PlusReportage

Ritueel wasser Mourad Baddaou zorgt ervoor dat overleden moslims schoon teruggaan naar de schepper

null Beeld Dingena Mol
Beeld Dingena Mol

Vrijwel elke moslim in West kent ritueel wasser Mourad Baddaou (42). Omdat hij hun overleden dierbaren klaarmaakt voor hun allerlaatste reis, of van zijn YouTube-filmpjes om jongeren van het criminele pad te houden. ‘Het kan zo afgelopen zijn met je. Gewassen ga je de koeling in.’

Marloes de Moor

“Dit is wat ik wil,” denkt Mourad Baddaou, als hij in 2009 voor het eerst een overledene wast. Hij is dan nog geen 30 jaar, maar aarzelt geen moment als een Marokkaanse ritueel wasser hem vraagt of hij wil helpen. “De man was op leeftijd en zocht naar iemand die het ritueel wassen op den duur van hem wilde overnemen. Het leek mij meteen leuk,” vertelt Baddaou.

Hij klinkt alsof hij gevraagd is de bolides van een exclusief autobedrijf te wassen, maar zo bedoelt hij het niet. Baddaou verloor al op jonge leeftijd verschillende familieleden aan kanker en beseft daardoor goed hoe aangrijpend een verlies kan zijn, vertelt hij. En hoe belangrijk een waardig einde is. “Mensen vinden het lichaam van een overledene vaak eng. Dat heb ik niet. Het wassen vind ik prettig. Ik wil graag goed voor anderen zorgen, of ze nu levend of overleden zijn. De rituele wassing is belangrijk omdat we het lichaam op deze manier schoon teruggeven aan de schepper, in ons geval Allah. Je vervult er iemands laatste wens mee. Dat is een mooie taak.”

Magisch gevoel

Baddoua wordt geboren in Marokko. Als hij één jaar is, nemen zijn ouders hem mee naar Nederland. Hij groeit op in Amsterdam Zuid, speelt bij SC Buitenveldert en droomt ervan om profvoetballer te worden. Als hij zich op zijn twintigste realiseert dat dat niet gaat lukken, stort hij zich op kickboksen. Zes keer per week traint hij en ziet zijn schouders breder worden. Als hij niet sport, hangt hij met andere jongeren rond in Amsterdam West.

Maar geen van die bezigheden biedt hem het magische gevoel dat hij later zal ervaren als ritueel wasser. Een ‘imaan-boost’ noemt Baddaou het: een opleving van zijn geloof (imaan), die zijn leven betekenis geeft en hem inspireert een goed mens te zijn.

“Een imaan-boost schudt je wakker, houdt je sterk, zet je aan het denken over het leven en de dood,” legt Baddaou uit. Hij staat in de brandschone, steriele ruimte van de Islamitische uitvaartverzorger Al Firdaus, op een industrieterrein in Amsterdam Westpoort.

Moslims krijgen hier een rituele wassing volgens de richtlijnen van de Islam. Baddaou werkt er samen met drie andere vaste krachten en een tiental vrijwilligers die op afroep beschikbaar zijn. Al Firdaus, de enige Islamitische uitvaartondernemer in Amsterdam met een eigen rouwcentrum, huist sinds 2019 in Westpoort. “Voorheen deden we de wassingen in de moskee, maar daar was weinig privacy voor de familie. Iedereen wilde weten wie er overleden was en dat is voor nabestaanden niet altijd prettig.”

null Beeld Dingena Mol
Beeld Dingena Mol

Baddaou loopt heen en weer over de smetteloze blauwe linoleumvloer. Hij toont de roestvrijstalen wastafel en een tillift voor zwaardere personen. Aan de muur hangen scharen en curieuze handwerktuigen als een rasp en een garde. Ter verklaring haalt Baddaou een potje met fijngemalen lotusbladeren tevoorschijn. “Die roer ik met deze garde door het water. We wassen het lichaam drie keer achter elkaar. De laatste keer doen we kamferolie door het water. Mannen wassen de mannen, vrouwen de vrouwen. Dat mag in het bijzijn van familie gebeuren. Ze mogen ook meehelpen. Niet iedereen durft dat, maar het kan goed voor de rouwverwerking zijn om het te doen. We branden tijdens de wassing wierook om eventuele nare geuren te verdrijven. Vervolgens wikkelen we het lichaam in een wit, linnen lijkgewaad.”

Baddaou toont een blokje heerlijk geurende zeep en grijpt de rasp van het haakje aan de muur: “Als het lichaam in de kist ligt, strooi ik er geraspte zeep over, zodat het lekker ruikt. Daarna wordt het naar de moskee getransporteerd voor het dodengebed. Volgens de regels van de Islam moet het lichaam binnen 24 uur begraven worden. Nabestaanden kiezen steeds vaker voor een Islamitische begraafplaats in Nederland, waardoor dat ook mogelijk is. Anderen willen toch in het land van herkomst begraven worden en dan is het lastiger het binnen 24 uur voor elkaar te krijgen,” vertelt Baddaou.

Videobellend afscheid

Hij trekt de dikke grijze deur van de koelruimte open. Kou slaat naar buiten, monotoon zoemt de koelinstallatie. Er ligt één houten kist. “De andere twee zijn al vertrokken. Daar zit een jongen van 27 bij, die nu onderweg is naar Casablanca. Ik kon zijn familie niet op tijd opsporen, zodat zij helaas geen afscheid meer van hem konden nemen.”

Baddaou wast regelmatig overledenen die geen familie hebben. “Dat zijn bijvoorbeeld vluchtelingen of mensen die alleen bekend zijn bij een zorginstelling of het Leger des Heils. Ik doe altijd mijn uiterste best om de familie toch te vinden. Als die in het buitenland blijkt te wonen, laat ik ze desgewenst op afstand met videobellen afscheid nemen van hun gestorven dierbare. Daarna wordt hij gerepatrieerd naar het land van herkomst.”

Op een whiteboard heeft Baddaou keurig de namen van de overledenen van de afgelopen dagen genoteerd, met daarachter hun plek in de koelcel, de datum en tijd van hun begrafenis en een R die staat voor repatriëring of een B, voor binnenland.

Hoe koud en systematisch die viltstiftnotities ook aandoen, de praktijk is anders. Vrijwel dagelijks, vaak meerdere keren op een dag, wast Baddaou overleden moslims, ‘broeders’ zoals hij ze noemt. Soms moet hij er om drie uur ’s nachts zijn bed voor uit, maar altijd is hij er met dezelfde toewijding. Steeds vaker vragen ze speciaal naar hem: ‘Mourad, ik wil dat jíj mijn vader wast.’

null Beeld Dingena Mol
Beeld Dingena Mol

Elke wassing vindt hij bijzonder, maar sommige gevallen raken hem diep in zijn ziel. “Dat zijn jonge jongens die geliquideerd zijn. Geen natuurlijke dood door een ziekte, maar vermoord, ineens weggerukt uit het leven. Het contact dat ik dan met de vader en moeder heb is met geen pen te beschrijven. Dat gaat door merg en been. Heel aangrijpend. Ik maakte mee dat een moeder flauwviel toen ze haar zoon zag. Zie je eigen moeder nu, denk ik als ik naar zo’n jongen kijk. Het doet me veel pijn. Nu ik het vertel, grijpt het me weer aan. Dan zie ik die ouders weer staan, hun ontreddering en immense verdriet.”

Het is voor Baddaou aanleiding om YouTube-filmpjes te maken waarin hij jongeren op confronterende wijze waarschuwt voor de gevolgen van criminaliteit zoals drugshandel, overvallen, geweldsdelicten. Zijn masculiene motoriek en zijn ‘hé, had je wat?’-toon weerspiegelen in die video’s de mores van de straat. Koel geeft hij een klapje op een houten doodskist: ‘Kijk waar je komt te liggen: hier.’ Hij schroeft zorgvuldig de deksel open en toont de contouren van een slank, in linnen gewikkeld lichaam. ‘Hier ligt een broeder van ons. Waar zijn die gangsters nu, die denken dat ze heel wat zijn in het wereldse leven? Stoere jongens en meiden die denken dat ze eeuwig zullen blijven leven. Maar het kan zo afgelopen met je zijn. Gewassen ga je de koeling in,’ zegt Baddaou in het filmpje. Steeds feller spreekt hij tot zijn volgers.

“Liefst zou ik toestemming van de ouders krijgen om het lichaam van zo’n geliquideerde jongen te laten zien, maar die krijg ik nooit. Daar heb ik uiteraard alle respect voor, maar het zou nog meer afschrikken als ik het kon doen. Ik weet dat jongeren deze filmpjes bekijken. Ze spreken me er op aan, zeggen dat ze respect voor me hebben. Via via hoor ik dat jongens die in het criminele circuit zitten dit zien. Ze kunnen er niet meer uit stappen, maar gaan wel nadenken waar ze mee bezig zijn en zoeken soms een uitvlucht. Daarom blijf ik dit doen.”

Voorbeeldfiguur

Baddaou uit Amsterdam West, getrouwd en vader van vier kinderen, is door zijn YouTube-kanaal met ruim 56.000 volgers inmiddels veel meer dan alleen ritueel wasser. Vrijwel de hele lokale moslimgemeenschap kent hem, van jong tot oud. Jongeren beschouwen hem als voorbeeldfiguur, ouderen als de ideale zoon, een rolmodel voor hun kinderen.

Baddaou maakt niet alleen video’s om jongeren van het criminele pad te houden, hij wijst ze ook op de keerzijdes van drugsgebruik of van hypes en discussies op sociale media. Mannen spoort hij aan goed voor hun vrouwen te zijn en ze te helpen in het huishouden. ‘Tapijt naar buiten brengen, uitkloppen. Bankstel optillen, eronder schoonmaken, broodkruimels van de kinderen opruimen. Gewoon optillen, je bent sterk toch?’ oppert hij uitdagend in een filmpje.

Baddaou zegt lachend: “Mijn vrienden waren er niet zo blij mee. ‘Jij hebt problemen voor mij veroorzaakt. Mijn vrouw heeft ineens een schort voor mij gekocht,’ zeggen ze. Het is wel goed om ze erop te wijzen. Ik doe het zelf ook. Als mijn vrouw een weekendje weg is, maak ik het huis schoon en fris voor als ze terugkomt.”

De filmpjes zijn te zien op het YouTube-kanaal van Stichting Najiba, een liefdadigheidsorganisatie die Baddaou heeft opgericht en die minstens zo populair is als hijzelf. “De stichting is vernoemd naar mijn lieve zus Najiba, die in 2012 overleed. Ze was een alleenstaande moeder van twee dochters en deed vrijwilligerswerk voor arme mensen en kinderen. Zelf had ze het niet breed, maar ze gaf haar laatste twee euro nog uit aan een kind dat geen snoep had. Altijd stond ze voor iedereen klaar. Op haar 38e werd ze ernstig ziek. Ze bleek uitgezaaide maagkanker te hebben. Na zes maanden was het afgelopen. Ik heb haar in die moeilijke periode ondersteund waar ik kon. De laatste drie dagen voor ze stierf, sliep ik bij haar in het ziekenhuis. Steeds praatte ik met haar, tot ik merkte dat ze nauwelijks nog terug sprak. Ze gleed langzaam weg.”

null Beeld Dingena Mol
Beeld Dingena Mol

Baddaou regelt zelf de uitvaart van zijn zus. Najiba wordt gerepatrieerd naar Marokko en daar begraven. “Haar dood greep me erg aan. Om mijn verdriet te verwerken, ben ik tijdelijk naar Marokko gegaan. Ik wilde bij haar in de buurt zijn en haar graf kunnen bezoeken. Ik heb toen ook geen uitvaartwerk gedaan, omdat ik het niet aankon.”

Tijdens zijn verblijf in Marokko wordt Baddaou geconfronteerd met de vele bedelende mensen langs de weg. “Met een vriend deed ik boodschappen voor ze. We gaven ze eten, drinken en kleding. Hun blijdschap daarover vergeet ik nooit meer. Het voelde zo goed. Ik wilde nog veel meer gaan helpen.”

Het resulteert in de Stichting Najiba. “In naam van mijn zus doen we wat zij altijd al deed: met veel liefde andere mensen helpen. De stichting is inmiddels heel groot. We bouwen huizen, scholen, moskeeën en waterputten in Marokko. Met verschillende projecten, gerund door vrijwilligers, ondersteunen we hulpbehoevenden en arme mensen. Drie keer per jaar ga ik er zelf heen om te helpen en filmpjes te maken, zodat onze donateurs zien wat er gebeurt.”

Grimmig

Hij is net een paar weken terug uit zijn geboorteland en inmiddels weer druk met dodenwassingen. De wasruimte staat in directe verbinding met de garage waar de rouwauto’s, met achterin de overledene, binnen kunnen rijden. Als er een wassing is, sluit een rolluik tussen de twee ruimtes. In de opslag staan verschillende formaten doodskisten opgesteld. Op een plank liggen rollen linnen voor de lijkwades en zilverkleurig sealmateriaal om lichamen in te verpakken. “We hebben de benodigde certificaten gehaald, zodat we tegenwoordig bevoegd zijn zelf overledenen hermetisch te sealen of te bekisten. Eerst gingen ze naar het mortuarium op Schiphol, maar dat is nu niet meer nodig. Ze kunnen rechtstreeks op een vrachtvlucht om gerepatrieerd te worden,” verklaart Baddaou.

Toen Al Firdaus nog maar net in Westpoort gevestigd was en het gesloten rolluik klaarblijkelijk een wat grimmige aanblik bood, kwam de politie langs. “Ze wilden even binnen kijken. ‘Oh, een uitvaartcentrum. Excuses. We gaan weer, jongens!’ riepen ze gauw. Ze zijn sindsdien nooit meer langs geweest. Jammer, want ze kunnen hier gerust een kop koffie krijgen,” vertelt Baddaou lachend.

Ook de jongeren die ’s avonds gratis hun auto voor de deur parkeerden en bezig waren met lachgasballonnetjes heeft hij nooit meer gezien. “Ze zagen ons kisten en brancards met lijken uitladen en dachten waarschijnlijk ‘shit man, daar gaan we niet meer heen.’ Te confronterend zeker.”

Als Baddaou weer binnen in de ontvangstruimte is, gaat de bel. Voor de deur staat een jongen die vrijwilliger wil worden. “Echt, ik word dood geappt door jongeren. Allemaal willen ze doen wat ik doe. De dodenwassing leren. Ze willen die imaan-boost. Wakker geschud worden, iets betekenen, goed doen. Mooi toch?”

null Beeld Dingena Mol
Beeld Dingena Mol
Meer over