertelde ze vorige week in deze rubriek. Om andere immigranten te helpen, in het bijzonder mensen die net als zij deel uitmaken van de Mandingogemeenschap, begon Camara stichting Dembati. Ze maakt al een radioprogramma in het Mandingo met informatie en tips over het leven in Nederland en organiseert informatiebijeenkomsten, maar Camara zou graag nog meer mensen bereiken door te gaan livestreamen op Facebook. Daar heeft ze wel een camera voor nodig.

Renée Engels (57) levert daar graag een bijdrage aan. “Mantie deed me een beetje denken aan het verhaal van mijn grootmoeder. Zij kwam uit Suriname met haar gezin naar Nederland, hopend dat ze hier meer kansen zouden hebben. Mijn opa overleed jong, waarna ze haar kinderen alleen en met weinig geld door de Tweede Wereldoorlog moest loodsen. Alle kinderen kwamen gelukkig goed terecht. Mijn oma is een vrouw waar verder niemand iets van weet, terwijl ze een flinke prestatie heeft geleverd. Ik vind het leuk dat Mantie haar verhaal en de ervaringen van anderen vastlegt. Bovendien hou ik erg van film. Dit soort verhalen in beeld brengen heeft een grote waarde.”

Jessica Kuitenbrouwer

Meer over